Gevolgen WAB voor StiPP Pensioen

Op 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden. De WAB moet ervoor zorgen dat payrollwerknemers dezelfde arbeidsvoorwaarden hebben als werknemers met gelijke of gelijkwaardige functies die in dienst zijn van de inlener. Een onderdeel hiervan is een adequaat pensioen, welke vanaf 01 januari 2021 gaat gelden. Lees hier verder over de gevolgen WAB voor StiPP Pensioen. Lees meer

Gelijke beloning voor gedetacheerden uit het buitenland

Gelijke beloning voor gelijk werk op dezelfde plaats. Het belangrijkste gevolg van de implementatiewet herziene detacheringsrichtlijn die minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede kamer heeft gestuurd. De richtlijn moet uiterlijk op 30 juli 2020 geïmplementeerd zijn.

Maar dit is toch reeds zo geregeld via de Detacheringsrichtlijn en in de wet WAADI die daarmee ook voor medewerkers van in het buitenland gevestigde uitleners (werkgevers) van toepassing is?

Dat is juist. Maar er gaat wat veranderen: werknemers uit andere EU-lidstaten die voor hun buitenlandse werkgever tijdelijk in Nederland komen werken voor een tijdelijke klus krijgen straks daarnaast ook nog recht op aanvullende voorwaarden.

Op grond van de detacheringsrichtlijn uit 1996 hebben deze werknemers al recht op een aantal Nederlandse arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Die zijn vastgelegd in wettelijke bepalingen of in algemeen verbindend verklaarde cao’s.

De arbeidsvoorwaarden waar ze nu al recht op hebben zijn onder meer minimumbeloning (gelijk loon in gelijke functie), werk- en rusttijden, vakantiedagen, arbeidsomstandigheden en gelijke behandeling.

Huisvesting en aanvullende vergoedingen

Om gedetacheerde werknemers te beschermen is een uitbreiding wetsvoorstel van de bestaande Detacheringsrichtlijn uit 1996 gedeponeerd .

Er komen dan per 30 juli 2020 nieuwe bepalingen bij over aanvullende vergoedingen en met betrekking tot de huisvesting.

Indien een gedetacheerde werknemer meer dan twaalf maanden in Nederland heeft gewerkt, gelden er nog meer arbeidsvoorwaarden waarop deze medewerker recht krijgt. Dit houdt in dat vrijwel het hele wettelijke regime van het werkland van toepassing wordt.  Het ontslagrecht en de aanvullende bedrijfspensioenregelingen zijn uitgezonderd.

Onder voorwaarden bestaat de mogelijkheid om de periode van twaalf maanden te verlengen naar achttien maanden.

Door de nieuwe detacheringsrichtlijn worden de rechten van gedetacheerde uitzendkrachten bijna geheel gelijk gesteld met de rechten van de Nederlandse uitzendkrachten. Uitzendbureaus blijven verantwoordelijk voor hun werknemers. Dit geldt dus ook als de uitzendkracht door de opdrachtgever wordt uitgezonden naar een tweede opdrachtgever.

Belangrijk voor de praktijk

Het is voor u als inlener van groot belang om te weten waar de door u ingehuurde uitzendkracht vandaan komt. Weet u, wanneer u een uitzendkracht van een in Nederland gevestigd uitzendbureau inleent, ook of deze medewerker daadwerkelijk in dienst is van dit uitzendbureau? Of wordt de medewerker ingeleend en doorgeleend door dit uitzendbureau? En is de medewerker feitelijk in dienst van een in het buitenland gevestigd uitzendbureau?

Wanner er duidelijke schriftelijke afspraken gemaakt zijn met uw uitlener, dan komt u niet voor verrassingen te staan.

Niet alleen de beloning wordt anders, ook de meldingsplicht en daarmee ook uw controleplicht voor de aanmelding van deze buitenlandse inleenkracht. Deze zijn voor u als eindklant in de keten ook uw (eind)verantwoordelijkheid.

