Wijzigingen ABU CAO artikelen AVV (bouwsector)

Wijzigingen ABU CAO artikelen AVVOp 10 februari 2021 nam de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het volgende besluit: wijziging algemeen verbindendverklaring (AVV) van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor uitzendkrachten ABU 2019 – 2021. De ingangsdatum van deze wijzigingen is per 15 februari 2021. Met name voor het uitzenden naar opdrachtgevers in de Bouwsector zijn deze wijzigingen relevant.

Hiermee zijn de in het AVV Besluit (zie onderstaande bronvermelding) aangeduide artikelen van ABU cao algemeen verbindend verklaard.

De onder dictum I opgenomen bepalingen worden als volgt gewijzigd:

Artikel 1, vijfde lid, komt te luiden:

  1.  De CAO voor Uitzendkrachten is niet van toepassing op de uitzendonderneming die voor meer dan 50% van de loonsom op jaarbasis arbeidskrachten ter beschikking stelt aan werkgevers in  de zin van de CAO Bouw & Infra.
  2. Op de uitzendonderneming die lid is v
  3. an ABU of NBBU dan wel is gedispenseerd van de algemeen verbindend verklaarde CAO Bouw & Infra is, in afwijking van sub a. en overeenkomstig artikel 1 lid 1 deze cao van toepassing.Als de uitzendonderneming een uitzendkracht ter beschikking stelt aan een opdrachtgever die gebonden is aan de CAO Bouw & Infra en op deze uitzendonderneming de CAO voor Uitzendkrachten van toepassing is, geldt dat de uitzendonderneming verplicht is bij de opdrachtgever uit te vragen en aan de uitzendkracht te bevestigen welke specifieke bepalingen uit bijlage 7 van de CAO Bouw & Infra voor hem gelden.’

Artikel 33, vierde lid, komt te luiden:

‘Salaristabel per 1 januari 2021 Functiegroep (I) Beginsalaris (II) Periodieke verhoging naar functiegroep 1 wettelijk minimum(jeugd)loon 2,25% 2 wettelijk minimum(jeugd)loon 2,25% 3 wettelijk minimum(jeugd)loon 2,25% 4 € 11,49 2,25% 5 € 12,01 2,25% 6 € 12,60 2,25% n *Voor de minimum feitelijke uurlonen in deze tabel is uitgegaan van de voor deze cao geldende normale arbeidsduur van 40 uur per week.

Bij een normale arbeidsduur bij de opdrachtgever die minder is dan 40 uur per week, dient het uurloon gebaseerd op het wettelijk minimum(jeugd)loon te worden herberekend, zodat wordt voldaan aan de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Bijlage VI, artikel 9 komt te luiden: ‘Artikel 9 Aangaan van de uitzendovereenkomst Lid 1 met als volgt aangepaste tekst: ’De uitzendonderneming en de uitzendkracht maken schriftelijke afspraken over functie, arbeidstijd en salariëring, met inachtneming van de in deze bijlage opgesomde cao-bepalingen en bijlagen (indien er sprake is van toepassing van de inlenersbeloning zullen de in dit lid beschreven afspraken worden gemaakt met inachtneming van de geldende regelingen bij de opdrachtgever)’.’

Onder andere is de bepaling met betrekking tot de toepassing van de Inlenersbeloning vanaf dag 1 van de uitzending van toepassing op alle ondernemingen die onder de werkingssfeer van de ABU Cao vallen.

De in het AVV-besluit genoemde artikelen van de cao Uitzendkrachten zijn gepubliceerd in de Staatscourant van 15 februari 2021 nummer 2289.

Bron: Officiële bekendmakingen

Webinar Dinsdag 12feb: Paneldebat ‘Zelfregulering loont’.

Webinar zelfregulering en professionalisering loont
Wat: ZipConomy Webinar week
Wanneer: Dinsdag 9 februari, 12:30
Titel: Professioneel inhuren in de praktijk : Zelfregulering en Professionalisering loont!
Wie:
  • Ger Jaarsma (Pay-OK)
  • Marc Belfroid (ALtradHertel)
  • Paul Heinrichs (Bureau Cicero)
  • Hugo-Jan Ruts (Moderator)

In 2020 stond de flexmarkt meerdere malen in de schijnwerpers, de schandalen volgden elkaar op.

