Berichten

SNF registers maandelijks bijwerken

SNF-keurmerk: locatieregister maandelijks bijwerken, ook voor SNF-inhuur keurmerk

Werkgevers die werknemers huisvesten kunnen deze huisvesting laten certificeren via Stichting Normering Flexwonen (SNF). Dit locatieregister moet maandelijks bijgewerkt worden. Ook voor het SNF-inhuur kenmerk! 

SNF beheert de registers van ondernemingen die aan de norm voor huisvesting van werknemers en is vooral bekend in verband met de huisvesting van arbeidsmigranten. SNF houdt bij welke werkgevers aan de normen, publiceert deze online en onderhoudt deze normen. Er is een norm voor eigenaren van huisvesting (het SNF-keurmerk) en voor huurders van gecertificeerde huisvesting van SNF-keurmerkhouders (het SNF-inhuur keurmerk).

Organisaties die huisvestiging aanbieden kunnen een certificaat van de Stichting Normering Flexwonen behalen. Hiervoor dienen zij te voldoen aan de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten. Voor ABU en NBBU leden is het verplicht om alle huisvesting die aangeboden wordt aan medewerkers te certificeren of te huren van SNF-keurmerkhouders. Ook als er geen inhouding op het loon gedaan wordt geldt dit altijd voor ABU en NBBU leden.

Wanneer kan een onderneming zich aanmelden bij het SNF-register? 

  • als onderneming een inhouding of een verrekening doet op het loon van de werknemer ten behoeve van de huisvesting van de werknemer;
  • als onderneming een overeenkomst is aangegaan met de werknemer over het gebruik of de huur van de huisvesting;
  • als in Nederland bedrijfsmatig huisvesting voor arbeidsmigranten ter beschikking wordt gesteld.

Bij het inhouden van salaris onder het netto equivalent van het Wettelijk Minimum Loon (WML) is de werkgever verplicht om de huisvesting te betrekken van een SNF-keurmerkhouder of zelf SNF-gecertificeerd te zijn.  

Twee SNF registers

Er zijn twee soorten registers het Regulier SNF-register en het SNF-inhuur-register. 

Een organisatie die is opgenomen in het ‘reguliere’ register van SNF voldoet aan de norm voor huisvesting van arbeidsmigranten. De norm kent de onderdelen ruimte en privacy, sanitair, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorziening, brandveiligheid en goed werkgeverschap. Ieder onderdeel bestaat uit een aantal specifieke eisen waaraan de huisvesting moet voldoen. 

Een organisatie die zelf geen huisvesting beheert, maar alle huisvesting ten behoeve van arbeidsmigranten inhuurt bij SNF-goedgekeurde ondernemingen, kan zich aanmelden voor het SNF-inhuur-register. De organisatie dient dan te voldoen aan de eisen voor het SNF-inhuur-register en jaarlijks aan te tonen dat voor alle arbeidsmigranten huisvesting wordt gerealiseerd bij SNF-goedgekeurde partijen. 

Locatieregister

Stichting Normering Flexwonen kent een apart ‘locatieregister’. Dit is een grote database van alle locaties die worden ingezet door ondernemingen die zijn aangemeld of geregistreerd bij SNF. Het locatieregister is niet openbaar voor derden. Alleen de SNF gecertificeerde onderneming zelf, de SNF gecertificeerde inhuurderde SNF-inspecteur en de stichting zelf hebben inzage. In het register wordt bijgehouden welke adressen van huisvesting gecertificeerd zijn en welke ondernemingen deze huisvesting eventueel gehuurd hebben (inhuurders). 

Bijwerken locatieregister

Alle ondernemingen die bij SNF zijn geregistreerd, ook de ondernemingen in het SNF-inhuur-register, moeten elke maand het locatieregister bijwerken. Tevens geldt dat een week voor de SNF-(inhuur) inspectie het register up-to-date bijgewerkt dient te zijn. 

Let er daarom op dat ook wanneer u in het SNF inhuur register vermeld staat u maandelijks het locatieregister dient bij te werken.

Het reglement van registratie is in oktober 2020 door de SNF bijgewerkt. Bekijk hier het reglement.


