Berichten

Arbeidsovereenkomst of toch een opdrachtovereenkomst?

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft op 10 juli 2018 een uitspraak gedaan over de vraag of krantenbezorgers werkzaam bij Persgroep, werkzaam zijn geweest op basis van een arbeidsovereenkomst in plaats van een opdrachtovereenkomst.
De krantenbezorgers hebben met de rechtsvoorganger van de Persgroep een overeenkomt van opdracht gesloten.
Achteraf claimen de krantbezorgers dat ze een arbeidsovereenkomst hadden met de Persgroep in plaats van een opdrachtovereenkomst.

De opdracht die de krantenbezorgers hadden gesloten bestond uit het bezorgen van dagbladen of andere producten op door de opdrachtgever aangegeven adressen. De bezorgopdrachten inzake de ochtendkranten dienden door de weeks vóór 7.00 uur te zijn beëindigd. Er was geen verplichting om de opdrachten persoonlijk te verrichten en de bezorgers konden zich voor eigen rekening door anderen laten vervangen, dan wel laten bijstaan. Indien de krantenbezorgers ziek waren of op vakantie gingen, dienden zij zelf voor vervanging te zorgen.
De krantenbezorgers hebben vervolgens conform deze afspraken arbeid verricht. Achteraf claimen de krachtenbezorgers dat ze een arbeidsovereenkomst hadden met de Persgroep.

De uitspraak:
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst maar van een opdrachtovereenkomst.

De overwegingen hierbij waren:

I. Wat hebben partijen bedoeld toen zij de overeenkomst van opdracht hebben gesloten:

Het Gerechtshof legt dit uit aan de hand van de volgende feiten en omstandigheden.
a. In de overeenkomsten tussen de krantenbezorgers en de Persgroep is expliciet vermeld dat het gaat om overeenkomsten van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 BW.

b. Partijen hebben schriftelijk vastgelegd dat ze met het aangaan van de overeenkomst van opdracht uitdrukkelijk niet de bedoeling hebben om een arbeidsovereenkomst te sluiten.

c. Bij het aangaan van de rechtsverhouding stond volgens het Gerechtshof voorop dat de krantenbezorgers betaald werk zochten en dat zij op dat moment weinig belang hadden gehecht aan de aard van de rechtsverhouding die zij op het punt stonden aan te gaan. Het is aannemelijk dat ze achteraf de voorkeur hadden voor een arbeidsovereenkomst.

d. Of partijen bij het aangaan van de overeenkomsten van opdracht al dan niet uitgebreid hebben gesproken over de aard van de overeenkomsten en de gevolgen ervan voor de krantenbezorgers, dan wel dat zij dit al dan niet begrepen uit de tekst van de overeenkomsten, is niet van doorslaggevend belang bij het vaststellen van de partijbedoeling.

II. Op welke wijze hebben partijen uitvoering gegeven aan de overeenkomst van opdracht?

a. De werkzaamheden van de krantenbezorgers zijn zodanig eenvoudig van aard dat specifieke instructies van de Persgroep niet nodig zijn. Voor het bestaan van een gezagsverhouding is niet vereist dat daadwerkelijk aanwijzingen en instructies over de werkinhoud worden gegeven, voldoende is dat dergelijke aanwijzingen kúnnen worden gegeven. Niet blijkt dat de Persgroep werkinstructies heeft kunnen geven die wijzen op een gezagsverhouding. Het Gerechtshof laat doorschemeren dat de navolgende punten daarbij een rol kunnen spelen: voorschriften over kleding, wijze van vervoer of overige gedragsregels.

b. De krantenbezorgers hebben zich altijd mogen laten vervangen zonder dat zij daarvoor toestemming van de Persgroep hoefden. De vrijheid om zich al dan niet, in welke mate en (in principe) door wie dan ook te laten vervangen is vrij ruim. Er gelden wel beperkingen, zo dient een vervanger tijdig bij de Persgroep te worden aangemeld, maar deze meldplicht is slechts gericht op het voorkomen dat de Persgroep in strijd handelt met de Wet Arbeid Vreemdelingen of de Arbeidstijdenwet.

c. Het bezorgen van kranten geschiedt van oudsher op basis van een overeenkomst van opdracht, waarbij het in de praktijk veelvuldig voorkomt dat de bezorger zich voor kortere of langere tijd laat vervangen.

d. Het gaat om arbeid van een tot enkele uren per dag en bij ziekte dienen de krantenbezorgers zelf voor vervanging te zorgen.

Conclusie:
Wanneer er een overeenkomst van opdracht is gesloten en de opdrachtnemers werken ook volgens conform de overeenkomst dan is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst in gegeven omstandigheden. De intenties van partijen bij het aangaan van de overeenkomst wegen zwaar in deze uitspraak.
De krantenbezorgers hadden de afspraken duidelijk vastgelegd in een overeenkomst, het betrof zeer eenvoudig werk, de bezorgers konden zich vrij laten vervangen en kregen geen werkinhoudelijke instructies. Deze elementen hebben er voor gezorgd dat de krantenbezorgers geen gelijk hebben gekregen, maar dat zij conform een overeenkomst van opdracht werkten.

