Gelijke beloning voor gedetacheerden uit het buitenland

Gelijke beloning voor gelijk werk op dezelfde plaats. Het belangrijkste gevolg van de implementatiewet herziene detacheringsrichtlijn die minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede kamer heeft gestuurd. De richtlijn moet uiterlijk op 30 juli 2020 geïmplementeerd zijn.

Maar dit is toch reeds zo geregeld via de Detacheringsrichtlijn en in de wet WAADI die daarmee ook voor medewerkers van in het buitenland gevestigde uitleners (werkgevers) van toepassing is?

Dat is juist. Maar er gaat wat veranderen: werknemers uit andere EU-lidstaten die voor hun buitenlandse werkgever tijdelijk in Nederland komen werken voor een tijdelijke klus krijgen straks daarnaast ook nog recht op aanvullende voorwaarden.

Op grond van de detacheringsrichtlijn uit 1996 hebben deze werknemers al recht op een aantal Nederlandse arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden. Die zijn vastgelegd in wettelijke bepalingen of in algemeen verbindend verklaarde cao’s.

De arbeidsvoorwaarden waar ze nu al recht op hebben zijn onder meer minimumbeloning (gelijk loon in gelijke functie), werk- en rusttijden, vakantiedagen, arbeidsomstandigheden en gelijke behandeling.

Huisvesting en aanvullende vergoedingen

Om gedetacheerde werknemers te beschermen is een uitbreiding wetsvoorstel van de bestaande Detacheringsrichtlijn uit 1996 gedeponeerd .

Er komen dan per 30 juli 2020 nieuwe bepalingen bij over aanvullende vergoedingen en met betrekking tot de huisvesting.

Indien een gedetacheerde werknemer meer dan twaalf maanden in Nederland heeft gewerkt, gelden er nog meer arbeidsvoorwaarden waarop deze medewerker recht krijgt. Dit houdt in dat vrijwel het hele wettelijke regime van het werkland van toepassing wordt.  Het ontslagrecht en de aanvullende bedrijfspensioenregelingen zijn uitgezonderd.

Onder voorwaarden bestaat de mogelijkheid om de periode van twaalf maanden te verlengen naar achttien maanden.

Door de nieuwe detacheringsrichtlijn worden de rechten van gedetacheerde uitzendkrachten bijna geheel gelijk gesteld met de rechten van de Nederlandse uitzendkrachten. Uitzendbureaus blijven verantwoordelijk voor hun werknemers. Dit geldt dus ook als de uitzendkracht door de opdrachtgever wordt uitgezonden naar een tweede opdrachtgever.

Belangrijk voor de praktijk

Het is voor u als inlener van groot belang om te weten waar de door u ingehuurde uitzendkracht vandaan komt. Weet u, wanneer u een uitzendkracht van een in Nederland gevestigd uitzendbureau inleent, ook of deze medewerker daadwerkelijk in dienst is van dit uitzendbureau? Of wordt de medewerker ingeleend en doorgeleend door dit uitzendbureau? En is de medewerker feitelijk in dienst van een in het buitenland gevestigd uitzendbureau?

Wanner er duidelijke schriftelijke afspraken gemaakt zijn met uw uitlener, dan komt u niet voor verrassingen te staan.

Niet alleen de beloning wordt anders, ook de meldingsplicht en daarmee ook uw controleplicht voor de aanmelding van deze buitenlandse inleenkracht. Deze zijn voor u als eindklant in de keten ook uw (eind)verantwoordelijkheid.

Maak over de keten afspraken met uw uitlener. Hiermee borgt u dat de juiste verplichtingen door alle ketenpartijen uitgevoerd worden. Ook zorgt u ervoor dat de juiste informatie bij de juiste partij komt. In dit geval uw interne (cao)beloningsgegevens bij het buitenlandse uitzendbureau.

Bron: Salarisnet

Bron: Flexnieuws

Heeft u vragen? Wij komen graag met u in contact!

De opvolger van de Wet DBA

,De laatste weken is er veel gesproken over de WAB, maar ook de opvolger van de Wet DBA; Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring zijn geintroduceerd.

De Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring

De Wet DBA is sinds de introductie een veel besproken onderwerp. Een vervanger van deze wet was noodzakelijk en is om deze reden ook aangekondigd in het regeerakkoord. In oktober 2019 is de vervanger van de Wet DBA eindelijk gepubliceerd, namelijk de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring. Deze nieuwe wet moet ZZP-ers en hun opdrachtgevers meer zekerheid geven, kan de arbeidsrelatie beter aangeduid worden en wordt schijnzelfstandigheid voorkomen. De wet is nog in concept en dient nog behandeld te worden in de Eerste en Tweede Kamer.

In de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring zijn twee belangrijke zaken opgenomen, namelijk:

  1.  Een minimumtarief van 16,00 euro per uur voor zelfstandigen
  2.  De zelfstandigenverklaring
Het minimumtarief voor ZZP-ers

Het minimumtarief gaat vanaf 2021 voor alle ZZP-ers gelden en voor alle uren die een ZZP-er aan een opdracht besteedt. Het tarief is exclusief directe kosten die een ZZP-er voor een opdracht moet maken. Kosten voor bijvoorbeeld materiaal vallen buiten het minimumtarief van 16,00 euro per uur. Jaarlijks zal het minimumtarief op 01 januari geïndexeerd worden aan de hand van het sociaal minimum.

De opdrachtgever is volgens dit wetsvoorstel straks verantwoordelijk voor de betaling van het minimumtarief. Om deze reden wordt het nog belangrijker om vooraf een goede inschatting te maken van de verwachte hoeveelheid uren die aan de opdracht gaat worden besteed. Als achteraf blijkt dat de uren overschreden zijn, dient de opdrachtgever op basis van de daadwerkelijke kosten en bestede uren te beoordelen of hij nog het minimumtarief aan de ZZP-er heeft betaald.

Opgestelde lijst

In het wetsvoorstel is een lijst opgesteld van kosten en/of uren die wel tot de opdracht toegerekend dienen te zijn, namelijk de kosten en/of uren voor:

  • de voorbereiding van de opdracht
  • de feitelijke uitvoering van de opdracht
  • de uitvoering van de opdracht
  • het reizen van en naar de opdracht
  • vervoer in het kader van de opdracht (zie onderstaande voor eventuele uitzondering)

Tevens zijn er ook een aantal zaken opgenomen die in elk geval niet direct toerekenbaar zijn, namelijk de kosten en/of tijd voor:

  • vervoer van en naar de vaste woon- of verblijfplaats en voor vervoer tussen bestemmingen van verschillende opdrachten
  • acquisitie- en representatiekosten
  • administratie
  • scholing en studie en kosten voor vakliteratuur
  • het opstellen en ondertekenen van de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de zelfstandige
  • de ontwikkeling van een dienst, indien deze voor meerdere opdrachtgevers wordt verricht
  • communicatie en communicatiemiddelen
  • het verkrijgen van de zelfstandigenverklaring
  • bedrijfsmiddelen die voor meerdere opdrachten worden of zullen worden gebruikt

en

  • de verzekeringspremies, tenzij de verzekering enkel is afgesloten voor de opdracht

Uiteraard bestaat de mogelijkheid dat er kosten of uren niet in het wetsvoorstel genoemd zijn. De partijen dienen over deze onderdelen zelf een oordeel te geven.

De zelfstandigenverklaring

In het wetsvoorstel is verduidelijkt wat de zelfstandigenverklaring is, namelijk: “Een verklaring van een werkverstrekker en een werkende dat zij willen dat de rechtsgevolgen van een geldige zelfstandigenverklaring (…) ten aanzien van de loonbelasting, de inkomstenbelasting, de premie voor de volksverzekeringen, de premies voor de werknemersverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet, de werknemersverzekeringen en het arbeidsrecht op hun arbeidsrelatie van toepassing zijn”.

In het kort betekent dit dat in een documenten aangegeven wordt dat er geen traditionele werkgever – werknemersrelatie aanwezig is en dat beiden niet wensen dat de heffingen en premies door de werkverstrekker worden gedragen.