Heeft u vragen over dit artikel? Of bent u geïnteresseerd in de toetsingen die wij kunnen uitvoeren? Neem dan direct contact met ons op via e-mail contact@cicero.nl of bel ons op 038 7200821.


Bron: Stichting Normering Flexwonen

Contractflexibiliteit mogelijk verkort van 5,5 naar 4 jaar

Om uitzendkrachten meer zekerheid te bieden zijn de ABU en NBBU mogelijk bereid om de contractflexibiliteit in de ABU en NBBU cao’s in te korten van 5,5 naar 4 jaar. Daarnaast wordt in de cao onderhandelingen besproken dat het gebruik van het uitzendbeding mogelijk wordt ingeperkt tot 52 gewerkte weken, in plaats van nu 78 gewerkte weken. Vakbond FNV wil dat het gebruik van het uitzendbeding wordt verkort tot 26 weken en roept de politiek op om een eind te maken aan de praktijk van het ‘rondpompen van uitzendkrachten’.  Lees meer

Nieuw bekend: SV-premies en kostprijsfactoren voor 2021

Nieuw bekend: SV-premies en kostprijsfactoren voor 2021

Hierbij het overzicht opgesteld door Marcel Reijmers (FlexKnowledge) die ieder jaar een mooi overzicht maakt van de diverse variabelen in de kostprijs voor 2021 voor zover die (voorlopig) bekend zijn gemaakt voor volgend jaar. Zie geheel onderaan voor bronvermelding en de updates voor cijfers die op dit moment nog niet bekend zijn.

Fonds
Verzekering
Percentage
Opmerking
2021
2020
Aof WAO, WGA, IVA, Kinderopvang 7,03% + 0,5% 6,77% +0,5% Geldt voor alle fases en premiegroepen, inclusief 0,5% premie kinderopvang.
Aok WAO 1e 5 jaar 0,00% 0,00% Geldt voor alle fases en premiegroepen.
AZW Aanvulling uitkering UWV 1e ziektejaar premiegroep I

Aanvulling uitkering UWV 1e ziektejaar premiegroep II

(wg nnb, wn max 0,58%)

Het verschil tussen ABU en NBBU verdwijnt in 2021

(wg nnb, wn max 1,33%)

Het verschil tussen ABU en NBBU verdwijnt in 2021.

ABU 1,65% (wg 1,07%, wn max 0,58%)

NBBU 1,65% (wg 0.91%, wn max 0,74%)

ABU 2,80% (wg 1,37%, wn max 1,33%)

NBBU 2,80% (wg 1,37%, wn max 1,43%)

Aanvulling van 20% tot 90% van het dagloon bovenop de 70% ZW-uitkering.
De genoemde premie is de totale premie voor wg en wn.
Een deel mag worden doorberekend aan de wn.
Premie is een gemiddelde voor de AZW-verzekerde bedrijven, anders eigen inschatting maken.
AWF WW, werkgeversaandeel 2,70% voor contracten voor OT die geen oproepcontract zijn en 7,70% voor alle andere contracten. 2,94% voor contracten voor OT die geen oproepcontract zijn en 7,94% voor alle andere contracten Geldt voor alle fases en premiegroepen.
Whk vanaf 2014 Publieke stelsel:
ZW-FlexWGA
5,32% (kleine wg)
0,14% – 9,31% (grote wg)1,62% (kleine wg)
0,19% – 3,12% (grote wg)
5,73% (kleine wg)
0,13% – 10,02% (grote wg)1,58% (kleine wg)
0,19% – 3,04% (grote wg)
Geldt voor alle fases en premiegroepen.
De premie voor middelgrote wg is een glijdende schaal van sectorbepaald naar individueel.
Whk vanaf 2014 Eigenrisicodragers:

ZW-Flex

WGA-vast

Voorziening of premie verzekeraar

Voorziening of premie verzekeraar

WGA-flex tot en met 2016 per definitie publieke stelsel.
ZvF Zorgverzekeringswet 7,00% 6,70% Geldt voor alle fases en premiegroepen.
Reserveringen

De reserveringen binnen de CAO van de ABU en NBBU zijn voor 2021 als volgt berekend:

Voorziening
2019
2020
Opmerking
Sociaal Fonds  0,2% ABU 0,2%
NBBU 0,1%
Officieel is de premie 0,2%. In de praktijk is hij lager.
Dit besluit is voor 2020 door de ABU nog niet gepubliceerd, daarom hanteren wij de officiële premie. De NBBU heeft 0,1% doorgegeven voor de leden.
Scholing 1,02% 1,02% ABU: alleen kandidaten in fase A
NBBU: alleen de eerste 78 weken
Leegloop Dit percentage dient u zelf te bepalen
Ziekte Dit percentage dient u zelf te bepalen

Ook in 2021 zijn er diverse risico’s bij waar u als uitlener rekening mee moet houden, zoals kosten voor het verschuiven en afzeggen van roosters binnen 4 dagen voor aanvang bij oproepcontracten; leegloop in fase A/1/2 als het géén oproepcontracten (meer) zijn en de kosten van het geboorteverlof. Dit laatste moet in alle gevallen worden doorbetaald door de werkgever, ook bij contracten met uitzendbeding. Daar geldt een individuele reservering van 0,6%, maar dat zal nooit voldoende zijn om 5 dagen door te kunnen betalen.

Wachtdagcompensatie
 
2019
2020
Opmerking
Premiegroep I 0,71% 0,71% Geldt voor contracten met uitzendbeding uit de ABU CAO (AVV verklaard)
Geldt voor alle fasen van de NBBU
Premiegroep II 1,16% 1,16% Geldt voor contracten met uitzendbeding uit de ABU CAO (AVV verklaard)
Geldt voor alle fasen van de NBBU
Pensioenpremies

Het premiepercentage wordt jaarlijks door het bestuur van het pensioenfonds vastgesteld en kan dus ieder jaar wijzigen. De kans dat dat voor 2021 gebeurt, achten wij heel klein. De uurfranchise voor het pluspensioen en het maximum pensioengevend uurloon worden vaak pas eind december bekend gemaakt door StiPP, maar zullen vast stijgen.

Totaal over grondslag
Werkgeversdeel
Werknemersdeel
Premie Basisregeling 2,6% 2,6% 0.0%
Premie Plusregeling 12,0% 8,0% 4,0%
Franchise Plusregeling n.n.b. n.v.t. n.v.t.
Max. pensioengevend uurloon n.n.b.
Transitievergoeding

Voor 2020 hebben wij geadviseerd de volledige 2,78% voor de transitievergoeding in de kostprijs op te nemen. Ten eerste, omdat werkgevers met terugwerkende kracht ook aan de bestaande populatie transitievergoeding moesten betalen als werknemers geen nieuw contract krijgen en zij daar waarschijnlijk onvoldoende rekening mee hadden gehouden. Ten tweede zouden er meer verzoeken binnenkomen van ex-werknemers om de vergoeding te betalen en ten derde, omdat het voor uitleners bijna niet mogelijk zal zijn de kosten te verhalen op de toevallige opdrachtgever waar de werknemer als laatste heeft gewerkt. Het is dan in mijn ogen fair om alle opdrachtgevers naar rato van het aantal gewerkte uren hun aandeel te laten betalen. In de praktijk merkten we dat opdrachtgevers dit accepteerden.
Voor 2021 gelden die argumenten grotendeels nog steeds, maar is er natuurlijk wel een beter zicht op de werkelijke kosten. Het is in ieder geval verstandig serieus naar het percentage te kijken dat wordt opgenomen in de transitievergoeding.

Overige kosten

Hierboven staan de onderdelen van de kostprijs die min of meer vastliggen. Daarbovenop berekent u natuurlijk een marge om tot uw tarief te komen. Daarbij houdt u rekening met uw eigen kostenstructuur die vooral wordt bepaald door uw personeelskosten, huisvesting, marketing, enzovoort. Daarnaast heeft u minder zichtbare kosten, zoals die voor lidmaatschap van de branche- en andere organisaties, abonnementen op tijdschriften en websites, et cetera. Deze moeten uiteraard ook worden terugverdiend.

Onderstaande heeft strikt genomen geen betrekking op de kostprijs, maar maakt het beeld wel compleet.

