Home / Nieuws, Trends & Actualiteiten / ABU NBBU / BLOG: Vooruitblik in 2022

BLOG: Vooruitblik in 2022

Welk beleid en maatregelen bepalen de flexbranche in 2022?

Theo van Leeuwen

De economie draait goed in veel sectoren. Het aantal vacatures overstijgt het aantal werklozen. Maar, dat zal niet altijd zo blijven. Wel hebben we te maken met het structurele effect van een grotere uitstroom van mensen uit de arbeidsmarkt die met pensioen gaan dan dat er nieuwe werknemers de arbeidsmarkt  instromen. Dus de krachtsverhoudingen verschuiven in het algemeen meer van werkgever naar werknemer. Daarbij komt dat er blijkbaar meer politieke wil is om in te grijpen op de arbeidsmarkt ten gunste van meer sociale rechtvaardigheid en om negatieve uitwassen te voorkomen.

Hieronder volgen een aantal beleidsvoornemens en afspraken van het nieuwe Kabinet die ik van belang acht.

Minimumloon op basis van een 36-urige werkweek

De toekomstige regering wil de systematiek voor het berekenen van het wettelijk minimumloon (WML) wijzigen. Op dit moment wordt het WML berekend op basis van een vastgesteld maandloon en dit maandloon wordt omgerekend naar een weekloon en uurloon op basis van de normale arbeidsduur in een sector. Het gevolg is dat in de ene sector een werknemer 36 uur werkt om het WML te verdienen en in de andere sector 40 uur.

Het plan is om bij de berekening van het WML uit te gaan van een minimum uurloon op basis van 36 uur. Naarmate de normale arbeidsduur in een sector stijgt, neemt de werknemer dan proportioneel meer loon mee naar huis.

Werken wordt lonender en armoedeval wordt verkleind

Het minimumloon (berekend op basis van de 36-urige werkweek) wordt stapsgewijs verhoogd naar plus 7,5%. Deze verhoging werkt ook door in de uitkeringen, met uitzondering van de AOW. Ouderen krijgen een tegemoetkoming via een hogere ouderenkorting.

Verkleinen van het verschil tussen vast en flex

De nieuwe regering is van mening dat te veel werknemers in Nederland afhankelijk zijn van tijdelijke arbeidscontracten en wil de regulering van oproep-, uitzend- en tijdelijke arbeidscontracten verbeteren. In overleg met de sociale partners zal een budgettair neutrale deeltijd-WW uitgewerkt worden met oog voor uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. Dit is in lijn met het SER MLT advies om oproep-, uitzend- en tijdelijke arbeidscontracten  beter te reguleren.

Nieuwe Cao voor uitzendkrachten

In de nieuwe cao voor Uitzendkrachten is op het terrein van de verkleining van het verschil tussen de arbeidsvoorwaarden tussen vast en flex al beweging te zien. Door bijvoorbeeld per 1 januari 2022 de verlaging van de uitzendperiode Fase A met uitzendbeding van 78 naar 52 weken en de daarop volgende uitzendperiode Fase B (tijdelijke contracten) van 4 naar 3 jaren. Daarnaast wordt het begrip “inlenersbeloning” verder uitgebreid richting de arbeidsvoorwaarden van werknemers bij de opdrachtgever waar gewerkt wordt.

Ook komt er meer zekerheid voor arbeidsmigranten. Arbeidsmigranten die voor het eerst naar Nederland komen hebben de eerste twee maanden in beginsel recht op een bedrag ter hoogte van het wettelijk minimumloon (ongeacht de contractduur en het aantal gewerkte uren). Onder omstandigheden kan de inkomensgarantie vervallen. Er komen dan vervangende rechten voor in de plaats. De huisvesting die door de werkgever ter beschikking is gesteld, vervalt niet direct per einde uitzendcontract, maar mag nog onder voorwaarden 4 weken gehuurd worden.

Helderheid over zelfstandigen

Echte zelfstandigen worden ondersteund en ondernemerschap wordt gestimuleerd.

Vooraf verkrijgen van zekerheid voor ZZP’ers over de aard van de arbeidsrelatie via de verdere ontwikkeling van de webmodule.

  • Schijnzelfstandigheid wordt tegengaan door betere handhaving.
  • Afbouw fiscaal aantrekkelijke zelfstandigenaftrek
  • Bij ZZP’ers wordt nagedacht over een regeling om oneerlijke concurrentie en te grote inkomensrisico’s voor individuen te voorkomen. Doel is om de concurrentiepositie van werknemers en ZZP’ers meer in balans te brengen. Een van de middelen om dit te bereiken is een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen.
  • Daarnaast wordt ingezet op het verminderen van de zelfstandigenaftrek vanaf 2023 met stappen van jaarlijks  € 650  tot een bedrag van ca € 1.200 totale aftrek in 2030. Hier staat een compensatie tegenover via een verhoging van de arbeidskorting in de inkomstenbelasting.
  • Ook wordt de huidige webmodule van de Belastingdienst voor zelfstandigen, de zogenaamde “ondernemerscheck”, verder ontwikkeld. Doel is om meer zekerheid te verkrijgen voor opdrachtgever en   ZZP’er over de aard van de arbeidsrelatie en het vermijden van de schijnzelfstandigheid. De schijnzelfstandigheid wordt verder tegengegaan door een betere handhaving in het geval van het vermoeden van werknemerschap.

Flexmarkt in beweging

Flexondernemers zijn bij uitstek wendbaar. En dat moeten ze opnieuw bewijzen. Het is al een tijdje erg moeilijk om vakkrachten en productiepersoneel te vinden en vast te houden.

Bij inleners is de behoefte om personeel over te nemen en zelf in dienst te nemen. Ook hier geldt dat bij een krappe arbeidsmarkt te veel flexibiliteit ertoe kan leiden dat de fabriek stil staat.

Flexondernemers die nu in staat zijn om hun opdrachtgevers goed te faciliteren krijgen een voorsprong; een prijsverschil is dan minder belangrijk en bij buitenlandse werknemers is goede en betaalbare huisvesting van belang.

Er ontstaat ook ruimte voor kwaliteit door de krapte op de markt waar een professionele Flexondernemer gebruik van kan maken door zich duidelijk en helder te profileren als professionele en duurzame aanbieder, ook naar de uitzendkracht. 2022 wordt een bijzonder jaar van uitersten met een lage werkeloosheid en hoge vraag naar personeel.

Bekijk hier onze nieuwjaarswens.