Nieuwe premies in 2019

Op 31 oktober is de Premie Sectorfonds gepubliceerd en op 20 november zijn de premies voor WW, WAO en Kinderopvang gepubliceerd. De WW-premie verschilt fors met wat er in de Rijksbegroting was aangekondigd. De premies voor de WW en Arbeidsongeschiktheid gaan omhoog. Daarnaast stijgt ook de premie Zorgverzekering iets. De premie Sectorfonds is vooral in de premiegroepen IIA, IB en IIB fors gedaald. De reserveringen voor vakantiedagen en feestdagen dalen in 2019, omdat er een feestdag minder is dan in 2018. Klik hier om de genoemde premies na te zien.

Gedifferentieerde Premie Werkhervattingskas (WHK-)premie
De belangrijkste variabele voor de kostprijs zal net als de afgelopen jaren de Gedifferentieerde Premie Werkhervattingskas (WHK-premie) zijn. De sectoraal bepaalde premie voor kleine werkgevers is voor sector 52 gestegen, maar de premie voor individuele uitzendorganisaties kan daar sterk van afwijken, afhankelijk van het verzuim dat zij hadden in 2017. U ontvangt een beschikking voor de WHK-premie begin december.
Er geldt een bezwaartermijn van 6 weken. Indien u niet zeker weet of de premieberekening correct is, dan kunt u binnen deze termijn schriftelijk bezwaar indienen. U ontvangt dan een overzicht met alle ziekmeldingen die tot een WGA en/of ZW-uitkering geleid hebben en kunt controleren of dit overzicht correct is en daarmee de schadelast die aan uw onderneming is toekend ook gebaseerd is op de juiste grondslag. Onjuistheden in deze berekening kunnen gevolgen hebben in de hoogte van de premie van komend jaar en mogelijk ook het daarop volgende jaar.  De basispremies kleine werkgevers vindt u hier in tabel 2.1.

Pensioenpremies StiPP
Het premiepercentage wordt jaarlijks door het bestuur van het pensioenfonds vastgesteld en kan dus ieder jaar wijzigen. Of dit voor 2019 gaat gebeuren is op dit moment nog niet bekend. De uurfranchise voor het Pluspensioen en het maximum pensioengevend uurloon worden vaak pas eind december bekend gemaakt door StiPP.

Netto vergoedingen:
De regelingen met betrekking tot de onbelaste reiskostenvergoeding veranderen niet in 2019. De maximale onbelaste km-vergoeding blijft
€ 0,19.

Premies en reserveringen 2019:
Flexnieuws heeft zoals ieder jaar een overzicht gemaakt van alle premies en de reserveringen die gelden voor de uitzendbranche (ABU-leden en volgers (AVV-ABU) en NBBU-leden uitgesplitst). Klik hier om het overzicht te raadplegen.

 

Nieuwe wet ZZP-er laat nog een jaar op zich wachten

De uitwerking van de nieuwe zzp-wet heeft minstens een jaar vertraging opgelopen. Mogelijk omdat de Europese Commissie niet achter de invulling staat. De nieuwe wet zal pas in 2021 in werking treden.

In de nieuwe wet, die schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden moet voorkomen, wordt bescherming van zelfstandige ondernemers met lage tarieven opgenomen. Dit is een pijnpunt in de nieuwe wet.

Het gaat om de bescherming van schijnzelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Vaak lijkt het in de praktijk dat de werkgevers deze zelfstandigen in dienst hebben maar doordat ze als zelfstandig ondernemer worden ingehuurd, hoeven de werkgevers geen belastingen en premies af te dragen. Op deze manier zijn deze krachten goedkoop voor de werkgever.

Bij 15 tot 18 euro is er sprake van een laag uurloon. Het kabinet wil dat deze ZZP-ers, mits ze al drie maanden op deze manier werkzaamheden verrichten, een vast contract krijgen. Daarom kan deze maatregel ook worden gezien als de invoering voor het minimumtarief voor ZZP-ers.