Maak over de keten afspraken met uw uitlener. Hiermee borgt u dat de juiste verplichtingen door alle ketenpartijen uitgevoerd worden. Ook zorgt u ervoor dat de juiste informatie bij de juiste partij komt. In dit geval uw interne (cao)beloningsgegevens bij het buitenlandse uitzendbureau.

Bron: Salarisnet

Bron: Flexnieuws

Heeft u vragen? Wij komen graag met u in contact!

30% regeling in 2020 – alle belangrijke aspecten

30% regeling in 2020 – belangrijkste aspecten | Het is mogelijk om van werkgever te wisselen met behoud van de 30%-regeling. Hoe dit in zijn werk gaat en wat de 30% regeling inhoud leest u in dit artikel.

Lees meer

Inwerkingtreding meldingsplicht van de WagwEU

Op 1 maart 2020 zal de langverwachte meldingsplicht in werking treden. Deze meldingsplicht volgt uit de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagwEU), welke op 18 juni 2016 in werking is getreden. Deze wet geldt voor werkgevers (dienstverrichters) uit landen binnen de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland, die in Nederland een tijdelijke opdracht uit gaan voeren. Als er niet aan de meldingsplicht wordt voldaan, kunnen zowel de dienstverrichter als de dienstontvanger een boete krijgen van €12.000,- per niet gemelde werknemer.

Meldloket

Via een online meldloket dienen meldingen gemaakt te worden. Bij dit online meldloket zal onder meer het volgende aangegeven dienen te worden:

  1. welke werkzaamheden er verricht worden
  2. in welke periode
  3. of medewerkers meegenomen worden
  4. de komst van iedere gedetacheerde werknemer moet worden gemeld
  5. de meldingen kunnen vanaf 01 februari 2020 gedaan worden

Van groot belang is dat op de Nederlandse werkgever vervolgens een controleplicht rust. Deze werkgever dient na te gaan of uiterlijk op de dag van aanvang van de werkzaamheden de melding juist en volledig is gedaan.

Verschil dienstverrichters, zelfstandigen en dienstontvangers

In de WagwEU wordt een onderscheid gemaakt tussen dienstverrichters, zelfstandigen en dienstontvangers.
Een dienstverrichter volgens de WagwEU is een buitenlandse werkgever die tijdelijk:

  • Met eigen personeel naar Nederland komt om werkzaamheden te verrichten; of
  • Vanuit een multinationale onderneming medewerkers detacheert naar een eigen vestiging in Nederland; of
  • Als buitenlandse uitzendondernemer uitzendkrachten ter beschikking stelt in Nederland.

In sommige gevallen dienen zelfstandigen, die een tijdelijke opdracht in Nederland komen uitvoeren, zich ook te melden.
Dienstontvangers zijn de opdrachtgevers/klanten waarvoor de buitenlandse werkgever (dienstverrichter) of zelfstandige aan het werk gaat.

Huurt een buitenlandse werkgever of zelfstandige een ander bedrijf in om bij de Nederlandse klant/opdrachtgever in Nederland aan de slag te gaan, dan is er sprake van onderaanneming. De dienstontvanger in deze situatie is de buitenlandse werkgever of zelfstandige. Het derde bedrijf dient zijn eigen personeel te melden en de buitenlandse werkgever of zelfstandige dient de melding te controleren.

Benodigde gegevens meldingsplicht

De buitenlandse werkgevers moet bij het melden in ieder geval melding maken van de:

  • identiteit van de melder
  • bedrijfsgegevens
  • contactpersoon (artikel 7 WagwEU)
  • identiteit van de klant/opdrachtgever
  • sector waarin de activiteiten in Nederland worden uitgevoerd
  • locatie van de werkplek
  • verwachte duur van de werkzaamheden
  • identiteit van de persoon die verantwoordelijk is voor de uitbetaling van het loon
  • identiteit van de werknemers die in Nederland komen werken
  • De aanwezigheid van een A1-verklaring of een andersoortig bewijs dat aantoont waar de sociale premies betaald worden voor de werknemer(s).