Minimum eisen en verplichtingen

Voor een geldige zelfstandigenverklaring zijn een aantal minimumeisen opgesteld:

  • De zelfstandigenverklaring is onderdeel van een schriftelijke overeenkomst waarin de werkverstrekker en de werkende overeenkomen dat de werkende werkzaamheden gaat verrichten.
  • Het KvK-nummer van de ZZP-er is opgenomen.
  • De overeenkomst en de zelfstandigenverklaring dient voor aanvang van de werkzaamheden van een dagtekening voorzien en door beide partijen worden ondertekend.
  • In de overeenkomst is opgenomen dat het de bedoeling is van beide partijen dat de overeenkomst niet voldoet aan de omschrijving van een arbeidsovereenkomst.
  • De overeengekomen werkzaamheden duren niet langer dan een jaar.
  • De werkende ontvangt voor de werkzaamheden een tarief van ten minste 75,00 euro per uur

Tevens dient de werkverstrekker aan een aantal verplichtingen te voldoen:

  • De zelfstandigenverklaring en de schriftelijke overeenkomst van werkzaamheden dienen in de administratie te worden opgenomen.
  • Voor aanvang van het werk moet een document in de administratie worden opgenomen waaruit blijkt dat de ZZP-er ten minste een tarief van 75,00 euro per uur hanteert.
  • Uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgend op de maand waarin de toepassingsperiode eindigt, neemt de werkverstrekker een overzicht op in de administratie, getekend door de ZZP-er waarin staat:
    • Het totaal betaalde of te betalen bedrag voor de werkzaamheden over de toepassingsperiode exclusief omzetbelasting.
    • De totale arbeidsbeloning over de toepassingsperiode.
    • De arbeidsbeloning per uur over de toepassingsperiode.
    • De direct aan de werkzaamheden toe te rekenen kosten en tijd overeenkomstig over de toepassingsperiode, waarin die kosten zijn uitgesplitst per kostensoort en waarin die tijd is uitgesplitst per kalendermaand.
    • De datum van aanvang van de werkzaamheden.
    • De datum van het verstrijken van de duur waarvoor de overeenkomst is aangegaan, of, indien dit eerder is, de datum van beëindiging van de werkzaamheden.
    • Als tegelijkertijd direct aan de opdracht toe te rekenen kosten gemaakt zijn, of direct aan de opdracht toe te rekenen tijd is besteed voor meerdere opdrachten de werkzaamheden die voor die meerdere opdrachten zijn gemaakt en ten aanzien van elke werkzaamheid op te nemen het aantal bestaande of te verwachten opdrachtgevers waarvoor die werkzaamheid van belang is, de totaal gemaakte kosten van die werkzaamheid, de kosten die voor die werkzaamheid aan de opdracht toegerekend zullen worden, het totaal aantal bestede uren aan die werkzaamheid en het aantal uur dat voor die werkzaamheid aan de opdracht toegerekend is

Bron: Salarisnet details minimum loon

Bron: Salarisnet 16 euro minimum loon

Bron: Salarisnet zelfstandigenverklaring

Bron: Internetconsultatie

Ik wil graag meer informatie

Opvolging Wet DBA – nieuwe richting deels bekend

Met ingang van 01-10-2021 beoogt minister Koolmees nieuwe wetgeving te introduceren voor het werken met ZZP’ers. Met het Wetsvoorstel Minimumbeloning Zelfstandigen en de Zelfstandigen verklaring worden de contouren van de opvolger van de wet DBA duidelijker.
Het kabinet wil hiermee het verschil in behandeling tussen ZZP‘ers en werknemers verkleinen. Ook wil het kabinet dat er beleid komt dat recht doet aan de grote onderlinge verschillen tussen ZZP‘ers.

De plannen zijn in een wetsvoorstel uitgewerkt en kunnen middels internetconsultatie voorzien worden van commentaar. Ook u kunt dit doen.

Lees meer

Nieuwe wetgeving inzake ZZP’ers

In de Kamerbrief zijn de voortgang voor de maatregelen ‘werken als zelfstandige’ uitgewerkt. Tevens bespreken we hoe het er nu voorstaat met de huidige handhaving van de Wet DBA.

De controle op de Wet DBA is bevroren in afwachting van nieuwe wetgeving voor ZZP’ers. Tegelijk is de wet nog wel geldig. De Belastingdienst doet momenteel vermeerd controles bij bedrijven waarvan het vermoeden bestaat dat zij moedwillig schijnzelfstandigen inzetten.

1 januari 2021.

