Dit artikel is onderdeel van onze WAB-special. In deze artikelen worden de belangrijkste onderdelen van de WAB en de wijzigingen die deze in de praktijk tot gevolg hebben behandeld.
Deze informatie is bedoeld voor werkgevers, zoals uitzenders, payrollers, reguliere werkgevers, als aanzet om verdere verdieping in de soms complexe materie elders te zoeken. Het doel van deze special is om te wijzen op de aanstaande wijzigingen die vanaf ingangsdatum van de WAB per 01-01-2020 van kracht worden.

Verandering

Payroll contracten (BW 7:692) worden in het burgerlijk wetboek opgenomen als een bijzondere vorm van uitzendcontracten (blijft BW 7:691).

Hiermee krijgt het payroll contract een aparte status. De payroll contracten vallen vanaf 01-01-2020 ook buiten de werkingssfeer van de (algemeen verbindend verklaarde) ABU cao of de NBBU cao. Hiermee wordt een payroll contract automatisch een contract dat beheerst wordt door de regels van het burgerlijk wetboek (BW). Het periode- en ketensysteem (3 contracten in een periode van 36 maanden) is van toepassing op de payroll overeenkomst.

De arbeidsvoorwaarden van de opdrachtgever dienen gevolgd te worden (WAADI). Er komt vanaf 2021 de verplichting tot het aanbieden van een adequaat pensioen.
Hiermee zal het verschil tussen arbeidsvoorwaarden van payroll medewerkers en de eigen medewerkers van opdrachtgevers zo klein mogelijk worden. Dit omdat bijv. een 13de maand, bonusregelingen, het aantal vakantiedagen, seniorenregelingen, fiets- en auto van de zaak regelingen en alle overige emolumenten ook voor payroll medewerkers zullen gelden.

Payrollbedrijven worden ingedeeld in sector 45. Diverse soorten van (intra concern) personeelsondernemingen vallen onder deze nieuwe definitie van payroll contracten.

Waar heeft deze wijziging betrekking op

In het burgerlijk wetboek is het payroll contract zodanig gedefinieerd dat hieruit volgt dat bij het tot stand komen van een payroll overeenkomst de werkgever geen allocatiefunctie heeft vervuld EN waarbij de werknemer exclusief bij 1 opdrachtgever ter beschikking gesteld wordt.

Payroll contracten kunnen zowel nu als na 2020 door zowel “payroll bedrijven” als door uitzenders of andere reguliere werkgevers ingezet worden. Het is dus niet zo dat een payroll overeenkomst uitsluitend door een payroll onderneming gesloten kan worden.

Let op, anders gesteld: een payrollovereenkomst kan ook tot stand komen wanneer een werkgever (onbedoeld) een overeenkomst sluit met een werknemer die bij een derde werkt en waarbij de omstandigheden voldoen aan de definitie van een payroll overeenkomst. Indien er dus niet geworven en “gematched” is (geen allocatiefunctie) en de medewerker wordt uitsluitend of exclusief ter beschikking gesteld aan 1 opdrachtgever, dan kan er een payroll overeenkomst ontstaan.

De medewerker die middels een payroll contract ter beschikking gesteld wordt aan de opdrachtgever heeft per 2020 recht op alle arbeidsvoorwaarden die gelden voor dezelfde functie bij deze opdrachtgever. Dit geldt dus niet alleen voor de bekende ‘6 elementen van de inlenersbeloning’ conform ABU en NBBU-cao, maar voor het complete pakket aan arbeidsvoorwaarden. E.e.a. is hiertoe ook in de WAADI middels een aanpassing op de bestaande regels vastgelegd.

Voor de pensioenregeling van de payroll medewerker geldt dat deze met ingang van 01-01-2021 op basis van een adequate, gelijkwaardige regeling aangeboden moet worden. Deze extra verplichting wordt nu nog nader uitgewerkt, maar wat wel al vast staat is dat een rekenpremie van ca 14% als alternatief zal gaan gelden indien de payroll medewerker niet aangemeld/geaccepteerd kan worden bij het desbetreffende pensioenfonds van de opdrachtgever.

