Wijzigingen in de NEN 4400-1 norm inzake inzet ZZP’ers

SNA is van mening dat de helderheid in de contractuele verhoudingen tussen uw opdrachtgever, uw organisatie als tussenkomende partij en de zelfstandige (ZZP’er) belangrijk is.
Vanaf 1 januari 2019 moet de onderneming aantonen dat er met de ZZP’er een door de belastingdienst positief beoordeelde modelovereenkomst is gesloten. Deze zijn op de site van de belastingdienst gepubliceerd.

Sinds geruime tijd was er in de norm een normelement buiten werking gesteld betreffende de inzet van ZZP’ers.
Dit betrof normelement 4.2.5.3.3: De onderneming aantoont dat er passende beheersmaatregelen zijn getroffen om te borgen dat er conform de overeenkomst voor uitbesteden van werk of opdrachtnemen wordt gewerkt.

Dit normelement was buiten werking gesteld totdat er duidelijkheid zou komen over de uitkomst van de herijking van het criterium ‘gezagsverhouding’ en wat de belastingdienst onder ‘passende beheersmaatregelen’ verstaat. Hierop werd tot op heden niet langer gecontroleerd.

Ondanks dat er nog geen duidelijkheid is betreffende het bovengenoemde criterium heeft de SNA besloten dat vanaf 1 januari 2019 de onderneming die ZZP’ers inzet wel dient te kunnen aantonen dat er beheersmaatregelen getroffen zijn. De beheersmaatregelen dienen gericht te zijn op de onderbouwing dat de ZZP’er daadwerkelijk vanuit zelfstandigheid een opdracht aanneemt en uitvoert en een directe financiële relatie heeft met u als onderneming (debiteurenrisico).

Er dienen door uw onderneming per ingezette ZZP’er beheersmaatregelen getroffen worden om er zorg voor te dragen dat er conform een door de Belastingdienst positief beoordeelde overeenkomst voor het uitbesteden van werk of opdrachtnemen gewerkt wordt.

Onderneming dienen er op toe te zien dat de afspraken die in deze positief beoordeelde overeenkomst opgenomen zijn ook in praktijk nagekomen worden.

Voor een verdere toelichting van de door de belastingdienst gehanteerde criteria t.a.v. het beoordelen van de gezagsverhouding is in het Handboek Loonheffingen 2019 een uitvoerige lijst met beoordelingscriteria hiertoe opgenomen. Dit kan tevens als leidraad gehanteerd worden.

Uittreksel KVK
Op het moment van het ondertekenen van de positief beoordeelde modelovereenkomst met de ZZP’er dient uw onderneming (nieuw) te beschikken over een uittreksel KVK van de ZZP’er. Deze mag op dat moment niet ouder zijn dan 3 maanden. Dit geldt ook voor het aangaan van een verlengingsovereenkomst tussen uw onderneming en de ZZP’er.
Voor nu op dit moment reeds lopende overeenkomsten met ZZP’ers die voor 01-01-2019 zijn aangegaan geldt de eis van een (nieuw) uittreksel KVK bij het aan een eventuele nieuwe overeenkomst met de ZZP’er.

Geboorteverlof voor partners

Vanaf 1 januari 2019 wijzigt het “kraamverlof voor partners” in “geboorteverlof voor partners”. De regels van het kraamverlof zijn opgenomen in de Wet Arbeid en Zorg (WAZO), de wet van de verlofregelingen.

Ten opzichte van veel andere Europese landen is de duur van het kraamverlof in Nederland (zeer) beperkt.

Het vorige kabinet diende een wetsvoorstel in om het kraamverlof uit te breiden met drie dagen. Deze plannen zijn na de Tweede Kamerverkiezingen in de ijskast geplaatst. Het kabinet Rutte III heeft de plannen nu vervangen door een andere, ruimere verlofregeling.
Deze uitbreiding is opgenomen in het voorstel voor de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG) en daarmee heeft de Tweede Kamer recentelijk ingestemd.