De bevriezing van de huidige ZZP-wetgeving, het zogenoemde handhavingsmoratorium, zou geldig zijn tot 1 januari 2020. Op die datum zou de nieuwe wetgeving ingaan. Inmiddels is bekend geworden dat het handhavingsmoratorium wordt verlengd tot 1 januari 2021.
Bovendien wordt de handhaving aangescherpt doordat de Belastingdienst gaat handhaven als opdrachtgevers aanwijzingen van de Belastingdienst niet of onvoldoende opvolgen. Dat zeggen minister Koolmees en staatssecretaris Snel in hun brief aan de Tweede (en Eerste) Kamer over de voortgang van de ZZP-maatregelen.

ZZP-maatregelen

De volgende maatregelen worden op korte termijn verwoord in een conceptwetgeving:
• ZZP’ers aan de onderkant van de markt moeten minimaal € 16,- per uur factureren, ook als diensten aan particulieren worden aangeboden.
• Voor ZZP’ers aan de bovenkant van de markt (uurtarief minimaal € 75,-) komt er een zelfstandigenverklaring. Deze geeft zekerheid over loonheffingen, werknemersverzekeringen, arbeidsrechtelijke gevolgen, pensioenverplichtingen en cao-bepalingen.
NB: dit gaat verder dan de opt-out regeling die eerder werd voorgesteld.
• Alle opdrachtgevers en zelfstandigen krijgen via de opdrachtgeversverklaring vooraf zekerheid. Deze kan per opdracht via een webmodule worden aangevraagd.

De realisatie van met name de opdrachtgeversverklaring vraagt meer tijd, hierdoor schuiven een aantal zaken op:
• De beschikbaarheid van een goed functionerende webmodule waarmee de opdrachtgeversverklaring kan worden vastgesteld
• Het moratorium handhaving Wet DBA wordt verlengd tot 1 januari 2021
• De invoering van de opvolgende wet ZZP’ers die de Wet DBA moet gaan vervangen
Na de zomer van 2019 zou er meer duidelijkheid moeten komen over de voortgang en de details van genoemde onderdelen van de nieuwe ZZP-wet.

Minimumtarief ook voor buitenlandse ZZP’ers

De zzp-maatregelen moeten oneerlijke concurrentie op de prijs van arbeid tegengaan. Om concurrentie tussen werknemers en laag betaalde ZZP’ers te voorkomen, is er gekozen voor een minimum tarief. Het minimumtarief gaat ook gelden voor buitenlandse ZZP’ers. Op deze manier moet het verschil in arbeidskosten voor werknemers en ZZP’ers kleiner worden.

Minimumtarief gebaseerd op sociaal minimum

In 2019 is het niveau van de bijstandsuitkering gesteld op netto € 13.577 per jaar. Hierop is ook het minimumtarief van € 16,- voor ZZP’ers gebaseerd. Hierbij is uitgegaan van het idee van een ZZP’ers voltijds werkt (40 uur per week, 46 weken per jaar) en met dit tarief kan dan het bestaansminimum verdiend worden.

Het minimumtarief geldt voor alle direct aan de opdracht gerelateerde uren. De ZZP’ers moet de kosten gerelateerd aan de opdracht daarbovenop in rekening brengen. Hier ligt een belangrijke (nieuwe) taak en controle-uitdaging voor de opdrachtgever.

Verantwoordelijkheid voor controle en betaling ligt bij opdrachtgever

De offerte wordt belangrijk voor de controle. De ZZP’er (opdrachtnemer) moet vooraf een uren- en kostenoverzicht indienen bij de opdrachtgever in geval van aangenomen werk tegen een vaste prijs.

De opdrachtgever berekent op basis van de offerte of aan het minimum uurtarief is voldaan. Tijdens de opdracht kunnen er meer kosten en uren ontstaan. Deze moet de ZZP’er zelf bijhouden en na afloop verstrekken aan de opdrachtgever. Die moet vervolgens bijbetalen, zodat het over het geheel het minimumtarief wordt betaald.

Opt-out voor hoog betaalde ZZP’ers geldt ook voor pensioen en cao’s

De opt-out met zelfstandigenverklaring is breder, geldt voor de vrijwaring van loonheffing, maar ook vrijwaring van werkingssfeer van pensioenregelingen en cao’s. Sociale partners kunnen echter nog wel bepaalde cao- of pensioenbepalingen laten gelden voor werknemers die ook een zelfstandigenverklaring hebben.