Schending EU-recht
Koolmees constateert naar aanleiding van de gesprekken met de Europese Commissie dat deze maatregelen mogelijk in strijd zijn met EU-recht. Hoe de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting van zelfstandigen met een laag inkomen onder de nieuwe wet zijn geregeld, zou niet stroken met de Europese wetgeving.

De minister heeft aangegeven te werken aan alternatieven. Hij denkt dat deze alternatieven wel worden goedgekeurd door de Europese Commissie. De minister heeft aangegeven dat er voor de zomer van 2019 een toelichting zal komen op de nieuwe plannen.

Wet DBA
Tot 2021 blijft de Wet DBA van kracht. Tot die tijd zal er gewerkt moeten worden met een goedgekeurde modelovereenkomst.

Bron: Nu.nl

Blog: Belastingdeel heffingskortingen

Belastingdeel heffingskortingen vanaf 1 januari 2019 alleen nog voor inwoners van Nederland

Eerder berichtten wij u over het feit dat vanaf januari 2019 het belastingdeel in de algemene heffingskorting niet meer toegepast kan worden voor werknemers die inwoner zijn van een ander land. Hetzelfde geldt voor het belastingdeel in de arbeidskorting, zij het dat deze nog wel kan worden toegepast door inwoners van een andere EU-lidstaat/EER-land/Zwi/BES (de zogeheten ‘landenkring’).
Lees meer

BTW wijzigingen per 01-01-2019

Voor 2019 staan er veel wijzigingen op stapel op het gebied van de BTW. Zorg dat u tijdig bent geïnformeerd en bereid uw administratie hierop voor. Na meer dan 25 jaar gaat het systeem van intracommunautaire leveringen op de schop. Zie geheel onderaan wat er gaat veranderen.

Behalve deze ingrijpende wijziging voor handel met andere EU-landen, staat er nog veel meer te gebeuren.

Wijzigingen per 1 januari 2019 BTW van 6% naar 9%

Het verlaagde tarief stijgt van 6% naar 9%. De belastingdienst zal niet gaan naheffen op in 2018 betaalde prestaties die pas in 2019 gaan plaatsvinden. Dit om ondernemers niet met extra administratieve lasten op te zadelen. Het is belangrijk uw administratie goed in te richten en voor te bereiden op het nieuwe tarief. Ook is het belangrijk om het moment van leveren van de diensten of goederen goed vast te leggen zodat er een juiste onderbouwing is welk tarief u dient te factureren.

Brexit 29 maart 2019

Het Verenigd Koninkrijk (VK) verlaat op 29 maart 2019 de EU. Op moment van schrijven lijkt een voorlopig akkoord te zijn bereikt, dat echter in hoog tempo weer onder druk komt te staan. Zou het toch tot een harde Brexit komen, dan hebben transacties tussen partijen uit het VK en EU-lidstaten geen intracommunautair karakter meer met alle gevolgen van dien.

Wijzigingen in e-commerce

Vanaf 1 januari 2019 mogen ondernemers die voor minder dan € 10.000 per jaar aan digitale diensten verlenen aan particulieren in andere landen van de EU ervoor kiezen om het Nederlandse btw-percentage te berekenen, aan te geven en af te dragen.
Op dit moment moeten ondernemers die digitale diensten verlenen aan particulieren die in andere EU-lidstaat wonen, de btw van het land waar die particulier woont afdragen.

Daarnaast hoeft nog maar één bewijsstuk te worden aangeleverd van de woonplaats van de particulier. Dit laatste geldt alleen als de omzet per jaar van digitale diensten aan particulieren in andere EU-lidstaten minder dan € 100.000 bedraagt.