Zelfstandigen die meldingsplichtig zijn dienen onder meer hun identiteit, de identiteit van de opdrachtgever/klant, de sector waarin de activiteiten uitgevoerd worden, de locatie van de werkplek, de duur van de werkzaamheden en informatie over de sociale premies te melden.

Bron: Ploum

Bron: posted workers I,

Bron: posted workers checklist buitenlandse werkgevers

Bron: posted workers checklist zelfstandigen

Bron: vanzijl advocaten

Ik wil meer informatie

De opvolger van de Wet DBA

,De laatste weken is er veel gesproken over de WAB, maar ook de opvolger van de Wet DBA; Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring zijn geintroduceerd.

De Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring

De Wet DBA is sinds de introductie een veel besproken onderwerp. Een vervanger van deze wet was noodzakelijk en is om deze reden ook aangekondigd in het regeerakkoord. In oktober 2019 is de vervanger van de Wet DBA eindelijk gepubliceerd, namelijk de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring. Deze nieuwe wet moet ZZP-ers en hun opdrachtgevers meer zekerheid geven, kan de arbeidsrelatie beter aangeduid worden en wordt schijnzelfstandigheid voorkomen. De wet is nog in concept en dient nog behandeld te worden in de Eerste en Tweede Kamer.

In de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring zijn twee belangrijke zaken opgenomen, namelijk:

  1.  Een minimumtarief van 16,00 euro per uur voor zelfstandigen
  2.  De zelfstandigenverklaring
Het minimumtarief voor ZZP-ers

Het minimumtarief gaat vanaf 2021 voor alle ZZP-ers gelden en voor alle uren die een ZZP-er aan een opdracht besteedt. Het tarief is exclusief directe kosten die een ZZP-er voor een opdracht moet maken. Kosten voor bijvoorbeeld materiaal vallen buiten het minimumtarief van 16,00 euro per uur. Jaarlijks zal het minimumtarief op 01 januari geïndexeerd worden aan de hand van het sociaal minimum.

De opdrachtgever is volgens dit wetsvoorstel straks verantwoordelijk voor de betaling van het minimumtarief. Om deze reden wordt het nog belangrijker om vooraf een goede inschatting te maken van de verwachte hoeveelheid uren die aan de opdracht gaat worden besteed. Als achteraf blijkt dat de uren overschreden zijn, dient de opdrachtgever op basis van de daadwerkelijke kosten en bestede uren te beoordelen of hij nog het minimumtarief aan de ZZP-er heeft betaald.

Opgestelde lijst

In het wetsvoorstel is een lijst opgesteld van kosten en/of uren die wel tot de opdracht toegerekend dienen te zijn, namelijk de kosten en/of uren voor:

  • de voorbereiding van de opdracht
  • de feitelijke uitvoering van de opdracht
  • de uitvoering van de opdracht
  • het reizen van en naar de opdracht
  • vervoer in het kader van de opdracht (zie onderstaande voor eventuele uitzondering)

Tevens zijn er ook een aantal zaken opgenomen die in elk geval niet direct toerekenbaar zijn, namelijk de kosten en/of tijd voor:

  • vervoer van en naar de vaste woon- of verblijfplaats en voor vervoer tussen bestemmingen van verschillende opdrachten
  • acquisitie- en representatiekosten
  • administratie
  • scholing en studie en kosten voor vakliteratuur
  • het opstellen en ondertekenen van de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de zelfstandige
  • de ontwikkeling van een dienst, indien deze voor meerdere opdrachtgevers wordt verricht
  • communicatie en communicatiemiddelen
  • het verkrijgen van de zelfstandigenverklaring
  • bedrijfsmiddelen die voor meerdere opdrachten worden of zullen worden gebruikt

en

  • de verzekeringspremies, tenzij de verzekering enkel is afgesloten voor de opdracht

Uiteraard bestaat de mogelijkheid dat er kosten of uren niet in het wetsvoorstel genoemd zijn. De partijen dienen over deze onderdelen zelf een oordeel te geven.