Zelfstandigenverklaring

• In de overeenkomst van opdracht moet zijn opgenomen dat partijen de bedoeling hebben geen arbeidsovereenkomst te sluiten.
• Het uurtarief van de ZZP’er bedraagt minimaal € 75,- per uur (prijspeil 2019).
• De overeenkomst wordt aangegaan voor maximaal een jaar (12 maanden).
• De opdrachtgever en opdrachtnemer ondertekenen beiden de zelfstandigenverklaring.
• De opdrachtgever moet ingeschreven staan in de Kamer van Koophandel.

Gezamenlijke verklaring

Beide partijen tekenen samen de zelfstandigenverklaring voorafgaand aan de werkzaamheden voor een opdracht, met vermelding van het KvK nummer van de ZZP’er. De verklaring mag zelf worden opgesteld, maar er komt ook een format voor, dat kan worden gebruikt.

Als achteraf blijkt dat niet aan de voorwaarden voor de zelfstandigenverklaring is voldaan, geldt deze niet en wel met terugwerkende kracht. Als deze vrijwaring niet geldt, kunnen opdrachtgever en opdrachtnemer nog beoordelen of het mogelijk is te werken buiten dienstbetrekking bijvoorbeeld door gebruik te maken van webmodule. Is dit ook niet het geval dan kan de opdrachtnemer alsnog aanspraak maken op de rechten van een werknemer in loondienst, met alle risico’s voor de Opdrachtgever van dien.

Bewijslast

De bewijslast dat aan de voorwaarden van de zelfstandigenverklaring is voldaan, ligt bij de opdrachtgever. Als niet aan de voorwaarden is voldaan, kunnen correctieverplichtingen, naheffingen en boetes worden opgelegd door de Belastingdienst.
De Belastingdienst heeft de criteria voor de gezagsverhouding verduidelijkt. In het handboek Loonheffing van januari 2019 zit een bijlage waarin uitleg wordt gegeven aan de criteria van de gezagsverhouding.

Hoe is het met de huidige situatie?

De Belastingdienst kan bedrijven een vragenbrief sturen. In een regulier boekenonderzoek (controle op de boekhouding) wordt ook fysiek een bezoek gebracht aan het betreffende bedrijf. Dat gaat gepaard met uitgebreide vragenlijsten, die ook ingaan op de beoordeling van de arbeidsrelatie. De bewijslast voor kwaadwillendheid (dus het opzettelijk werken met schijnzelfstandigen om loonheffingen te ontduiken) ligt bij de Belastingdienst. Door het handhavingsmoratorium van de Wet DBA kan de Belastingdienst pas concreet iets doen indien er sprake is van kwaadwillendheid en evidente schijnzelfstandigheid.

Kun je werk uitbesteden aan in het buitenland gevestigde ZZP´ers?

Weet waar je op moet letten!

De regelgeving met betrekking tot het zakendoen met zelfstandigen vind ik af en toe bijna niet meer uit te leggen. De Verklaring arbeidsrelatie is in 2014 afgeschaft omdat deze te gemakkelijk kon worden verkregen en naar de mening van de wetgever er ten onrechte geen enkel risico bij de opdrachtgever lag.

Lees meer

Zijn oproepkrachten straks onmogelijk?

Door de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) veranderen de regels rondom oproepkrachten (nul-uren contracten) sterk. Is het werken met oproepkrachten straks nog wel haalbaar en daarmee nog interessant? Lees meer

Wet DBA: helft inzet ZZP’ers onjuist

Toezichtsplan arbeidsrelaties Wet DBA: helft inzet van ZZP’ers is onjuist
Bij de helft van de onderzochte 104 bedrijven, die in 2018 werden bezocht door de Belastingdienst in het kader van de Wet DBA, wordt de inzet van ZZP’ers onjuist toegepast.
Bij 12 bedrijven wordt een vervolgonderzoek gestart, vanwege het vermoeden van kwaadwillendheid.