Gevolgen

De sectorindeling kan wijzigen. Payroll overeenkomsten krijgen een aparte status. Hierdoor wordt het dus ook mogelijk om een zgn. “payroll onderneming” te zijn op basis van sectorindeling 45. Een payroll onderneming is vanaf 2020 die onderneming die meer dan 50% van de loonsom heeft op basis van payroll contracten (conform BW 7:692).
Het is voor deze indeling in sector 45 (met name belangrijk voor de WHK premie) niet relevant in welke sector de payroll krachten feitelijk werken bij de opdrachtgevers. Dit betekent dat de zogenaamde ‘vaksector payroll ondernemingen’ die nu nog bestaan per 2020 standaard ingedeeld zullen worden in sector 45.

Er is ook een gesplitste sectorindeling mogelijk. Wanneer meer dan 15% en minder dan 50% van de loonsom met payroll contracten gesloten wordt en er meer dan 50% uitzendcontracten gesloten worden. In dit geval is er een gesplitste sector 45 en 52 indeling mogelijk. Het betreft dan een uitzendonderneming in de basis (sector 52) die daarnaast ook een sector 45 indeling krijgt in verband met de loonsom van tussen 15-50% voor payroll contracten.
Omgekeerd is uiteraard ook mogelijk.

Bovenstaande geeft dus aan dat het sluiten van payroll contracten puur bijkomstig of in hoofdzaak of in bepalende mate mogelijk is en voor iedere werkgever in Nederland mogelijk is.

Payrollen (het sluiten van een payroll overeenkomst met een medewerker) wordt, afhankelijk van de cao van de opdrachtgever, veel of heel veel duurder. En ook minder flexibel.

Dit komt doordat In de nieuwe cao’s voor uitzendkrachten van ABU en NBBU die per 30-12-2019 in zullen gaan, de payroll contracten zijn uitgesloten. Dit betekent dus dat het Fase systeem niet langer gehanteerd mag worden op payroll contracten. De maximale tijdelijke inzetduur van payroll krachten wordt dus 36 maanden (3 contracten in 36 maanden).

NB: Een payroll contract kan ook een oproepovereenkomst zijn op basis van de nieuwe definitie van oproepovereenkomsten binnen de WAB.

Aandachtspunten/uitzonderingen

Een uitzendonderneming kan nog steeds een payroll contract sluiten. Men moet zich hierbij wel houden aan de nieuwe eisen die hieraan gesteld worden (alle beloningsregels van de klant toepassen, conform WAADI) en tevens mag het fase systeem niet gebruikt worden.
Vanaf 2020 dient een payroll contract van tijdelijke duur (bestaande overeenkomsten of nieuw gesloten per 2020) in de 3 x in 36 maanden regel ingepast te worden.

Overgangsregel

Er is geen overgangsrecht. Zo komt het uitzendbeding direct te vervallen en moet op 1 januari 2020 direct de volledige inlenersbeloning worden toegepast. Bij het aangaan van een nieuw contract dient deze ingepast te worden in het periode – en keten systeem. Alleen bestaande tijdelijke overeenkomsten die na 01-01-2020 eindigen en waarbinnen geen uitzendbeding is overeengekomen zullen qua duur van rechtswege eindigen.
Bij het sluiten van een nieuw payroll contract (als opvolger van een in 2019 gesloten payroll contract binnen het Fase systeem) kan dus snel de situatie ontstaan dat (ongewild) een contract voor onbepaalde ontstaat.

Stipp pensioen kan nog steeds voortgezet worden in 2020. De nieuwe pensioenverplichtingen op basis van de nieuwe regels van de WAB gaan pas in 2021 in.

NEN 4400-1

Ondernemingen die payroll contracten aanbieden of die volgens de nieuwe regels een payroll bedrijf worden op basis van sector 52 kunnen vanaf 2020 nog steeds op basis van NEN 4400-1 gecertificeerd worden.
Omdat deze payrollbedrijven geen ABU of NBBU werkingssfeer kennen, zal deel C van de NEN 4400-1 norm niet meer van toepassing zijn (CAO-elementen). Er wordt derhalve op de wettelijke verplichtingen en op basis alle fiscale aspecten en overige normpunten gecontroleerd.

Backoffice 2.0

Bureau Cicero heeft een Backoffice 2.0 concept ontwikkeld, bent u geïnteresseerd? Neem contact met ons op voor een afspraak.