De Europese detacheringsrichtlijn is herzien en er zijn door verschillende commissies (Borstlap & Roemer) aanzetten gedaan tot nieuwe wet-, en regelgeving. Deze moeten ervoor zorgen dat er een gelijk speelveld blijft bestaan op de arbeidsmarkt. Zelfregulering zal een rol blijven spelen in de uitzendsector. Echter is de besluitvorming voor het volgende kabinet.

Een gesprek tussen opdrachtgever (Altrad/Hertel), keurmerkhouder (Pay-OK) en flex deskundige (Bureau Cicero) over de uitdagingen om te voldoen aan wet-, en regelgeving.

Stelling: ‘Professionalisering van een onderneming brengt automatisch goed ondernemerschap met zich mee.’

Meld u aan en chat mee!

Webinar: Zelfregulering en professionalisering loont
Dinsdag 9 februari, 12:30

Contractflexibiliteit mogelijk verkort van 5,5 naar 4 jaar

Om uitzendkrachten meer zekerheid te bieden zijn de ABU en NBBU mogelijk bereid om de contractflexibiliteit in de ABU en NBBU cao’s in te korten van 5,5 naar 4 jaar. Daarnaast wordt in de cao onderhandelingen besproken dat het gebruik van het uitzendbeding mogelijk wordt ingeperkt tot 52 gewerkte weken, in plaats van nu 78 gewerkte weken. Vakbond FNV wil dat het gebruik van het uitzendbeding wordt verkort tot 26 weken en roept de politiek op om een eind te maken aan de praktijk van het ‘rondpompen van uitzendkrachten’.  Lees meer

Nieuw bekend: SV-premies en kostprijsfactoren voor 2021

Nieuw bekend: SV-premies en kostprijsfactoren voor 2021

Hierbij het overzicht opgesteld door Marcel Reijmers (FlexKnowledge) die ieder jaar een mooi overzicht maakt van de diverse variabelen in de kostprijs voor 2021 voor zover die (voorlopig) bekend zijn gemaakt voor volgend jaar. Zie geheel onderaan voor bronvermelding en de updates voor cijfers die op dit moment nog niet bekend zijn.

Fonds
Verzekering
Percentage
Opmerking
2021
2020
Aof WAO, WGA, IVA, Kinderopvang 7,03% + 0,5% 6,77% +0,5% Geldt voor alle fases en premiegroepen, inclusief 0,5% premie kinderopvang.
Aok WAO 1e 5 jaar 0,00% 0,00% Geldt voor alle fases en premiegroepen.
AZW Aanvulling uitkering UWV 1e ziektejaar premiegroep I

Aanvulling uitkering UWV 1e ziektejaar premiegroep II

(wg nnb, wn max 0,58%)

Het verschil tussen ABU en NBBU verdwijnt in 2021

(wg nnb, wn max 1,33%)

Het verschil tussen ABU en NBBU verdwijnt in 2021.

ABU 1,65% (wg 1,07%, wn max 0,58%)

NBBU 1,65% (wg 0.91%, wn max 0,74%)

ABU 2,80% (wg 1,37%, wn max 1,33%)

NBBU 2,80% (wg 1,37%, wn max 1,43%)

Aanvulling van 20% tot 90% van het dagloon bovenop de 70% ZW-uitkering.
De genoemde premie is de totale premie voor wg en wn.
Een deel mag worden doorberekend aan de wn.
Premie is een gemiddelde voor de AZW-verzekerde bedrijven, anders eigen inschatting maken.
AWF WW, werkgeversaandeel 2,70% voor contracten voor OT die geen oproepcontract zijn en 7,70% voor alle andere contracten. 2,94% voor contracten voor OT die geen oproepcontract zijn en 7,94% voor alle andere contracten Geldt voor alle fases en premiegroepen.
Whk vanaf 2014 Publieke stelsel:
ZW-FlexWGA
5,32% (kleine wg)
0,14% – 9,31% (grote wg)1,62% (kleine wg)
0,19% – 3,12% (grote wg)
5,73% (kleine wg)
0,13% – 10,02% (grote wg)1,58% (kleine wg)
0,19% – 3,04% (grote wg)
Geldt voor alle fases en premiegroepen.
De premie voor middelgrote wg is een glijdende schaal van sectorbepaald naar individueel.
Whk vanaf 2014 Eigenrisicodragers:

ZW-Flex

WGA-vast

Voorziening of premie verzekeraar

Voorziening of premie verzekeraar

WGA-flex tot en met 2016 per definitie publieke stelsel.
ZvF Zorgverzekeringswet 7,00% 6,70% Geldt voor alle fases en premiegroepen.
Reserveringen

De reserveringen binnen de CAO van de ABU en NBBU zijn voor 2021 als volgt berekend:

Voorziening
2019
2020
Opmerking
Sociaal Fonds  0,2% ABU 0,2%
NBBU 0,1%
Officieel is de premie 0,2%. In de praktijk is hij lager.
Dit besluit is voor 2020 door de ABU nog niet gepubliceerd, daarom hanteren wij de officiële premie. De NBBU heeft 0,1% doorgegeven voor de leden.
Scholing 1,02% 1,02% ABU: alleen kandidaten in fase A
NBBU: alleen de eerste 78 weken
Leegloop Dit percentage dient u zelf te bepalen
Ziekte Dit percentage dient u zelf te bepalen

Ook in 2021 zijn er diverse risico’s bij waar u als uitlener rekening mee moet houden, zoals kosten voor het verschuiven en afzeggen van roosters binnen 4 dagen voor aanvang bij oproepcontracten; leegloop in fase A/1/2 als het géén oproepcontracten (meer) zijn en de kosten van het geboorteverlof. Dit laatste moet in alle gevallen worden doorbetaald door de werkgever, ook bij contracten met uitzendbeding. Daar geldt een individuele reservering van 0,6%, maar dat zal nooit voldoende zijn om 5 dagen door te kunnen betalen.

Wachtdagcompensatie
 
2019
2020
Opmerking
Premiegroep I 0,71% 0,71% Geldt voor contracten met uitzendbeding uit de ABU CAO (AVV verklaard)
Geldt voor alle fasen van de NBBU
Premiegroep II 1,16% 1,16% Geldt voor contracten met uitzendbeding uit de ABU CAO (AVV verklaard)
Geldt voor alle fasen van de NBBU
Pensioenpremies

Het premiepercentage wordt jaarlijks door het bestuur van het pensioenfonds vastgesteld en kan dus ieder jaar wijzigen. De kans dat dat voor 2021 gebeurt, achten wij heel klein. De uurfranchise voor het pluspensioen en het maximum pensioengevend uurloon worden vaak pas eind december bekend gemaakt door StiPP, maar zullen vast stijgen.

Totaal over grondslag
Werkgeversdeel
Werknemersdeel
Premie Basisregeling 2,6% 2,6% 0.0%
Premie Plusregeling 12,0% 8,0% 4,0%
Franchise Plusregeling n.n.b. n.v.t. n.v.t.
Max. pensioengevend uurloon n.n.b.
Transitievergoeding

Voor 2020 hebben wij geadviseerd de volledige 2,78% voor de transitievergoeding in de kostprijs op te nemen. Ten eerste, omdat werkgevers met terugwerkende kracht ook aan de bestaande populatie transitievergoeding moesten betalen als werknemers geen nieuw contract krijgen en zij daar waarschijnlijk onvoldoende rekening mee hadden gehouden. Ten tweede zouden er meer verzoeken binnenkomen van ex-werknemers om de vergoeding te betalen en ten derde, omdat het voor uitleners bijna niet mogelijk zal zijn de kosten te verhalen op de toevallige opdrachtgever waar de werknemer als laatste heeft gewerkt. Het is dan in mijn ogen fair om alle opdrachtgevers naar rato van het aantal gewerkte uren hun aandeel te laten betalen. In de praktijk merkten we dat opdrachtgevers dit accepteerden.
Voor 2021 gelden die argumenten grotendeels nog steeds, maar is er natuurlijk wel een beter zicht op de werkelijke kosten. Het is in ieder geval verstandig serieus naar het percentage te kijken dat wordt opgenomen in de transitievergoeding.