Dit is gebleken uit de resultaten van het toezichtsplan arbeidsrelaties tussen zelfstandige ondernemers en opdrachtgevers. De bedrijfsbezoeken zijn midden 2018 ingesteld op verzoek van de Minister van Sociale zaken om invulling te geven aan klachten vanuit de markt. Veel ondernemers klagen over oneerlijke concurrentie door gebrek aan handhaving van de Wet DBA door het oneigenlijk inzetten van ZZP’ers (schijnconstructies) waardoor bij concurrenten (loon)kostenvoordeel bereikt wordt.

Toezichtsplan
Het toezichtsplan van de Belastingdienst richtte zich in 2018 op het uitvoeren van bedrijfsbezoeken bij 104 opdrachtgevers van ZZP’ers. Er zijn opdrachtgevers bezocht uit zoveel mogelijk verschillende branches en sectoren. Bij 45 bedrijven is er voldoende kennis en ervaring met de huidige ZZP-wetgeving vastgesteld; hier wordt de wet ook op de juiste manier toegepast. Bij de overige 59 bedrijven is er sprake van in meer of mindere mate onjuist handelen, ruim de helft van het aantal bezochte bedrijven.

Schijnzelfstandigheid voorkomen
Het kabinet heeft een handhavingsmoratorium ingesteld in afwachting van nieuwe wetgeving voor het inzetten van zelfstandigen. Het kabinet wil voorkomen dat ingezette zelfstandigen feitelijk in loondienst zijn en dat hiermee de afdrachten van sociale premies en rechten van werknemers ontdoken worden (schijnconstructies door het inzetten van schijnzelfstandigen).

5.600 reguliere onderzoeken per jaar
De Belastingdienst voert ongeveer 5.600 reguliere onderzoeken uit per jaar waarbij de loonheffingen onderwerp van controle zijn.

Daarbovenop zijn de 104 ondernemingen bezocht waarbij in 12 situaties bedrijven zijn aangetroffen waarbij het vermoeden van kwaadwillendheid onderzocht zal gaan worden in vervolgonderzoeken.
Dit aantal komt bovenop de vervolgonderzoeken dat reeds bij 8 opdrachtgevers al plaatsvindt, daar hier reeds eerder sprake is geweest van een vermoeden van kwaadwillendheid.

Ook in 2019 zullen aan de hand van de resultaten van de onderzoeken van 2018 weer onderzoeken ingesteld worden bij nieuwe ondernemingen die ZZP’ers inzetten.

ICT, onderwijs en zorg
Er zijn sectoren waar ZZP’ers wel in dienst willen treden maar dat niet kunnen, zo merkt de Belastingdienst op. Tegelijkertijd melden zich bij de Belastingdienst steeds meer bedrijven die zich ‘gedwongen voelen’ met opdrachtnemers te werken omdat deze liever als zelfstandige werken dan in dienst treden.

Sectorbrede handhavingsstrategie
De resultaten van de bedrijfsbezoeken zullen voor de zomer worden verwerkt in een nieuw toezicht- en handhavingsstrategie. In deze strategie komt ook een sectorbrede toezicht- en handhavingsstrategie.

Krapte aan personeel stimuleert zelfstandigheid
Dit is vooral het geval in sectoren met krapte op de arbeidsmarkt, zoals in ICT, onderwijs en zorg. Met een sector brede toezicht- en handhavingsstrategie wil de Belastingdienst ervoor zorgen er een gelijk speelveld blijft en er geen sprake is van marktverstoring.

Op deze wijze bereidt de Belastingdienst zich voor op de afbouw van het handhavingsmoratorium, waarover voor de zomer 2019 door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nog een brief naar de Tweede Kamer gestuurd zal worden.

Aanvullende normeisen NEN 4400-1 ZZP’ers
Op basis van de deels hervatte onderzoeken en handhaving op de toepassing van de Wet DBA door de Belastingdienst heeft de SNA per 01-01-2019 twee normeisen toegevoegd aan de norm.
Eis 4.2.5.3.7.c. Het gaat hierbij om de verplichting van de onderneming om bij het aangaan van een (nieuwe) overeenkomst met een ZZP’er te beschikken over een recent uittreksel Kamer van Koophandel (KvK) van de ZZP’er dat niet ouder is dan 3 maanden.