De ondernemer die goederen verkoopt via zijn webwinkel hoeft zich in 2021 en latere jaren niet langer te laten registeren in de landen waar hij de drempels voor afstandsverkopen heeft overschreden. De ondernemer die voor meer dan € 10.000 per jaar aan verkopen aan particulieren in andere EU landen verricht, moet weliswaar de btw van het land van de particulieren berekenen maar mag deze buitenlandse btw op een One-Stop Shop (OSS) aangifte afdragen. Ook de buitenlandse btw die een ondernemer verschuldigd is voor het verrichten van de op de B2B hoofdregel uitgezonderde diensten kan op een OSS aangifte worden afgedragen. De vrijstelling op invoer van goederen met een geringe waarde (€ 22) wordt afgeschaft en zal worden vervangen door een speciaal vereenvoudigd invoer regime voor zendingen tot € 150.

Vervanging kleineondernemersregeling

De kleineondernemersregeling wordt per 1 januari 2020 vervangen door een omzet gerelateerde vrijstelling. Wil een ondernemer deze vrijstelling al op 1 januari 2020 toepassen, dan moet hij voor 20 november 2019 een verzoek indienen. Als de ondernemer dan op jaarbasis voor minder dan € 20.000 aan omzet heeft die in Nederland aan de heffing van btw is onderworpen, mag hij geen btw vermelden op zijn facturen en heeft hij geen recht op aftrek van voorbelasting. De regeling gaat ook voor rechtspersonen gelden.

Nieuw Btw-systeem verkopen EU-ondernemers per 1 juli 2022

Er komt een nieuw Btw-systeem voor verkopen aan ondernemers binnen de EU. Als men nu goederen levert aan een ondernemer in een ander EU land, is dat een intracommunautaire levering. Deze is met 0% btw belast in het land van vertrek van de goederen. De afnemer geeft een intracommunautaire verwerving aan in het land van aankomst van de goederen.

Met ingang van 1 juli 2022 gaat dit veranderen en moet de ondernemer de btw van het land van aankomst berekenen aan zijn afnemer. Alleen als de afnemer als een ‘Certified Taxable Person’ is aan te merken, zou de heffing van de btw van het bestemmingsland naar hem worden verlegd. Veel lidstaten, waaronder Nederland, zijn tegen de invoering van dit concept. Het is de vraag of het idee van de ’Certified Taxable Person’ het gaat halen.

Bron: Taxence

Blog: Correcte loonbetaling, PayOk helpt!

Het juiste loon betalen aan uw medewerkers. Dat klinkt vanzelf sprekend. Ondernemers in de flexbranche weten dat het correct uitbetalen van hun uitzendkrachten een uitdaging kan zijn. Eentje die men goed wil beheersen. Zeker aangezien er vanuit de politiek en branche steeds meer controle druk is die ondernemingen diep in de portemonnee kan raken. Lees meer

Wet arbeidsmarkt in Balans

Op 7 november 2018 heeft minister Koolmees van Sociale Zaken het Wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans ingediend bij de Tweede Kamer. De lagere regelgeving die bij dit wetsvoorstel hoort is ook bekend gemaakt en geplaatst op internetconsultatie.nl.
Het gaat om regelingen op het gebied van arbeidsrecht en WW waaronder nadere regels voor oproepkrachten en de hoge en lage WW-premie en afschaffing van de Sectorfondsen.

Het wijzen van huidige systematiek van indeling van ondernemingen in Sectorfondsen betreft een zeer ingrijpende wijziging die voor alle ondernemingen in Nederland consequenties zal hebben. Daar het nog om een Wetsvoorstel gaat is het nog geen Wet. Het is belangrijk de strekking van het Wetsvoorstel en de ontwikkelingen hieromtrent goed in de gaten te houden. Wanneer dit Wetsvoorstel aangenomen wordt zal vooral voor uitzendbureaus en payrollorganisaties dit grote invloed hebben op de kostprijsberekening en de concurrentiepositie en de transparantie in de kostprijsberekening. De zogenaamde ‘vak sectoren’ worden hiermee afgeschaft.