Door de invoering van de WIEG krijgen werknemers (die de partner zijn van diegene die een kind krijgt of adopteert) recht op éénmaal de omvang van zijn/haar wekelijkse arbeidsduur als doorbetaald geboorteverlof.
Een fulltime medewerker heeft dan recht op vijf dagen doorbetaald geboorteverlof na de bevalling van zijn partner. Het geboorteverlof is dus met behoud van loon.

Daarna kan de medewerker nog aanvullend geboorteverlof opnemen. Het aanvullende verlof bedraagt maximaal vijfmaal de gebruikelijke wekelijkse arbeidsduur. Een fulltime werknemer kan dus in totaal maximaal zes weken verlof opnemen, waarvan 1 week doorbetaald door de werkgever en 5 weken (deels) bekostigd worden door het UWV.

Uitbreiding pleegzorg- en adoptieverlof
Per 1 januari 2019 wijzigt ook het pleeg- en adoptieverlof. Dit verlof wordt met twee weken verlengd, van vier tot zes weken. Tijdens die zes weken kan de werknemer een uitkering via het UWV ontvangen, ter hoogte van 100% van het dagloon.

Extra geboorteverlof in 2020
Per 1 juli 2020 kunnen werknemers het aanvullend geboorteverlof opnemen. Dit aanvullend geboorteverlof duurt maximaal vijfmaal de arbeidsduur per week.

De kosten voor het aanvullende geboorteverlof komen niet direct voor rekening van de werkgever.
De medewerker ontvangt tijdens een uitkering van het UWV ter hoogte van 70% van zijn (maximum) dagloon. De uitkering wordt betaald uit algemene middelen. Daarvoor gaat de premie die de werkgever betaalt voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) wel omhoog.

De werkgever mag het aanvullende verlof niet weigeren. Als de werkgever zwaarwegende reden heeft mag hij spreiding van de verlofdagen weigeren. De werknemer moet het aanvullende verlof binnen een half jaar na de geboorte opnemen, dus hij heeft speling om te schuiven met het moment van opname.

Andere vormen van verlof na de geboorte 

Calamiteitenverlof
Op de dag van de bevalling heeft de partner van een vrouw die aan het bevallen is recht op calamiteitenverlof. In principe betaalt de werkgever dan het loon van de werknemer door, tenzij hierover andere afspraken zijn gemaakt in de Cao.

Ouderschapsverlof
Een werknemer heeft recht op 26 keer zijn wekelijkse arbeidsduur aan ouderschapsverlof. Het ouderschapsverlof is wettelijk gezien onbetaald, maar in de cao of arbeidsvoorwaardenregeling kunnen afwijkende afspraken staan. Ouderschapsverlof is bedoeld voor de zorg van kinderen tot acht jaar. Op welke moment de medewerker verlof opneemt, mag hij in principe zelf beslissen. Ouderschapsverlof mag een werknemer opnemen voor ieder kind.

Meerlingenverlof
Bevalt de moeder van een meerling dan heeft de partner geen recht op extra kraamverlof. De moeder heeft wel recht op extra verlof. Het meerlingenverlof duurt namelijk 20 weken in plaats van 16 weken.

Bron: Visma

Bureau Cicero geaccrediteerd voor SNF Inhuur Register

De raad voor accreditatie heeft onze scope uitbreiding goedgekeurd om ondernemingen te beoordelen op naleving van de SNF inhuur norm. Deze norm wordt beheert door de stichting normering flexwonen (SNF), u kunt het openbaar register raadplegen op de website van de Stichting Normering Flexwonen.

Het is belangrijk dat ondernemingen deugdelijke huisvesting aanbieden aan arbeidsmigranten. De SNF normen toetsten hierop. Ook de WAS (Wet aanpak schijnconstructies) vereist dat ondernemingen die huisvestingskosten inhouden op het loon van medewerkers gebruik maken van gecertificeerde huisvesting. Op deze manier borgen we met elkaar de kwaliteit en beheersen we de risico’s.

Bureau Cicero werkt daarin samen met haar partner SKW Certificatie, zo kunt u voor beide normen terecht binnen deze samenwerking.
Bureau Cicero is een type – A inspectie instelling geregistreerd onder nummer I 225 bij de raad voor accreditatie.