Lees hier de uitspraak en de overwegingen van het gerechtshof.

AVG oke en AVG Garant zijn een feit

AVG FlexOke en AVG Garant zijn een feit!

De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) treedt op 25 mei 2018 in werking.
Deze wetgeving is zo ingrijpend, dat veel organisaties eigenlijk niet weten waar ze moeten beginnen. Zeker in de flexbranche, waar de verwerking van persoonsgegevens corebusiness is én waar wetten en regels regelmatig botsen. Niet alleen met elkaar, maar ook met de praktijk.

AVG FlexOke
Aan de slag! Om daadwerkelijk aan de slag te kunnen gaan met de AVG hebben vier gerenommeerde partijen, Flexknowledge, ARTRA, Verdonck, Klooster & Associates en Bureau Cicero, de handen ineen geslagen om de flexbranche te helpen bij de vertaling van de AVG naar de dagelijkse praktijk. Iedere aangesloten organisatie kan u vanuit de eigen specifieke expertise helpen om aan de AVG te voldoen. Zij werken daarvoor samen onder de noemer AVG FlexOké.

AVG voor en met de Flexbranche
FlexKnowledge, Verdonck, Klooster & Associates, ARTRA en Bureau Cicero hebben samen AVG FlexOké opgericht. Flexknowledge zal met de door haar ontwikkelde toolkit flexorganisaties alle tools aanreiken om AVG proof te worden. ARTRA gaat met trainingen en e-learning de branche ondersteunen. Verdonck, Klooster & Associates biedt praktische ondersteuning via gedetacheerde privacy-officers aan. Tenslotte heeft de certificatie instelling Bureau Cicero het initiatief genomen een objectieve AVG-norm te ontwikkelen waarvoor organisaties (en hun leveranciers)zich kunnen laten certificeren. Ieder voor zich, maar wel gezamenlijk en inhoudelijk op elkaar afgestemd. Specifiek ontwikkeld voor en met de flexbranche!

Seminars op 15 en 20 maart 2018

Om als flexorganisatie goed beslagen ten ijs te komen, is de eerste stap informatie verzamelen. Daarom organiseert AVG FlexOke een tweetal seminars om u in een middag goed op weg te helpen. Na dit seminar bent u zeker niet helemaal klaar voor de Algemene Verordening Gegevensbescherming, maar weet u wel waar de knelpunten liggen en kunt u als organisatie de juiste start maken. De Seminars zijn op 15 en 20 maart. Meer informatie en de mogelijkheid voor inschrijving is te vinden op de website van ARTRA.

Stichting AVG Garant

In het kader van de AVG-norm heeft Bureau Cicero de (onafhankelijke) stichting AVG Garant opgericht. Deze stichting is houdster van de AVG- norm en het openbaar register van gecertificeerde ondernemingen die voldoen aan deze norm. Met deze certificering kunnen organisaties naar buiten aantonen dat zij op een correcte wijze de AVG naleven.

 

Seminair Algemene Verordening Gegevensbescherming

Bent u al AVGoke?

Op 15 en 20 maart 2018 organiseren FlexKnowledge, Verdonk Klooster & Associates, ARTRA en Cicero een tweetal seminars op het gebied van de Algemene Verordening Gegevensbescherming.

Op 25 mei gaat de nieuwe Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in die moet zorgen voor een betere bescherming van data voor alle EU-burgers. De AVG dwingt u als organisatie meer verantwoordelijkheid te nemen voor de gegevens die u over kandidaten opslaat. Doet u dat niet, dan kunnen er boetes tot 20 miljoen euro worden uitgedeeld. Dat moet echter niet uw motivatie zijn: u wilt het gewoon goed op orde hebben.

Wat kunt u verwachten?
Wij gaan u tijdens deze middagen praktische handvatten geven waar u direct mee aan de slag kunt. Wij introduceren ons complete pakket waarmee wij u helpen beter te voldoen aan de AVG. Dit pakket bestaat uit een handboek met voorbeelddocumenten, e-learning modules en certificering. Daarnaast hebben we projectmanagers en privacy-officers klaarstaan die u helpen aan de wettelijke eisen te voldoen.

Sprekers
De sprekers op dit seminar zijn Marcel Reijmers (directeur FlexKnowledge) en Marius van Rijswijk (senior consultant VKA). Zij vertellen u hoe u de AVG in de praktijk toepast. Theo van Leeuwen, directeur van Bureau Cicero, gaat in op de norm die zij hebben ontwikkeld om te meten of uw organisatie AVGoke is. Daarnaast zal een etisch hacker u laten zien, wat er gebeurt als uw organisatie niet AVGoke is….