De zelfstandigenverklaring

In het wetsvoorstel is verduidelijkt wat de zelfstandigenverklaring is, namelijk: “Een verklaring van een werkverstrekker en een werkende dat zij willen dat de rechtsgevolgen van een geldige zelfstandigenverklaring (…) ten aanzien van de loonbelasting, de inkomstenbelasting, de premie voor de volksverzekeringen, de premies voor de werknemersverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet, de werknemersverzekeringen en het arbeidsrecht op hun arbeidsrelatie van toepassing zijn”.

In het kort betekent dit dat in een documenten aangegeven wordt dat er geen traditionele werkgever – werknemersrelatie aanwezig is en dat beiden niet wensen dat de heffingen en premies door de werkverstrekker worden gedragen.

Minimum eisen en verplichtingen

Voor een geldige zelfstandigenverklaring zijn een aantal minimumeisen opgesteld:

  • De zelfstandigenverklaring is onderdeel van een schriftelijke overeenkomst waarin de werkverstrekker en de werkende overeenkomen dat de werkende werkzaamheden gaat verrichten.
  • Het KvK-nummer van de ZZP-er is opgenomen.
  • De overeenkomst en de zelfstandigenverklaring dient voor aanvang van de werkzaamheden van een dagtekening voorzien en door beide partijen worden ondertekend.
  • In de overeenkomst is opgenomen dat het de bedoeling is van beide partijen dat de overeenkomst niet voldoet aan de omschrijving van een arbeidsovereenkomst.
  • De overeengekomen werkzaamheden duren niet langer dan een jaar.
  • De werkende ontvangt voor de werkzaamheden een tarief van ten minste 75,00 euro per uur

Tevens dient de werkverstrekker aan een aantal verplichtingen te voldoen:

  • De zelfstandigenverklaring en de schriftelijke overeenkomst van werkzaamheden dienen in de administratie te worden opgenomen.
  • Voor aanvang van het werk moet een document in de administratie worden opgenomen waaruit blijkt dat de ZZP-er ten minste een tarief van 75,00 euro per uur hanteert.
  • Uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgend op de maand waarin de toepassingsperiode eindigt, neemt de werkverstrekker een overzicht op in de administratie, getekend door de ZZP-er waarin staat:
    • Het totaal betaalde of te betalen bedrag voor de werkzaamheden over de toepassingsperiode exclusief omzetbelasting.
    • De totale arbeidsbeloning over de toepassingsperiode.
    • De arbeidsbeloning per uur over de toepassingsperiode.
    • De direct aan de werkzaamheden toe te rekenen kosten en tijd overeenkomstig over de toepassingsperiode, waarin die kosten zijn uitgesplitst per kostensoort en waarin die tijd is uitgesplitst per kalendermaand.
    • De datum van aanvang van de werkzaamheden.
    • De datum van het verstrijken van de duur waarvoor de overeenkomst is aangegaan, of, indien dit eerder is, de datum van beëindiging van de werkzaamheden.
    • Als tegelijkertijd direct aan de opdracht toe te rekenen kosten gemaakt zijn, of direct aan de opdracht toe te rekenen tijd is besteed voor meerdere opdrachten de werkzaamheden die voor die meerdere opdrachten zijn gemaakt en ten aanzien van elke werkzaamheid op te nemen het aantal bestaande of te verwachten opdrachtgevers waarvoor die werkzaamheid van belang is, de totaal gemaakte kosten van die werkzaamheid, de kosten die voor die werkzaamheid aan de opdracht toegerekend zullen worden, het totaal aantal bestede uren aan die werkzaamheid en het aantal uur dat voor die werkzaamheid aan de opdracht toegerekend is