Voor meer informatie over het SNF keurmerk klik hier.

Nieuwe premies in 2019

Op 31 oktober is de Premie Sectorfonds gepubliceerd en op 20 november zijn de premies voor WW, WAO en Kinderopvang gepubliceerd. De WW-premie verschilt fors met wat er in de Rijksbegroting was aangekondigd. De premies voor de WW en Arbeidsongeschiktheid gaan omhoog. Daarnaast stijgt ook de premie Zorgverzekering iets. De premie Sectorfonds is vooral in de premiegroepen IIA, IB en IIB fors gedaald. De reserveringen voor vakantiedagen en feestdagen dalen in 2019, omdat er een feestdag minder is dan in 2018. Klik hier om de genoemde premies na te zien.

Gedifferentieerde Premie Werkhervattingskas (WHK-)premie
De belangrijkste variabele voor de kostprijs zal net als de afgelopen jaren de Gedifferentieerde Premie Werkhervattingskas (WHK-premie) zijn. De sectoraal bepaalde premie voor kleine werkgevers is voor sector 52 gestegen, maar de premie voor individuele uitzendorganisaties kan daar sterk van afwijken, afhankelijk van het verzuim dat zij hadden in 2017. U ontvangt een beschikking voor de WHK-premie begin december.
Er geldt een bezwaartermijn van 6 weken. Indien u niet zeker weet of de premieberekening correct is, dan kunt u binnen deze termijn schriftelijk bezwaar indienen. U ontvangt dan een overzicht met alle ziekmeldingen die tot een WGA en/of ZW-uitkering geleid hebben en kunt controleren of dit overzicht correct is en daarmee de schadelast die aan uw onderneming is toekend ook gebaseerd is op de juiste grondslag. Onjuistheden in deze berekening kunnen gevolgen hebben in de hoogte van de premie van komend jaar en mogelijk ook het daarop volgende jaar.  De basispremies kleine werkgevers vindt u hier in tabel 2.1.

Pensioenpremies StiPP
Het premiepercentage wordt jaarlijks door het bestuur van het pensioenfonds vastgesteld en kan dus ieder jaar wijzigen. Of dit voor 2019 gaat gebeuren is op dit moment nog niet bekend. De uurfranchise voor het Pluspensioen en het maximum pensioengevend uurloon worden vaak pas eind december bekend gemaakt door StiPP.

Netto vergoedingen:
De regelingen met betrekking tot de onbelaste reiskostenvergoeding veranderen niet in 2019. De maximale onbelaste km-vergoeding blijft
€ 0,19.

Premies en reserveringen 2019:
Flexnieuws heeft zoals ieder jaar een overzicht gemaakt van alle premies en de reserveringen die gelden voor de uitzendbranche (ABU-leden en volgers (AVV-ABU) en NBBU-leden uitgesplitst). Klik hier om het overzicht te raadplegen.

 

Blog: Belastingdeel heffingskortingen

Belastingdeel heffingskortingen vanaf 1 januari 2019 alleen nog voor inwoners van Nederland

Eerder berichtten wij u over het feit dat vanaf januari 2019 het belastingdeel in de algemene heffingskorting niet meer toegepast kan worden voor werknemers die inwoner zijn van een ander land. Hetzelfde geldt voor het belastingdeel in de arbeidskorting, zij het dat deze nog wel kan worden toegepast door inwoners van een andere EU-lidstaat/EER-land/Zwi/BES (de zogeheten ‘landenkring’).
Lees meer

Alle eenmanszaken nieuw BTW nummer

Alle eenmanszaken in Nederland krijgen eind 2019 een nieuw btw-identificatienummer. Hiermee komt de Belastingdienst tegemoet aan de eis van de Autoriteit Persoonsgegevens, om te zorgen voor een alternatief voor het huidige nummer dat het Burgerservicenummer (BSN) bevat.

Vanaf 1 januari 2020 moeten ondernemers dit nummer verplicht gebruiken voor vermelding op hun facturen en op hun website. Tevens moeten zij hun eigen administratie en praktijk daarop aanpassen. Ook leveranciers van administratieve software zullen moeten zorgen dat hun producten met het nieuwe nummer overweg kunnen.