Overige kosten

Hierboven staan de onderdelen van de kostprijs die min of meer vastliggen. Daarbovenop berekent u natuurlijk een marge om tot uw tarief te komen. Daarbij houdt u rekening met uw eigen kostenstructuur die vooral wordt bepaald door uw personeelskosten, huisvesting, marketing, enzovoort. Daarnaast heeft u minder zichtbare kosten, zoals die voor lidmaatschap van de branche- en andere organisaties, abonnementen op tijdschriften en websites, et cetera. Deze moeten uiteraard ook worden terugverdiend.

Onderstaande heeft strikt genomen geen betrekking op de kostprijs, maar maakt het beeld wel compleet.

Uurvergoedingen
  • De minimumlonen per 1 januari 2021 zijn nog niet bekend.
Reserveringspercentages 2021

In 2021 zullen de volgende reserveringsprecentages gaan gelden voor uitzendkrachten die onder de CAO van de ABU of NBBU vallen. Deze percentages zijn terug te vinden in bijlage I van de cao.

Vakantiedagen

Sinds 2020 is er geen verschil meer in de reserveringspercentages in de cao’s van ABU en NBBU. Door de harmonisatie van de twee cao’s hebben beide vanaf volgend jaar 25 vakantiedagen. Het aantal werkbare dagen in 2021 is 231 (261 -/- het aantal vakantiedagen uit de cao -/- het aantal officiële feestdagen uit de cao).

De reserveringspercentages worden als volgt berekend:

Het aantal vakantiedagen
Het aantal werkbare dagen

ABU/NBBU

Reguliere uitzendkrachten 25 vakantiedagen 10,82%
Vakantiekrachten 20 vakantiedagen 8,30%

Als de reservering wordt gesplitst in wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen, gelden de volgende percentages:

Reguliere uitzendkrachten 20 wettelijke vakantiedagen 8,66%
5 bovenwettelijke vakantiedagen 2,16%
Feestdagen

Het aantal werkbare dagen in 2021 is 231 (261 -/- het aantal vakantiedagen uit de cao -/- het aantal officiële feestdagen uit de CAO). Er zijn in 2021 maar 5 feestdagen die op een doordeweekse dag vallen.

De reserveringspercentages worden dan als volgt berekend:

Het aantal feestdagen
Het aantal werkbare dagen

ABU/NBBU

Reguliere uitzendkrachten 5 2,16%
Vakantiekrachten geen recht op feestvergoeding 0,00%
Payrolling

Uit te rekenen m.b.v. de definitie voor het aantal werkbare dagen en bovenstaande formule.

Kort verzuim/bijzonder verlof

Dit percentage zal in 2021 officieel niet veranderen, maar houdt er rekening mee dat er in alle typen uitzendovereenkomsten een doorbetalingsverplichting geldt voor het geboorteverlof van 5 dagen. Dit is niet eerder in kostprijsmodellen opgenomen geweest en is ook niet in dit percentage verwerkt. De uitlener zal zelf een inschatting van de kosten hiervoor moeten maken.

ABU/NBBU

Reguliere uitzendkrachten 0,60%
Vakantiekrachten geen recht op deze reservering
Vakantiebijslag

Dit is voor alle werknemers die vallen onder de (algemeen verbindend verklaarde) CAO ABU of NBBU en is sinds 2020 gestegen van 8% naar 8,33% van het loon. De grondslag is uitgebreid met de in tijd gereserveerde compensatie-uren (CAO artikel 18):

De uitzendkracht heeft recht op 8,33% vakantiebijslag van het feitelijk loon over:

  • de gewerkte dagen
  • vakantiedagen
  • feestdagen
  • dagen waarop de uitzendkracht arbeidsongeschikt is
  • compensatie-uren en
  • de uren waarover de uitzendkracht bij wegvallen arbeid op grond van artikel 22 in de cao recht heeft op loondoorbetaling
Payrollwerknemers

De werknemers hebben recht op vakantiebijslag van gelijke hoogte en gebaseerd op dezelfde grondslag als de werknemer, werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie in dienst van de opdrachtgever. Het percentage zal meestal 8% zijn, maar dat hoeft dus niet.