Het betreft de volgende onderwerpen en lagere regelgeving:

Lagere WW-premie bij vast contact
De WW-premie wordt voor alle werkgevers voordeliger als ze een werknemer een vaste baan aanbieden in plaats van een tijdelijk contract uitzendcontract. Nu is de hoogte van de WW-premie afhankelijk van de sector waarin een bedrijf actief is. Voor uitzendbedrijven is dit in de regel sector 52. Deze systematiek van sectorindeling wordt voor alle ondernemingen afgeschaft.

In het conceptbesluit die op internetconsultatie.nl is geplaatst, worden drie onderwerpen geregeld in verband met deze maatregel.
1. Het vaste verschil tussen de hoge en lage WW-premie is vastgesteld op vijf procent punten.
Voorbeeld: indien de lage premie 1% is, is de hoge premie 6%.
2. Vier situaties worden vastgelegd waarin de werkgever met terugwerkende kracht de hoge premie moet afdragen (nadat in eerste instantie de lage premie is toegepast, maar er dus achteraf niet voldaan wordt aan de voorwaarden hiervoor):

Het gaat om de volgende vier situaties:
• De dienstbetrekking wordt binnen vijf maanden na aanvang beëindigd (gelijk aan de nieuwe maximale proeftijd voor onbepaalde tijd contracten).
• De werknemer krijgt binnen een kalenderjaar meer dan 30% van de uren verloond dan die contractueel voor dat jaar overeengekomen zijn.
• De werknemer krijgt binnen een jaar na aanvang van de dienstbetrekking een WW-uitkering
door arbeidsuren- of inkomstenverlies die in eerste instantie bij de werkgever contractueel overeengekomen waren.
• De werknemer krijgt een WW-uitkering toegekend, terwijl maximaal een jaar eerder bij dezelfde werkgever het lage percentage voor herziening in aanmerking kwam omdat aan dezelfde werknemer binnen een jaar na de aanvang van de dienstbetrekking een WW-uitkering werd toegekend op grond van diezelfde dienstbetrekking.

3. In verband met de opheffing van de sectorfondsen worden enkele lasten overgeheveld naar andere fondsen.

Premiedifferentiatie werknemersverzekeringen
Ook moet in verband met de premiedifferentiatie in de WW een regeling worden aangepast.
a) Enkele bepalingen in verband met de afschaffing van de sectorfondsen vervallen.
b) Het overgangsrecht betreffende de sectoraansluiting van uitzendbedrijven wordt afgeschaft* en er komen nieuwe regels ten aanzien van de sectoraansluiting van payrollbedrijven.

* Het betreft hier het overgangsrecht ingevoerd door voormalig Minister Asscher t.a.v. de afschaffing van de uitzonderingsregels van vaste indeling uitzendbedrijven in sector 52 in 2017 en de door Minister Koolhaas doorgevoerde aanvullende wijzigingen hierop in 2018.

Maatregel voor oproepkrachten
Om verplichte permanente beschikbaarheid van oproepkrachten te voorkomen worden er maatregelen genomen.
1. Een werknemer moet minstens 4 dagen van te voren opgeroepen worden. Tevens houden oproepkrachten recht op loon als het werk wordt afgezegd.
2. Bij CAO kan de termijn van 4 dagen worden verkort tot 1 dag.
3. Het derde besluit geeft duidelijkheid welke arbeidsovereenkomsten niet worden gezien als oproepovereenkomst. Dit betreft arbeidsovereenkomsten met vergoede consignatiediensten of vergoede beschikbaarheidsdiensten in de zorg.

Compensatie transitievergoeding einde onderneming:
Voor kleinere werkgevers komt er een regeling om de transitievergoeding te compenseren als deze hun bedrijf moeten beëindigen wegens ziekte of pensionering. In het conceptbesluit zijn de voorwaarden opgenomen waaronder de werkgever voor deze betaalde transitievergoeding wordt gecompenseerd.

Recht op transitievergoeding vanaf de eerste dag
Werknemers krijgen vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding, ook tijdens de proeftijd. Door deze maatregel moet ook een loon per maand berekend kunnen worden als er geen volledige maand is gewerkt. Het Besluit loonbegrip wordt aangevuld met een regeling van arbeidsovereenkomsten die korter dan een maand duren.