BTW-nummer
Voor de heffing van de omzetbelasting moeten ondernemers een btw-identificatienummer vermelden op facturen aan andere ondernemers en op hun website. Het btw-identificatienummer is op dit moment voor alle ondernemers die als natuurlijke persoon ondernemen (eenmanszaken) gebaseerd op hun Burgerservicenummer (BSN).

Het BSN is een vertrouwelijk nummer, dat bestemd is voor communicatie tussen de overheid en burgers. Dit nummer moet niet openbaar gemaakt worden zo stelt Autoriteit Persoonsgegevens.

Het nieuwe btw-identificatienummer is voor extern gebruik en wordt bij contacten met de systemen van de Belastingdienst automatisch ‘vertaald’ naar het oude nummer. In de interne systemen van de Belastingdienst blijft het bestaande, btw-nummer (op basis van BSN) in gebruik. Dat kan ook omdat het hier gaat om interne verwerking door de overheid. Hiervoor is het BSN ook bedoeld.

Actie
Ondernemers hoeven zelf niet in actie te komen. De Belastingdienst heeft aangegeven dat deze binnen een termijn van een jaar alle eenmanszaken van een nieuw btw-identificatienummer kan voorzien. Verder heeft de Belastingdienst toegezegd de toekomstige wijzigingen goed te communiceren aan iedereen die geraakt wordt door implementatie van het nieuwe nummer.

Bron: Taxence

ZZP-ers in de NEN 4400 norm, wijziging per 1-1-2019

SNA introduceert per 1 januari a.s. enkele wijzigingen in de NEN 4400 norm met betrekking tot uitbesteden van werk of opdracht verstrekken aan ZZP-ers.

1. Er moet gebruik worden gemaakt van een door de belastingdienst positief beoordeelde modelovereenkomst.
2. Van de ZZP-er moet een uittreksel KvK in dossier zijn, max 3 maanden oud t.o.v. datum ondertekening overeenkomst.
3. Registratie van de kenmerken van het ID-bewijs: soort, nummer en geldigheidsduur. (dus géén kopie)
4. Er moeten passende beheersmaatregelen zijn getroffen om te borgen dat er conform de overeenkomst wordt gewerkt.

Een korte uitleg van de punten 1 en 4:

Ad 1: In de positief beoordeelde modelovereenkomsten staan alle punten die belangrijk zijn om juridisch en fiscaal te regelen. U moet wel duidelijk aangeven:
– Dat de punten die niet aangepast mogen worden ook niet zijn aangepast.
– Welke ander zinnen zijn aangepast
– Welke zinnen zijn toegevoegd
Dit kan door bijvoorbeeld te arceren of een kleur te geven.

Ad 4: Of er passende beheersmaatregelen zijn genomen wordt beoordeeld op basis van een interview. Dit is wellicht geen zware maar wel een belangrijke controle, het moet u helpen uw risico’s te beheersen. Ook al is de opschorting van de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) verlengd tot 1 januari 2020. Wat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking.

Let op: de Belastingdienst kan handhaven bij kwaadwillenden als zij de volgende drie criteria alle drie kan bewijzen:

1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Een voorbeeld van het belang van passende beheersmaatregelen:

U werkt met een buitenlandse ZZP-er:
BTW nummer en KvK inschrijving zijn kenmerken van ondernemerschap, dus
1. De buitenlandse KvK inschrijving voldoet
2. Het buitenlandse BTW nummer moet ook bekend zijn
De positief beoordeelde modelovereenkomst kan ook gebruikt worden.

U doet er goed aan om de samenwerking met uw ZZP-er kritisch te beoordelen;

1. Het is moeilijker om aan te tonen dat die buitenlandse ZZP-er daadwerkelijk een ZZP-er is. Die persoon kan bijvoorbeeld projecten in zijn eigen land doen en vervolgens een project in Nederland. Aan de ZZP-er om aan te tonen dat hij aan het criterium van meerdere opdrachtgevers voldoet en dat het geen frauduleus opzetje is.
2. Het gaat hier om concurrerende belastingdiensten, waarbij de Nederlandse Belastingdienst opbrengsten kan gaan missen, dus het ligt voor de hand dat men begint met de stelling dat er sprake is van een loondienstverband.