Uurvergoedingen
  • De minimumlonen per 1 januari 2021 zijn nog niet bekend.
Reserveringspercentages 2021

In 2021 zullen de volgende reserveringsprecentages gaan gelden voor uitzendkrachten die onder de CAO van de ABU of NBBU vallen. Deze percentages zijn terug te vinden in bijlage I van de cao.

Vakantiedagen

Sinds 2020 is er geen verschil meer in de reserveringspercentages in de cao’s van ABU en NBBU. Door de harmonisatie van de twee cao’s hebben beide vanaf volgend jaar 25 vakantiedagen. Het aantal werkbare dagen in 2021 is 231 (261 -/- het aantal vakantiedagen uit de cao -/- het aantal officiële feestdagen uit de cao).

De reserveringspercentages worden als volgt berekend:

Het aantal vakantiedagen
Het aantal werkbare dagen

ABU/NBBU

Reguliere uitzendkrachten 25 vakantiedagen 10,82%
Vakantiekrachten 20 vakantiedagen 8,30%

Als de reservering wordt gesplitst in wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen, gelden de volgende percentages:

Reguliere uitzendkrachten 20 wettelijke vakantiedagen 8,66%
5 bovenwettelijke vakantiedagen 2,16%
Feestdagen

Het aantal werkbare dagen in 2021 is 231 (261 -/- het aantal vakantiedagen uit de cao -/- het aantal officiële feestdagen uit de CAO). Er zijn in 2021 maar 5 feestdagen die op een doordeweekse dag vallen.

De reserveringspercentages worden dan als volgt berekend:

Het aantal feestdagen
Het aantal werkbare dagen

ABU/NBBU

Reguliere uitzendkrachten 5 2,16%
Vakantiekrachten geen recht op feestvergoeding 0,00%
Payrolling

Uit te rekenen m.b.v. de definitie voor het aantal werkbare dagen en bovenstaande formule.

Kort verzuim/bijzonder verlof

Dit percentage zal in 2021 officieel niet veranderen, maar houdt er rekening mee dat er in alle typen uitzendovereenkomsten een doorbetalingsverplichting geldt voor het geboorteverlof van 5 dagen. Dit is niet eerder in kostprijsmodellen opgenomen geweest en is ook niet in dit percentage verwerkt. De uitlener zal zelf een inschatting van de kosten hiervoor moeten maken.

ABU/NBBU

Reguliere uitzendkrachten 0,60%
Vakantiekrachten geen recht op deze reservering
Vakantiebijslag

Dit is voor alle werknemers die vallen onder de (algemeen verbindend verklaarde) CAO ABU of NBBU en is sinds 2020 gestegen van 8% naar 8,33% van het loon. De grondslag is uitgebreid met de in tijd gereserveerde compensatie-uren (CAO artikel 18):

De uitzendkracht heeft recht op 8,33% vakantiebijslag van het feitelijk loon over:

  • de gewerkte dagen
  • vakantiedagen
  • feestdagen
  • dagen waarop de uitzendkracht arbeidsongeschikt is
  • compensatie-uren en
  • de uren waarover de uitzendkracht bij wegvallen arbeid op grond van artikel 22 in de cao recht heeft op loondoorbetaling
Payrollwerknemers

De werknemers hebben recht op vakantiebijslag van gelijke hoogte en gebaseerd op dezelfde grondslag als de werknemer, werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie in dienst van de opdrachtgever. Het percentage zal meestal 8% zijn, maar dat hoeft dus niet.

Heeft u vragen over dit artikel? Of bent u geïnteresseerd in de toetsingen die wij kunnen uitvoeren? Neem dan direct contact met ons op via e-mail contact@cicero.nl of bel ons op 038 7200821.

Bron: Flexnieuws Premies 2021 en Reserveringen 2021

 

NBBU en ABU nieuwe CAO per 30-12-2019

De huidige ABU cao is sinds 30-09-2019 niet langer Algemeen Verbindend Verklaard (AVV). Deze AVV-loze periode is inmiddels ook weer verlopen; per 07-11-2019 is de AVV weer van toepassing. Deze huidige AVV verloopt per het einde van de looptijd van de huidige CAO, te weten op 29-12-2019.