Bron: Salarisnet details minimum loon

Bron: Salarisnet 16 euro minimum loon

Bron: Salarisnet zelfstandigenverklaring

Bron: Internetconsultatie

Ik wil graag meer informatie

Belangrijke wetswijzigingen per 1 januari 2020

De volgende wetswijzigingen per 1 januari 2020 worden toegelicht:

  1. Artikel 13ter. Wet op de loonbelasting 1964 (fiets van de zaak)
  2. Artikel 31. Wet op de loonbelasting 1964 (boetes medewerkers)
  3. Artikel 31a. Wet op de loonbelasting 1964 (verruiming werkkostenregeling)
Artikel 13ter Wet op de loonbelasting 1964

De fiscale regeling voor de ‘fiets van de zaak’ is aangepast. Het wordt voor werkgevers makkelijker om hun werknemers te kunnen laten profiteren van een fiets van de zaak. Ondernemers (bijvoorbeeld kleine ondernemers of ZZP-ers) kunnen zelf ook gebruik maken van de nieuwe regeling.

Een fiets van de zaak maakt het mogelijk om vanaf 01 januari 2020 een (elektrische) fiets te gebruiken voor woon-werkverkeer. De werknemer hoeft deze fiets niet zelf te kopen. De werknemer mag de fiets van de zaak fiscaal gezien onbeperkt privé gebruiken.

De werkgever betaalt de fiets en voor het overgrote deel ook de kosten voor onderhoud en reparatie. De werknemer krijgt echter wel te maken met een bijtelling bij het salaris. Uiteindelijk betaalt de werknemer daardoor enkele euro’s per maand extra belasting.

Wie de fiets van de zaak ook privé gebruikt, heeft daar voordeel van. Over de waarde van dit voordeel (de bijtelling) betaalt de werknemer loonbelasting. De bijtelling is 7% over de consumentenadviesprijs van de fiets en de accessoires (incl. btw) per jaar. De werkgever telt het gehele bedrag op bij het salaris en hierover betaalt de medewerker maandelijks belasting.

Het staat de werkgever vrij om aan de medewerker een maandelijkse eigen bijdrage te vragen. Dit bedrag gaat dan van de bijtelling af. De werknemer kan dit terug zien op de loonstrook. Tevens mag de werkgever ervoor kiezen de bijtelling voor zijn eigen rekening te nemen. Dit kan door gebruik te maken van de vrije ruimte in de werkkostenregeling. In dit geval hoeft de werknemer geen belasting te betalen.

Artikel 31 Wet op de loonbelasting 1964

In de praktijk komt het regelmatig voor dat een medewerker een boete ontvangt, welke door de werkgever betaald wordt. Het bekendste voorbeeld hiervan is de verkeersboete. De volgende boetes mogen niet onbelast door de werkgever vergoedt worden en behoren tot het loon van de werknemer:

  • Bestuurlijke boetes (bijvoorbeeld boetes van de Belastingdienst)
  • Geldboetes die zijn opgelegd door een Nederlandse strafrechter
  • Geldboetes op basis van wettelijk tuchtrecht
  • Door een werknemer aan de staat betaalde geldsommen om strafvervolging te voorkomen
  • Door een werknemer aan de staat betaalde geldsommen om te voldoen aan een voorwaarde die verbonden is aan gratieverlening.
  • De kosten van een naheffingsaanslag parkeerbelasting
  • De kosten van het verwijderen van een wielklem
Artikel 31a Wet op de loonbelasting 1964

Via de werkkostenregeling kunnen werkgevers vergoedingen aan werknemers geven zonder dat zij hierover loonheffingen hoeven te betalen.
Tot en met 2019 mochten werkgever 1,2% van de loonsom aan onbelaste vergoedingen geven. Vanaf 2020 is dit percentage verruimd naar 1,7%. Dit geldt voor de eerste €400.000,- van de loonsom. Voor het bedrag boven de gestelde €400.000,- blijft de huidige 1,2% gelden. Dit betekent dat de vrije ruimte maximaal €2.000,- hoger kan zijn. Deze wetswijziging levert vooral een voordeel op MKB.