Tot slot: Wijzigingen in de norm worden van toepassing op ingangsdatum, dus niet met terugwerkende kracht.

Wijziging: Inzicht bedrijfsactiviteiten per 1 januari 2019

Per 1 januari 2019 wijzigt SNA de NEN 4400 norm, het SNA keurmerk. Dit vereist nu uw aandacht. Mogelijk moet u uw rekeningschema in de boekhouding aanpassen en daarmee ook het coderen van uitgaande en inkomende facturen.

De diverse activiteiten van een onderneming zijn niet altijd makkelijk uit de financiële administratie op te maken. Dit is wel van belang om uw risico’s in beeld te houden en daarmee ook een accurate en vlotte SNA inspectie mogelijk te maken. Om beter inzicht te krijgen in die activiteiten, vindt er met ingang van 1 januari 2019 een toevoeging plaats bij normelement 4.2.1.

Normelement 4.2.1 zal als volgt worden geformuleerd:
‘Voorts moet de onderneming: inzicht geven in de bedrijfsactiviteiten die door de onderneming worden uitgevoerd, waarbij de verschillende bedrijfsactiviteiten gegroepeerd uit de financiële administratie moeten blijken’.

Wat betekent dit voor uw onderneming?
Uit de financiële administratie zal duidelijk moeten blijken welke dienstverlening uw onderneming aanbiedt en inkoopt. Stelt u bijvoorbeeld werknemers ter beschikking, is er sprake van aanneming van werk of het accepteren van opdrachten, vindt er in- en doorleen plaats of is er sprake van inhuur van ZZP-ers (ook wel “tussenkomst” genoemd)? Ook kunt u activiteiten hebben die buiten de SNA inspectie vallen, zoals werving en selectie. Dit alles zal duidelijk uit uw administratie moeten blijken.

Hoe kunt u inzicht geven in de bedrijfsactiviteiten?
U bent vrij om te besluiten hoe u dit het beste kunt verwerken in de administratie, zolang het maar eenduidig uit de financiële administratie opgemaakt kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door de verschillende activiteiten apart te verwerken in het grootboekrekeningschema in uw administratie, zoals opbrengsten splitsen naar uitzenden, opdrachten/aannemen, e.d., inkoop splitsen naar inleen, inhuur derden, inhuur ZZP. De vorm van de inrichting staat u uiteraard vrij, zolang het inzichtelijk is voor de inspecteur.

Vanaf wanneer moet dit aangepast worden?
De aanpassing van de norm heeft betrekking op de financiële administratie vanaf 1 januari 2019.

Wij raden u aan om in overleg met uw boekhouder / administratiekantoor of accountant te kijken of uw administratie aanpassing behoeft en welke dan de best passende oplossing is.

Arbeidsovereenkomst of toch een opdrachtovereenkomst?

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft op 10 juli 2018 een uitspraak gedaan over de vraag of krantenbezorgers werkzaam bij Persgroep, werkzaam zijn geweest op basis van een arbeidsovereenkomst in plaats van een opdrachtovereenkomst.
De krantenbezorgers hebben met de rechtsvoorganger van de Persgroep een overeenkomt van opdracht gesloten.
Achteraf claimen de krantbezorgers dat ze een arbeidsovereenkomst hadden met de Persgroep in plaats van een opdrachtovereenkomst.

De opdracht die de krantenbezorgers hadden gesloten bestond uit het bezorgen van dagbladen of andere producten op door de opdrachtgever aangegeven adressen. De bezorgopdrachten inzake de ochtendkranten dienden door de weeks vóór 7.00 uur te zijn beëindigd. Er was geen verplichting om de opdrachten persoonlijk te verrichten en de bezorgers konden zich voor eigen rekening door anderen laten vervangen, dan wel laten bijstaan. Indien de krantenbezorgers ziek waren of op vakantie gingen, dienden zij zelf voor vervanging te zorgen.
De krantenbezorgers hebben vervolgens conform deze afspraken arbeid verricht. Achteraf claimen de krachtenbezorgers dat ze een arbeidsovereenkomst hadden met de Persgroep.