Lees meer

Aanpassing NBBU en ABU cao per 01-01-2017 heeft veel gevolgen

Per 01-01-2017 is er een belangrijke wijziging in de cao van ABU en NBBU opgenomen. Deze heeft per direct gevolgen voor de hoogte van uitkering vakantiedagen (uitzendbeding) of de doorbetaling vakantiedagen (zonder uitzendbeding). Dit geldt voor NBBU- en ABU-leden en ook voor ABU volgers.

Samengevat: daar waar sprake is van vaste toeslagen (zoals ploegentoeslag, ADV/ATV en andere vaste toeslagen die betaald worden als de uitzendkracht werkt) dienen deze ook doorbetaald te worden wanneer er vakantie opgenomen wordt. Dit heeft grote gevolgen voor de uitbetaling van reserveringen vakantiedagen (uitzendbeding) of doorbetaling vakantiedagen (zonder uitzendbeding).

Aanpassing van het loonbegrip vakantiedagen

Feitelijk loon: de ABU en NBBU cao’s bepalen dat voor vakantiedagen bij contracten met uitzendbeding een aanvullend percentage over het feitelijk loon wordt gereserveerd en bij contracten met loondoorbetalingsverplichting het feitelijk loon moet worden doorbetaald. De definitie van het feitelijk loon als volgt bepaald:

Het met inachtneming van deze cao toegekende, naar tijdsruimte vastgestelde actuele brutoloonbedrag, exclusief vakantiebijslag, reserveringen, toeslagen, vergoedingen, overuren, compensatie uren, enzovoort.

De NBBU cao is per 01-01-2017 als volgt gewijzigd:

in artikel 28 staat nu dat het feitelijk loon van de uitzendkracht moet worden aangevuld met vergoedingen volgens het loonverhoudingsvoorschrift die hij zou hebben ontvangen wanneer hij zou hebben gewerkt tijdens zijn vakantie. Per geval moet dus worden bepaald of het feitelijk loon van de uitzendkracht bij vakantie moet worden aangevuld met (structurele) toeslagen, zoals bijvoorbeeld adv-compensatie. Daarbij willen we opmerken dat kostentoeslagen hiertoe niet worden meegerekend. De aanvulling van het feitelijk loon geldt alleen voor vakantiedagen en dus niet bij (reserveringen van) kort verzuim, bijzonder verlof, feestdagen en vakantiebijslag.

De ABU cao is per 01-01-2017 als volgt gewijzigd: artikel 55 nieuw lid 11 Aanvullende bepaling Indien van toepassing geldt in aanvulling op de leden 6, 8 en 9 van dit artikel het volgende. Het feitelijk loon wordt aangevuld met die vergoedingen die de uitzendkracht op grond van de ABU-beloning of inlenersbeloning zou hebben ontvangen wanneer hij zou hebben gewerkt in de verlofperiode. Onder de hier bedoelde vergoedingen vallen geen kostenvergoeding(en).

Let op:

Deze cao-wijzigingen zijn gebaseerd op onlangs gewijzigde regelgeving en jurisprudentie. Uit eerdere Europese regelgeving en jurisprudentie volgt dat een werknemer niet belemmerd mag worden om vakantiedagen op te nemen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de werknemer een lager loon ontvangt tijdens zijn vakantie ten opzichte van de periodes die hij werkt (bijvoorbeeld omdat de structurele toeslagen niet tijdens zijn vakantiedagen worden meegenomen).

Gevolgen:

Werken uw uitzendkrachten bij opdrachtgevers waar vaste toeslagen gelden (ADV/ATV, ploegentoeslagen etc) die uitgekeerd worden op het moment dat de uitzendkracht werkzaam is bij uw opdrachtgever? Dan dient u bij uitbetaling van de reservering vakantiedagen en/of de doorbetaling van vakantiedagen een toeslag te betalen die afgestemd is op deze nieuwe situatie.
In veel gevallen betekent dit dat u dit in overleg met uw software leverancier conform deze nieuwe cao regels dient in te regelen in uw verloningssoftware.

De volledige tekst van de NBBU aanpassingen vindt u hier.