Sommige vergoedingen gaan niet ten koste van de vrije ruimte, namelijk de ‘gerichte vrijstellingen’. Werkgevers mogen deze dus onbeperkt onbelast blijven vergoeden. Dit betreft bijvoorbeeld reiskosten, een telefoon of opleidingskosten. De Belastingdienst stelt een aantal voorwaarden aan dit soort vergoedingen. Vanaf 2020 vallen de kosten van een aanvraag van een verklaring omtrent gedrag (VOG) onder deze categorie.

Veel werkgevers geven aan het einde van het jaar vergoedingen of geschenken aan hun werknemers. Bijvoorbeeld een kerstfeest op een externe locatie of kerstpakketten. De rekening hiervoor komt vaak pas aan het begin van het nieuwe jaar. Wordt er meer vergoedt of verstrekt dan het bedrag van de vrije ruimte toestaat, dan dient de werkgever over dat gedeelte belasting te betalen. Dit wordt de eindheffing genoemd.

Voortaan mag de werkgever dit later afrekenen. Tot en met 2019 mag dat uiterlijk bij de aangifte over het eerste aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar. Vanaf 2020 mag dat ook bij de aangifte over het tweede aangiftetijdvak.

Bron: Rijksoverheid vergroeningsmaatregel artikelwijzigingstoelichting

Bron: Rijksoverheid vergroeningsmaatregel algemeen

Bron: Rijksoverheid fiets van de zaak

Bron: Rijksoverheid belastingplan

Bron: Afas 

Ik wil graag meer informatie

Kabinet wil nieuwe kwalificatie ZZP’ers

In de komende maanden gaat het kabinet hierover het gesprek aan met werkgevers, werknemers, ZZP’ers en betrokken organisaties. Doel is duidelijker het onderscheid te kunnen gaan maken tussen werknemers en ZZP’ers.

Lees meer

Opvolging Wet DBA – nieuwe richting deels bekend

Met ingang van 01-10-2021 beoogt minister Koolmees nieuwe wetgeving te introduceren voor het werken met ZZP’ers. Met het Wetsvoorstel Minimumbeloning Zelfstandigen en de Zelfstandigen verklaring worden de contouren van de opvolger van de wet DBA duidelijker.
Het kabinet wil hiermee het verschil in behandeling tussen ZZP‘ers en werknemers verkleinen. Ook wil het kabinet dat er beleid komt dat recht doet aan de grote onderlinge verschillen tussen ZZP‘ers.

De plannen zijn in een wetsvoorstel uitgewerkt en kunnen middels internetconsultatie voorzien worden van commentaar. Ook u kunt dit doen.

Lees meer

Vanaf 2020 einde vaksector voor uitzendwerkgevers

Vanaf 01 januari 2020 valt een groot deel van de uitzendwerkgevers in sector 52 “Uitzendbedrijven”. Uitzendwerkgevers welke ingedeeld zijn in een vaksector, zullen een nieuwe beschikking van de Belastingdienst ontvangen over de sectorindeling. Lees meer

Terbeschikkingstelling auto ondanks sleutelbeheer werkgever

Ook als de werkgever de sleutels van de bedrijfsauto’s beheert, kan de werkgever fiscaal gezien toch deze auto ter beschikking stellen aan zijn werknemers. Als de werkgever vervolgens niet aannemelijk kan maken dat de werknemers minder dan 500 kilometer op jaarbasis privé hebben gereden, dan moet de werkgever de bijtelling toepassen.

Lees meer