De uitspraak:
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst maar van een opdrachtovereenkomst.

De overwegingen hierbij waren:

I. Wat hebben partijen bedoeld toen zij de overeenkomst van opdracht hebben gesloten:

Het Gerechtshof legt dit uit aan de hand van de volgende feiten en omstandigheden.
a. In de overeenkomsten tussen de krantenbezorgers en de Persgroep is expliciet vermeld dat het gaat om overeenkomsten van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 BW.

b. Partijen hebben schriftelijk vastgelegd dat ze met het aangaan van de overeenkomst van opdracht uitdrukkelijk niet de bedoeling hebben om een arbeidsovereenkomst te sluiten.

c. Bij het aangaan van de rechtsverhouding stond volgens het Gerechtshof voorop dat de krantenbezorgers betaald werk zochten en dat zij op dat moment weinig belang hadden gehecht aan de aard van de rechtsverhouding die zij op het punt stonden aan te gaan. Het is aannemelijk dat ze achteraf de voorkeur hadden voor een arbeidsovereenkomst.

d. Of partijen bij het aangaan van de overeenkomsten van opdracht al dan niet uitgebreid hebben gesproken over de aard van de overeenkomsten en de gevolgen ervan voor de krantenbezorgers, dan wel dat zij dit al dan niet begrepen uit de tekst van de overeenkomsten, is niet van doorslaggevend belang bij het vaststellen van de partijbedoeling.

II. Op welke wijze hebben partijen uitvoering gegeven aan de overeenkomst van opdracht?

a. De werkzaamheden van de krantenbezorgers zijn zodanig eenvoudig van aard dat specifieke instructies van de Persgroep niet nodig zijn. Voor het bestaan van een gezagsverhouding is niet vereist dat daadwerkelijk aanwijzingen en instructies over de werkinhoud worden gegeven, voldoende is dat dergelijke aanwijzingen kúnnen worden gegeven. Niet blijkt dat de Persgroep werkinstructies heeft kunnen geven die wijzen op een gezagsverhouding. Het Gerechtshof laat doorschemeren dat de navolgende punten daarbij een rol kunnen spelen: voorschriften over kleding, wijze van vervoer of overige gedragsregels.

b. De krantenbezorgers hebben zich altijd mogen laten vervangen zonder dat zij daarvoor toestemming van de Persgroep hoefden. De vrijheid om zich al dan niet, in welke mate en (in principe) door wie dan ook te laten vervangen is vrij ruim. Er gelden wel beperkingen, zo dient een vervanger tijdig bij de Persgroep te worden aangemeld, maar deze meldplicht is slechts gericht op het voorkomen dat de Persgroep in strijd handelt met de Wet Arbeid Vreemdelingen of de Arbeidstijdenwet.

c. Het bezorgen van kranten geschiedt van oudsher op basis van een overeenkomst van opdracht, waarbij het in de praktijk veelvuldig voorkomt dat de bezorger zich voor kortere of langere tijd laat vervangen.

d. Het gaat om arbeid van een tot enkele uren per dag en bij ziekte dienen de krantenbezorgers zelf voor vervanging te zorgen.

Conclusie:
Wanneer er een overeenkomst van opdracht is gesloten en de opdrachtnemers werken ook volgens conform de overeenkomst dan is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst in gegeven omstandigheden. De intenties van partijen bij het aangaan van de overeenkomst wegen zwaar in deze uitspraak.
De krantenbezorgers hadden de afspraken duidelijk vastgelegd in een overeenkomst, het betrof zeer eenvoudig werk, de bezorgers konden zich vrij laten vervangen en kregen geen werkinhoudelijke instructies. Deze elementen hebben er voor gezorgd dat de krantenbezorgers geen gelijk hebben gekregen, maar dat zij conform een overeenkomst van opdracht werkten.

Lees hier de uitspraak en de overwegingen van het gerechtshof.