Scholingskosten in mindering op transitievergoeding
Daarnaast is ook een conceptbesluit op internetconsultatie geplaatst die geen grondslag vindt in het wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans.
In dit conceptbesluit worden de mogelijkheden om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding verruimd. Werkgevers kunnen voortaan niet alleen inzetbaarheidskosten voor de werknemer in mindering brengen op de transitievergoeding die gericht zijn op een andere functie bij een andere werkgever, maar ook inzetbaarheidskosten die gericht zijn op een andere functie in de eigen onderneming van de werkgever.

Pensioenregeling payrollwerknemers
Eén besluit onder het Wetsvoorstel arbeidsmarkt in balans is nog niet gepubliceerd. Dat is een conceptbesluit dat regelt aan welke voorwaarden een adequate pensioenregeling voor payrollwerknemers moet voldoen. Dit besluit wordt nog uitgewerkt en op een later moment openbaar gemaakt voor internetconsultatie. De voorwaarden waaraan de adequate pensioenregeling dient te voldoen vergen nog nadere uitwerking.

Bron: Rijksoverheid

Nieuwe website van de Belastingdienst voor ondernemers

De Belastingdienst wil het ondernemers nog wat makkelijker maken. Er is een nieuwe website speciaal voor ondernemers. Zij kunnen vanaf de luie bank aangifte doen, want de site werkt ook beter op smartphones en tablets.

ZZP’ers en eenmanszaken
Vanaf 3 januari 2019 is Mijn Belastingdienst Zakelijk in de lucht. ZZP’ers en eenmanszaken kunnen daar terecht om hun BTW aangifte te doen of die te corrigeren. Tevens kunnen zij ook een rekeningnummer wijzingen via de site en een opgaaf intracommunautaire prestaties doen. Deze opgaaf is nodig als een onderneming diensten of goederen levert aan zakelijke klanten in andere landen binnen de Europese Unie.

Andere ondernemingen
Later in 2019 kunnen ook andere ondernemingen terecht op deze site. Zij kunnen dan inloggen via een zogenoemd eHerkenningsmiddel. Dit is een digitale sleutel waarmee een onderneming in kan loggen bij allerlei overheidsinstanties. Er zijn zes verschillende leveranciers van eHerkenning en er zijn ook verschillende ‘veiligheidsniveaus’. Eenmanszaken en ZZP’ers loggen in met hun DigiD en hebben daarmee geen eHerkenningsmiddel nodig.

Loonheffing en vennootschapsbelasting
De nieuwe ondernemershoek is begonnen met de BTW, maar in de loop van 2019 moeten ondernemingen hier ook terechtkunnen voor de aangifte loonheffingen en vennootschapsbelasting. Voorlopig blijft de huidige website voor ondernemers bestaan en dezelfde functionaliteiten behouden. Maar uiteindelijk gaat Mijn Belastingdienst Zakelijk deze site vervangen voor diverse diensten en communicatie met de belastingdienst.

Bron: Rendement

Opdrachtgever eist PayOK-certificaat van zijn uitzendbureaus

Check op naleving Wet Aanpak Schijnconstructies

Dienstverlener Brand Energy & Infrastructure Services is de eerste opdrachtgever die van al zijn uitzendbureaus eist dat ze een PayOK-certificaat hebben. Volgens stichting PayOK worden dat er gauw meer.

PayOK is een nieuw certificaat voor uitzendbureaus en onderaannemers. Met dit keurmerk laten de bedrijven zien dat ze hun werknemers belonen volgens de cao. Dat is namelijk belangrijk voor opdrachtgevers.

De eerste vier uitzenders ontvingen vrijdag hun certificaat. De keurmerken werden uitgereikt op het hoofdkantoor van Brand Energy & Infrastructure Services, de eerste opdrachtgever die het certificaat verplicht stelt voor zijn uitzenders. De eerste gecertificeerde uitzendbureaus zijn Jenz Engineering BV, Oranjeflex BV, Stammes Recruitment BV en Technojobs BV.