Eis 4.2.5.3.5. Het gaat hierbij om het aantoonbaar nemen van passende beheersmaatregelen door de onderneming waaruit blijkt dat de zelfstandigheid van de ZZP’er getoetst en onderbouwd is en er daadwerkelijk conform de (model)overeenkomst gewerkt wordt.

Ondernemingen die werken met ZZP’ers dienen ook in de administratie zorg te dragen dat de activiteiten van het uitbesteden van werk aan ZZP’ers en het generen van omzet door het aannemen van werk van opdrachtgevers herkenbaar is in financiele administratie. Dit punt is per 01-01-2019 nieuw in de norm opgenomen en is onderdeel van normeis 4.1.2.d

Juiste overeenkomst met uw opdrachtgever
Voor het inzetten van ZZP’ers is het eveneens van groot belang om kritisch te kijken naar de inhoud van de overeenkomst die tussen uw onderneming en de opdrachtgever gesloten is ten aanzien van het uitbesteden van en aannemen van werk. De inhoud van een zogenaamde overeenkomst van opdracht (Burgerlijk wetboek 7:400) of de overeenkomst van aanneming verschilt wezenlijk met die van een overeenkomst inzake het ter beschikking stellen van arbeid/uitzendkrachten.
Voor ondernemingen die ZZP’ers inzetten bij hun opdrachtgever(s) geldt dat het sluiten van de juiste overeenkomst met hun opdrachtgever(s) hieromtrent de basis vormt voor het juist inzetten van ZZP’ers conform de wet- en regelgeving bij die opdrachtgevers.

Bron: Flexnieuws en Rijksoverheid

Nieuwe wet ZZP-er laat nog een jaar op zich wachten

De uitwerking van de nieuwe zzp-wet heeft minstens een jaar vertraging opgelopen. Mogelijk omdat de Europese Commissie niet achter de invulling staat. De nieuwe wet zal pas in 2021 in werking treden.

In de nieuwe wet, die schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden moet voorkomen, wordt bescherming van zelfstandige ondernemers met lage tarieven opgenomen. Dit is een pijnpunt in de nieuwe wet.

Het gaat om de bescherming van schijnzelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Vaak lijkt het in de praktijk dat de werkgevers deze zelfstandigen in dienst hebben maar doordat ze als zelfstandig ondernemer worden ingehuurd, hoeven de werkgevers geen belastingen en premies af te dragen. Op deze manier zijn deze krachten goedkoop voor de werkgever.

Bij 15 tot 18 euro is er sprake van een laag uurloon. Het kabinet wil dat deze ZZP-ers, mits ze al drie maanden op deze manier werkzaamheden verrichten, een vast contract krijgen. Daarom kan deze maatregel ook worden gezien als de invoering voor het minimumtarief voor ZZP-ers.

Schending EU-recht
Koolmees constateert naar aanleiding van de gesprekken met de Europese Commissie dat deze maatregelen mogelijk in strijd zijn met EU-recht. Hoe de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverrichting van zelfstandigen met een laag inkomen onder de nieuwe wet zijn geregeld, zou niet stroken met de Europese wetgeving.

De minister heeft aangegeven te werken aan alternatieven. Hij denkt dat deze alternatieven wel worden goedgekeurd door de Europese Commissie. De minister heeft aangegeven dat er voor de zomer van 2019 een toelichting zal komen op de nieuwe plannen.

Wet DBA
Tot 2021 blijft de Wet DBA van kracht. Tot die tijd zal er gewerkt moeten worden met een goedgekeurde modelovereenkomst.

Bron: Nu.nl

De wet DBA: een zegen of een probleem

De Wet DBA: een zegen voor de zelfstandige of een probleem voor de opdrachtgever?

Sinds 1 mei 2016 is de Wet DBA (Wet Deregulering beoordeling Arbeidsrelatie) van kracht. De wet doet veel stof opwaaien, en terecht. De VAR verklaring is afgeschaft en daarmee is de vrijwaring Verklaring Arbeidsrelatie komen te vervallen. Deze regelgeving is daarmee van inkomstenbelasting overgebracht naar loonbelasting, wat betekent dat de opdrachtgever, als vastgesteld wordt dat er sprake is van een loondienstverband, alsnog aangeslagen kan worden voor de loonheffingen. Het betaalde tarief wordt dan gebruteerd. Dit kan dan leiden een naheffing even groot als het tarief. Misschien kan nog een stukje teruggehaald worden bij de ZZP-er, maar dat zal niet veel zijn. Dit hangt af van de afspraken in de overeenkomst. En uiteindelijk valt van een kale kip niet te plukken.

