Arbeidsovereenkomst of toch een opdrachtovereenkomst?

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft op 10 juli 2018 een uitspraak gedaan over de vraag of krantenbezorgers werkzaam bij Persgroep, werkzaam zijn geweest op basis van een arbeidsovereenkomst in plaats van een opdrachtovereenkomst.
De krantenbezorgers hebben met de rechtsvoorganger van de Persgroep een overeenkomt van opdracht gesloten.
Achteraf claimen de krantbezorgers dat ze een arbeidsovereenkomst hadden met de Persgroep in plaats van een opdrachtovereenkomst.

De opdracht die de krantenbezorgers hadden gesloten bestond uit het bezorgen van dagbladen of andere producten op door de opdrachtgever aangegeven adressen. De bezorgopdrachten inzake de ochtendkranten dienden door de weeks vóór 7.00 uur te zijn beëindigd. Er was geen verplichting om de opdrachten persoonlijk te verrichten en de bezorgers konden zich voor eigen rekening door anderen laten vervangen, dan wel laten bijstaan. Indien de krantenbezorgers ziek waren of op vakantie gingen, dienden zij zelf voor vervanging te zorgen.
De krantenbezorgers hebben vervolgens conform deze afspraken arbeid verricht. Achteraf claimen de krachtenbezorgers dat ze een arbeidsovereenkomst hadden met de Persgroep.

De uitspraak:
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst maar van een opdrachtovereenkomst.

De overwegingen hierbij waren:

I. Wat hebben partijen bedoeld toen zij de overeenkomst van opdracht hebben gesloten:

Het Gerechtshof legt dit uit aan de hand van de volgende feiten en omstandigheden.
a. In de overeenkomsten tussen de krantenbezorgers en de Persgroep is expliciet vermeld dat het gaat om overeenkomsten van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 BW.

b. Partijen hebben schriftelijk vastgelegd dat ze met het aangaan van de overeenkomst van opdracht uitdrukkelijk niet de bedoeling hebben om een arbeidsovereenkomst te sluiten.

c. Bij het aangaan van de rechtsverhouding stond volgens het Gerechtshof voorop dat de krantenbezorgers betaald werk zochten en dat zij op dat moment weinig belang hadden gehecht aan de aard van de rechtsverhouding die zij op het punt stonden aan te gaan. Het is aannemelijk dat ze achteraf de voorkeur hadden voor een arbeidsovereenkomst.

d. Of partijen bij het aangaan van de overeenkomsten van opdracht al dan niet uitgebreid hebben gesproken over de aard van de overeenkomsten en de gevolgen ervan voor de krantenbezorgers, dan wel dat zij dit al dan niet begrepen uit de tekst van de overeenkomsten, is niet van doorslaggevend belang bij het vaststellen van de partijbedoeling.

II. Op welke wijze hebben partijen uitvoering gegeven aan de overeenkomst van opdracht?

a. De werkzaamheden van de krantenbezorgers zijn zodanig eenvoudig van aard dat specifieke instructies van de Persgroep niet nodig zijn. Voor het bestaan van een gezagsverhouding is niet vereist dat daadwerkelijk aanwijzingen en instructies over de werkinhoud worden gegeven, voldoende is dat dergelijke aanwijzingen kúnnen worden gegeven. Niet blijkt dat de Persgroep werkinstructies heeft kunnen geven die wijzen op een gezagsverhouding. Het Gerechtshof laat doorschemeren dat de navolgende punten daarbij een rol kunnen spelen: voorschriften over kleding, wijze van vervoer of overige gedragsregels.

b. De krantenbezorgers hebben zich altijd mogen laten vervangen zonder dat zij daarvoor toestemming van de Persgroep hoefden. De vrijheid om zich al dan niet, in welke mate en (in principe) door wie dan ook te laten vervangen is vrij ruim. Er gelden wel beperkingen, zo dient een vervanger tijdig bij de Persgroep te worden aangemeld, maar deze meldplicht is slechts gericht op het voorkomen dat de Persgroep in strijd handelt met de Wet Arbeid Vreemdelingen of de Arbeidstijdenwet.

c. Het bezorgen van kranten geschiedt van oudsher op basis van een overeenkomst van opdracht, waarbij het in de praktijk veelvuldig voorkomt dat de bezorger zich voor kortere of langere tijd laat vervangen.

d. Het gaat om arbeid van een tot enkele uren per dag en bij ziekte dienen de krantenbezorgers zelf voor vervanging te zorgen.

Conclusie:
Wanneer er een overeenkomst van opdracht is gesloten en de opdrachtnemers werken ook volgens conform de overeenkomst dan is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst in gegeven omstandigheden. De intenties van partijen bij het aangaan van de overeenkomst wegen zwaar in deze uitspraak.
De krantenbezorgers hadden de afspraken duidelijk vastgelegd in een overeenkomst, het betrof zeer eenvoudig werk, de bezorgers konden zich vrij laten vervangen en kregen geen werkinhoudelijke instructies. Deze elementen hebben er voor gezorgd dat de krantenbezorgers geen gelijk hebben gekregen, maar dat zij conform een overeenkomst van opdracht werkten.

Lees hier de uitspraak en de overwegingen van het gerechtshof.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.