Chris Slootweg (derde van rechts) van Brand Energy tussen de gecertificeerde uitzendbureaus.

Wet Aanpak Schijnconstructies
Het keurmerk voor uitzendbureaus is een initiatief van certificeringsbureau Cicero. De aanleiding voor het nieuwe certificaat is de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). In die wet staat dat ondernemers aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de juiste beloning van werknemers in de hele keten, dus ook werknemers die in dienst zijn bij een onderaannemer of uitzendbureau. Als een uitzender de werknemers niet betaalt conform de cao, kunnen die werknemers het te weinig ontvangen loon opeisen bij de hoofdopdrachtgever.

Verantwoordelijkheid nemen
“Als ketenpartij is Brand Energy zelf natuurlijk ook geaudit”. Zulke situaties wil dienstverlener Brand Energy & Infrastructure Services B.V. voorkomen. “We willen zeker weten dat uitzendbureaus waar we zaken mee doen zich houden aan de cao’s”, zegt Chris Slootweg, manager Flex Labour bij het bedrijf. “We nemen onze verantwoordelijkheid en vinden dat alle opdrachtgevers dit zouden moeten doen. Onderbetaling gaat ten koste van de medewerkers en ondermijnt normale concurrentieverhoudingen. We geven zelf het goede voorbeeld door ook aan het keurmerk te voldoen.”

Voor Slootweg past dit keurmerk bij het MVO beleid van Brand Energy en doet de organisatie op deze manier een uiterste inspanning om risico’s in het kader van ketenaansprakelijkheid af te dekken.

 


Meer bedrijven volgen

Brand Energy is de eerste opdrachtgever die het keurmerk eist van uitzenders en onderaannemers. Volgens directeur Gerlof Roubos van stichting PayOK volgen er gauw meer. “De belangstelling voor PayOK is groot”, zegt hij. “Vooral vanuit bedrijven die werken met veel uitzendbureaus en onderaannemers krijgen we vragen. Deze bedrijven willen het risico op loonclaims voorkomen.”

Daar is hij blij mee. “Dit is een zeer goede ontwikkeling en past precies bij het oogmerk van de Wet Aanpak Schijnconstructies.”

De uitzendbureaus aanwezig bij de uitreiking noemde de audits pittig, maar ook zeer welkom. “Een onafhankelijk certificaat is voor onderscheid in de markt. Voor ons is het ook veel efficiënter wanneer je een keer goed geaudit wordt in plaats van losse audits van opdrachtgevers”

Onafhankelijke toetsing
Meer opdrachtgevers vragen om een keurmerk en uitzendbureaus komen aan die wens tegemoet. Volgens Van Leeuwen is de inspectie bij tientallen andere bedrijven in volle gang. “De afgelopen elf jaar heb ik de uitzendbranche steeds professioneler zien worden”, vertelt hij.

Uitzendbureaus willen laten zien dat ze betrouwbaar zijn en vakkundig werken. Een keurmerk helpt daarbij.

Opdrachtgevers en uitzenders vinden het soms nog lastig om te voldoen aan de wet. Hoe komt dat? Directeur Theo van Leeuwen van inspectiebureau Cicero: “Je moet echt transparante afspraken maken als opdrachtgever en uitzender. Als het mis gaat, komt dat vaak door gebrek aan informatie. Als een uitzendbureau niet weet onder welke cao iemand gaat werken, kan hij ook niet zorgen voor de juiste beloning.”

Voordat je zo’n certificaat krijgt, moet je dus heldere afspraken maken. Verder is goede voorbereiding belangrijk, vertelt Van Leeuwen. “We toetsen niet alleen op procedures, maar ook op de werking van die procedures.”