Aangezien de belastingdienst tot 1 mei 2017 niet (te veel) zal controleren, is het nu tijd om de bakens te verzetten.

Terug in de periode

Goed beschouwd zijn we weer terug in de periode van voor 2005. Toen gold ook geen vrijwaring. En het totaal van regelgeving betreffende ZZP-ers of freelancers is niet veel gewijzigd.

Veel van de angst voor de risico’s is het gevolg van de vraag wat nu precies zelfstandigheid is en waar de loondienstsituatie begint.

De eisen op hoofdlijnen:

  1. Zelfstandig (loon, gezag en arbeid)
  2. Meerdere opdrachtgevers
  3. Aanneming van werk of het aanvaarden van opdrachten (middels een modelovereenkomst)
  4. Eigen verzekeringen (aansprakelijkheid, evt. pensioen)
  5. Niet werkend onder leiding en toezicht van de opdrachtgever

Met onderstaand voorbeeld kan het verschil duidelijk worden.

De “echte” zelfstandige stukadoor

Een aannemer die een muur laat stuken door een stukadoor kan daarbij kiezen voor een werknemer in loondienst of voor een ZZP-er.

Situatie 1: Tegen de werknemer zal de aannemer zeggen:
Hier heb je gereedschap, materiaal en een muur van 40 m2.
Over 4 uur ben ik terug en dan verwacht ik dat hij klaar is.

Situatie 2: Tegen de ZZP-er zal de aannemer zeggen:
Hier is een muur van 40 m2.
We hebben één prijs voor het aangenomen werk afgesproken.
Over één week komt de schilder en dan moet de muur strak en droog zijn.

Als in de 1e situatie de muur niet strak en droog is, dan moet de aannemer het voor eigen rekening over laten doen door zijn werknemer.

Als in de 2e situatie de muur niet strak en droog is, dan doet de ZZP-er het overnieuw uit eigen zak.

In dit voorbeeld zie je de verschillende behandeling tussen iemand in loondienst en een ZZP-er.
Het maakt ook duidelijk dat het gaat om de feiten en omstandigheden.

Wanneer het gaat om een voorbeeld waarbij de functie financieel analist wordt genomen is dit natuurlijk minder duidelijk, maar juist in de sfeer van Cao-lonen zijn de risico’s het grootst.

Er is nog een ander criterium en dat is het tarief.
Als het tarief veel lager is dan de kostprijs van iemand die hetzelfde werk in loondienst doet dan is dat merkwaardig. Wanneer de betreffende ZZP-er een `normaal` leven wil leiden en zich wil kunnen verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid en aansprakelijkheid, kan het tarief niet veel afwijken van de kostprijs van een loondienstmedewerker.

Hoewel het gaat om feiten en omstandigheden, vind ik de papieren situatie niet onbelangrijk.
We komen nogal eens de situatie tegen dat een uitzendbureau met ZZP-ers werkt.
Met de ZZP-er is dan een overeenkomst van opdracht gesloten en met de opdrachtgever een detacheringsovereenkomst of uitzendbevestiging.

Dat kan niet.

Detacheren is ter beschikking stellen van arbeidskrachten. Dat is per definitie werken onder leiding en toezicht. In zo’n situatie kan je moeilijk uitleggen dat de feitelijke omstandigheden toch anders zijn.

Het is ook zeker verstandig om goed vast te stellen wat de bedoeling is van partijen, niet op de eerste plaats tegenover de belastingdienst, maar ook tussen partijen zelf. Het is vervelend om achteraf te constateren dat je elkaar verkeerd begrepen hebt, zeker als er scherven te verdelen zijn.

Mijn tip is: maak op basis van de nu al bestaande modelovereenkomsten een goede overeenkomst. En vergewis je ervan dat in zelfstandigheid gewerkt wordt, ook nu de belastingdienst nog niet precies heeft aangegeven wat daar de criteria voor zijn.

Met gezond verstand kan je ver komen, een zegen bij toekomstige potentiële problemen.

Theo van Leeuwen
Directeur Bureau Cicero