Heeft u vragen over dit artikel? Of bent u geïnteresseerd in de toetsingen die wij kunnen uitvoeren? Neem dan direct contact met ons op via e-mail contact@cicero.nl of bel ons op 038 7200821.

Bron: Flexnieuws Premies 2021 en Reserveringen 2021

 

Wachttijd pensioenopbouw uitzendsector

Wachttijd Pensioen

De wachttijd voor de pensioenopbouw in de uitzendsector terug naar maximaal 8 weken

Vorige week vond een debat in de Tweede Kamer plaats over het Landelijk Pensioenakkoord. Het nieuwe pensioenstelsel biedt oplossingen voor problemen waaronder het oude stelsel bezweek. De rekenrente, de doorsneesystematiek en de ongelijke verdeling tussen jong en oud. Het nieuwe stelsel lijkt in een aantal opzichten op de basisregeling van StiPP. Individueel en zonder doorsneesystematiek.  

Daarmee lijkt het alsof de uitzendsector zijn tijd vooruit is maar dat is niet zo

De wachttijd loopt in de uitzendbranche achter. Het kabinet gaat dan ook afscheid nemen van de bijzondere positie van de uitzendsector als het gaat om de wachttijd. Deze wordt teruggebracht van 26 naar maximaal 8 weken. 

Acht weken is een termijn die veel voorkomt in het bedrijfsleven. De ABU juicht deze stap toe. Het is niet uit te leggen dat uitzendkrachten een halfjaar lang geen pensioen opbouwen. Het hoort bij goed werkgeverschap. 

De PvdA vond dat niet genoeg en bepleitte in het debat dat de wachttijd voor de uitzendsector verdwijnt, dus dat uitzendkrachten vanaf dag 1 pensioen opbouwen. De minister ging daar niet in mee, maar wil wel de voor- en nadelen van een verdere verkorting laten onderzoeken door de Stichting van de Arbeid. 

Velen vinden de verkorting tot nul weken, zoals het zich nu laat aanzien, onverstandig. Het zou leiden tot een grote financiële en administratieve last die niet in verhouding staat tot de opgebouwde pensioenen. Maar belangrijker nog: Er zouden heel veel kleine pensioentjes ontstaan. Zo klein, dat zij op grond van de wet zouden komen te vervallen. Dan is de werknemer de dupe. 

Invoering laat nog op zich wachten

Wanneer de kabinet deze beslissing heeft genomen dan moet het nog uitgewerkt worden, dus de invoering zal nog even op zich laten wachten.

Heeft u vragen? Neem contact met ons op en wij staan u graag te woord.

Bron: FlexNieuws

Gevolgen WAB voor StiPP Pensioen

Op 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. De WAB moet ervoor zorgen dat payrollwerknemers dezelfde arbeidsvoorwaarden hebben als werknemers met gelijke of gelijkwaardige functies die in dienst zijn van de inlener. Een onderdeel hiervan is een adequaat pensioen, welke vanaf 01 januari 2021 gaat gelden. Lees hier verder over de gevolgen WAB voor StiPP Pensioen. Lees meer

Inconveniënten onderdeel van inlenersbeloning

Het Gerechtshof Den Haag oordeelde op 15 januari 2019 dat zogenoemde ‘inconveniënten’ onderdeel uitmaken van de inlenersbeloning uit de NBBU-cao. Meer in het bijzonder dat ze onderdeel uitmaken van het ‘periodeloon’
Het gerechtshof oordeelde dat, ingevolge het bepaalde in artikel 22 lid 1 en 2 NBBU-cao en artikel 8 Waadi, de uitzendwerkgever aan de uitzendkracht hetzelfde loon en overige vergoedingen verschuldigd is als die zijn toegekend aan werknemers werkzaam in gelijke of gelijkwaardige functies van de inlener.

Onder deze beloning dient naar het oordeel van het gerechtshof in ieder geval te worden verstaan: het geldende periodeloon, periodieken, toeslagen alsmede onbelaste kostenvergoedingen. Bij toeslagen gaat het dan om alle toeslagen, zoals voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid, ploegendienst en andere inconveniënten, aldus het gerechtshof.