Echt anders
Van Leeuwen benadrukt dat het echt een andere methode is dan bijvoorbeeld de controle van het SNA Keurmerk NEN4400-1. De inspecteurs kijken naar de procedures en systemen die een uitzendbureau gebruikt, vervolgens beoordelen ze de risico’s per sector. Die controle per sector is veelal nieuw voor uitzenders. Slootweg van Brand Energy bevestigt de noodzaak daartoe: “FNV heeft de branche op dat vlak goed de spiegel voorgehouden. De NEN-normen die gelden voor de uitzendbureaus voldoen niet voor een echte controle op naleving van de CAO’s.”

De toetsing wordt uitgevoerd door onafhankelijke, geaccrediteerde inspectie-instellingen. Bureau Cicero heeft de PayOK-norm ontwikkeld, maar je kunt dus als uitzendbureau bij meer partijen terecht. Om te zorgen dat de certificering objectief is, heeft Cicero namelijk een stichting opgericht. Stichting PayOK beheert de norm en het register. De toetsing en inspectie omvatten de cao-regelingen van alle Nederlandse bedrijfstakken.

Bron: Zipconomy.nl 

ZZP-ers in de NEN 4400 norm, wijziging per 1-1-2019

SNA introduceert per 1 januari a.s. enkele wijzigingen in de NEN 4400 norm met betrekking tot uitbesteden van werk of opdracht verstrekken aan ZZP-ers.

1. Er moet gebruik worden gemaakt van een door de belastingdienst positief beoordeelde modelovereenkomst.
2. Van de ZZP-er moet een uittreksel KvK in dossier zijn, max 3 maanden oud t.o.v. datum ondertekening overeenkomst.
3. Registratie van de kenmerken van het ID-bewijs: soort, nummer en geldigheidsduur. (dus géén kopie)
4. Er moeten passende beheersmaatregelen zijn getroffen om te borgen dat er conform de overeenkomst wordt gewerkt.

Een korte uitleg van de punten 1 en 4:

Ad 1: In de positief beoordeelde modelovereenkomsten staan alle punten die belangrijk zijn om juridisch en fiscaal te regelen. U moet wel duidelijk aangeven:
– Dat de punten die niet aangepast mogen worden ook niet zijn aangepast.
– Welke ander zinnen zijn aangepast
– Welke zinnen zijn toegevoegd
Dit kan door bijvoorbeeld te arceren of een kleur te geven.

Ad 4: Of er passende beheersmaatregelen zijn genomen wordt beoordeeld op basis van een interview. Dit is wellicht geen zware maar wel een belangrijke controle, het moet u helpen uw risico’s te beheersen. Ook al is de opschorting van de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) verlengd tot 1 januari 2020. Wat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking.

Let op: de Belastingdienst kan handhaven bij kwaadwillenden als zij de volgende drie criteria alle drie kan bewijzen:

1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Een voorbeeld van het belang van passende beheersmaatregelen:

U werkt met een buitenlandse ZZP-er:
BTW nummer en KvK inschrijving zijn kenmerken van ondernemerschap, dus
1. De buitenlandse KvK inschrijving voldoet
2. Het buitenlandse BTW nummer moet ook bekend zijn
De positief beoordeelde modelovereenkomst kan ook gebruikt worden.

U doet er goed aan om de samenwerking met uw ZZP-er kritisch te beoordelen;

1. Het is moeilijker om aan te tonen dat die buitenlandse ZZP-er daadwerkelijk een ZZP-er is. Die persoon kan bijvoorbeeld projecten in zijn eigen land doen en vervolgens een project in Nederland. Aan de ZZP-er om aan te tonen dat hij aan het criterium van meerdere opdrachtgevers voldoet en dat het geen frauduleus opzetje is.
2. Het gaat hier om concurrerende belastingdiensten, waarbij de Nederlandse Belastingdienst opbrengsten kan gaan missen, dus het ligt voor de hand dat men begint met de stelling dat er sprake is van een loondienstverband.

Tot slot: Wijzigingen in de norm worden van toepassing op ingangsdatum, dus niet met terugwerkende kracht.