Het doet hier niet aan af dat artikel 22 lid 2 NBBU-CAO toeslagen voor andere inconveniënten dan verschoven uren en onregelmatigheid niet met zoveel noemt. De reden hiervan is dat deze toeslagen geacht kan worden onderdeel uit te maken van het periodeloon. Van een limitatieve opsomming is in genoemd artikellid volgens het gerechtshof geen sprake.

De NBBU had verklaard dat de cao-partijen beoogd hebben zoveel mogelijk gebruik te maken van de afwijkingsmogelijkheid van artikel 8 Waadi, door een limitatieve opsomming op te nemen in artikel 22 NBBU, zodat ‘een koude toeslag’ (inconveniëntentoeslag) er niet onder valt.

De verklaring van de NBBU met de uitleg van de inlenersbeloning legt het gerechtshof naast zich neer. Het gerechtshof geeft aan dat de verklaring van de NBBU irrelevant is omdat:
1) een cao-bepaling in beginsel objectief (volgens de zogenoemde ‘cao-norm’) moet worden uitgelegd;
2) een dergelijke uitleg afbreuk zou doen aan het in artikel 8 Waadi neergelegde beginsel van gelijke behandeling, ter uitvoering van de Europese Uitzendrichtlijn.

Voor alsnog valt dus de inconveniëntentoeslag onder de inlenersbeloning, en zelfs onder het periode loon.

Bron: Flexnieuws

Antidiscriminatiebeleid van de ABU & NBBU

Leden van de ABU en NBBU dienen een antidiscriminatiebeleid te hebben. Na aanleiding van een uitzending van Radar in 2018 hebben de ABU en de NBBU een antidiscriminatiebeleid opgesteld.

Vanaf 1 januari 2019 wordt er gecontroleerd of de onderneming een beleid heeft gericht op het voorkomen van discriminatie.

ABU controle
ABU leden dienen een beleid vast te stellen, in te voeren en te onderhouden gericht op het voorkomen van discriminatie. Het beleid ter voorkoming van discriminatie dient te voldoen aan de volgende eisen. Het beleid dient:

– door de directie te zijn vastgesteld;
– regelmatig getoetst en onderhouden te worden;
– bekend te zijn bij alle vaste medewerkers van het uitzendbureau (staff);
– actief ingevuld te worden door middel van een stappenplan of door een lijst met actiepunten om discriminatie tegen te gaan;
– een vast onderdeel uit te maken van de opleiding/inwerkprogramma van de vaste medewerker(s);
– een klachtenprocedure te bevatten voor zowel vaste medewerkers als uitzendkrachten.

Vanaf 1 januari 2019 zal dit tijdens de 3-jaarlijkse ABU controle door de inspectie instelling worden getoetst.

NBBU leden
Voor NBBU leden is er een model ontwikkeld ten behoeve van antidiscriminatie bij werving en selectie. In dit model wordt uitgelegd wat onder discriminatie wordt verstaan en hoe er gehandeld dient te worden door de vaste medewerkers van de uitzendorganisatie.
Tevens zijn ook de verantwoordelijkheden van de werkgever omschreven.

Tijdens de 3-jaarlijkse NBBU controle zal er getoetst worden door de inspectie instelling of de onderneming een beleid heeft opgesteld en of het beleid geïmplementeerd is en wordt onderhouden.

Het beleid dient minimaal de volgende onderdelen te bevatten:
– wat wordt er verstaan onder discriminatie;
– wat is het standpunt van de onderneming ten opzichte van discriminatie / discriminerende verzoeken;
– wat wordt van de medewerkers verwacht hoe te handelen bij de confrontatie met discriminatie / discriminerende verzoeken en waar kan de medewerker terecht:

  1. voor overleg hoe met een specifieke situatie om te gaan;
  2. voor het melden indien beleid niet wordt nagekomen
  3. in geval van het bespreken van een vertrouwenskwestie

– Wat zijn de verantwoordelijkheden van de werkgever.

Voor zowel ABU leden als NBBU leden zal er vanaf 1 januari 2019 tijdens de ABU- c.q. NBBU-cao controle gecontroleerd worden op het antidiscriminatiebeleid.

Aanpassing NBBU en ABU cao per 01-01-2017 heeft veel gevolgen

Per 01-01-2017 is er een belangrijke wijziging in de cao van ABU en NBBU opgenomen. Deze heeft per direct gevolgen voor de hoogte van uitkering vakantiedagen (uitzendbeding) of de doorbetaling vakantiedagen (zonder uitzendbeding). Dit geldt voor NBBU- en ABU-leden en ook voor ABU volgers.

Samengevat: daar waar sprake is van vaste toeslagen (zoals ploegentoeslag, ADV/ATV en andere vaste toeslagen die betaald worden als de uitzendkracht werkt) dienen deze ook doorbetaald te worden wanneer er vakantie opgenomen wordt. Dit heeft grote gevolgen voor de uitbetaling van reserveringen vakantiedagen (uitzendbeding) of doorbetaling vakantiedagen (zonder uitzendbeding).

Aanpassing van het loonbegrip vakantiedagen

Feitelijk loon: de ABU en NBBU cao’s bepalen dat voor vakantiedagen bij contracten met uitzendbeding een aanvullend percentage over het feitelijk loon wordt gereserveerd en bij contracten met loondoorbetalingsverplichting het feitelijk loon moet worden doorbetaald. De definitie van het feitelijk loon als volgt bepaald:

Het met inachtneming van deze cao toegekende, naar tijdsruimte vastgestelde actuele brutoloonbedrag, exclusief vakantiebijslag, reserveringen, toeslagen, vergoedingen, overuren, compensatie uren, enzovoort.

De NBBU cao is per 01-01-2017 als volgt gewijzigd:

in artikel 28 staat nu dat het feitelijk loon van de uitzendkracht moet worden aangevuld met vergoedingen volgens het loonverhoudingsvoorschrift die hij zou hebben ontvangen wanneer hij zou hebben gewerkt tijdens zijn vakantie. Per geval moet dus worden bepaald of het feitelijk loon van de uitzendkracht bij vakantie moet worden aangevuld met (structurele) toeslagen, zoals bijvoorbeeld adv-compensatie. Daarbij willen we opmerken dat kostentoeslagen hiertoe niet worden meegerekend. De aanvulling van het feitelijk loon geldt alleen voor vakantiedagen en dus niet bij (reserveringen van) kort verzuim, bijzonder verlof, feestdagen en vakantiebijslag.

De ABU cao is per 01-01-2017 als volgt gewijzigd: artikel 55 nieuw lid 11 Aanvullende bepaling Indien van toepassing geldt in aanvulling op de leden 6, 8 en 9 van dit artikel het volgende. Het feitelijk loon wordt aangevuld met die vergoedingen die de uitzendkracht op grond van de ABU-beloning of inlenersbeloning zou hebben ontvangen wanneer hij zou hebben gewerkt in de verlofperiode. Onder de hier bedoelde vergoedingen vallen geen kostenvergoeding(en).

Let op:

Deze cao-wijzigingen zijn gebaseerd op onlangs gewijzigde regelgeving en jurisprudentie. Uit eerdere Europese regelgeving en jurisprudentie volgt dat een werknemer niet belemmerd mag worden om vakantiedagen op te nemen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de werknemer een lager loon ontvangt tijdens zijn vakantie ten opzichte van de periodes die hij werkt (bijvoorbeeld omdat de structurele toeslagen niet tijdens zijn vakantiedagen worden meegenomen).

Gevolgen:

Werken uw uitzendkrachten bij opdrachtgevers waar vaste toeslagen gelden (ADV/ATV, ploegentoeslagen etc) die uitgekeerd worden op het moment dat de uitzendkracht werkzaam is bij uw opdrachtgever? Dan dient u bij uitbetaling van de reservering vakantiedagen en/of de doorbetaling van vakantiedagen een toeslag te betalen die afgestemd is op deze nieuwe situatie.
In veel gevallen betekent dit dat u dit in overleg met uw software leverancier conform deze nieuwe cao regels dient in te regelen in uw verloningssoftware.

De volledige tekst van de NBBU aanpassingen vindt u hier.