Programma

13.30     Ontvangst en registratie
14.00     Spreker 1
15.00     Korte break
15.15     Spreker 2
16.00     Pauze
16.30     Bent u privacy-proof?
17.45     Einde dag

Wanneer zijn de seminars?
Donderdag 15 maart van 13:30 uur tot 17:45 uur
Locatie: Van der Valk Hotel Utrecht, Winthontlaan 4 -6. 3526 KV Utrecht
Inschrijven? Klik hier.

Dinsdag 20 maart van 13:30 uur tot 17:45 uur
Locatie: Van der Valk Hotel Houten, Hoofdveste 25, 3992 DH Houten
Inschrijven? Klik hier.

De kosten van dit seminar bedragen € 295,- excl. btw. per persoon.

Concurreren op “sectoraal verlonen” niet meer mogelijk

Alle uitzend- detachering en payrollbedrijven voortaan in sector 52

Op 18 mei 2017 heeft toenmalig Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bij maatregel van bestuur besloten de Regeling Wfsv (Wet financiering sociale verzekering) aan te passen.

In de Wfsv worden de sociale verzekeringen waaronder de sectorpremie bepaald.

Wat is er veranderd voor nieuwe bedrijven
Door deze wijziging zullen bedrijven die voor meer dan 50% van hun loonsom arbeidskrachten ter beschikking stellen aan derden en na 24-05-2017 een nieuw loonheffingsnummer aanvragen altijd in sector 52 worden ingedeeld.

Tot genoemde datum golden er cumulatieve uitzonderingsbepalingen. Voorbeelden hiervan zijn het ter beschikking stellen van meer dan 50% van de loonsom in één zogenoemde sector of het zelf werkzaam zijn in deze sector én minder dan 15% van de eigen loonsom contracten met toepassing van het uitzendbeding.

Voor deze nieuwe aansluitingen zijn alle uitzonderingsbepalingen voor sector 52 per 24-05-2017 geschrapt.

Veranderingen voor bestaande bedrijven
Een verzoek tot herindeling naar een vaksector van bestaande bedrijven die voor 24-05-2017 ingedeeld waren in sector 52 en na deze datum een verzoek hebben ingediend worden niet meer gehonoreerd.

Indien een verzoek tot herbeoordeling sectorindeling vóór deze datum ingediend is, dan wordt dit nog beoordeeld op basis van de ‘oude’ uitzonderingsregels die golden tot voor de doorvoering van genoemd besluit.

Bestaande “ Uitzenders” die beschikken over een sectorindeling in een vaksector (anders dan 52) blijven deze behouden zo lang voldaan wordt aan de ‘oude’ uitzonderingscriteria.

Nieuwe situatie
Dit besluit zorgt ervoor dat een verschil ontstaat tussen uitzendbedrijven die voor 24-05-2017 een sectorindeling hebben ontvangen of een verzoek tot wijziging uit sector 52 hebben ingediend, en bedrijven die na deze datum dit hebben geïnitieerd.

Verschillen tussen bedrijven zijn niet onopgemerkt gebleven en heeft ook tot Kamervragen geleid. De Minister zal door een herziening van dit onderdeel van de Wfsv streven naar een nieuwe situatie die voor zowel nieuwe als bestaande bedrijven geldt.

Een wetswijziging en goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer is hiervoor noodzakelijk. De toenmalig Minister geeft aan dat beoogd wordt om deze wijziging in te laten gaan op 01-01-2019.

Gevolgen
Bedrijven ingedeeld in een vak sector kunnen nu kostprijs technisch een voordeel hebben ten opzichte van nieuwe bedrijven. Dit komt doordat nieuwe bedrijven standaard in de vaak duurdere sector 52 worden ingedeeld. De verschillen kunnen soms wel oplopen tot circa 8% van de loonsom. De sectorindeling is namelijk gekoppeld aan de WerkHervattingsKas-beschikking (WHK-premie). Deze is in sector 52 relatief hoog vergeleken met diverse andere sectoren.
Een bestaande onderneming in de vaksector kan dus voordeliger uit zijn, maar moet er rekening mee houden dat dit voordeel per 01-01-2019 kan verdwijnen. Wanneer deze beoogde wijziging doorgang vindt zal van de ene op de andere dag de kostprijs significant stijgen voor bedrijven met sectorverloning.

Ziekteverzuim
Gevolgen van ziekteverzuim die tot uitkeringen uit hoofde van de Ziektewet en/of de WGA leiden zullen ook zwaarder gaan wegen. Premieverhogingen vanuit het UWV zijn namelijk direct hieraan gekoppeld. Na een indeling in sector 52 zullen deze zwaarder gaan wegen op de kostprijs dan wanneer een bedrijf een indeling in de vaksector heeft. Immers oude schade (van 2 jaar terug) wordt verrekend op de premie van het gehele personeelbestand middels de WHK-premie in een duurdere sector.
Naar verwachting zullen EigenRisicoDragers (ERD) dit ook in de premie merken.

Kostprijsverhoging en nivellering
Uit bovenstaande blijkt dat voor uitzend, detachering en payrollbedrijven de kostprijs sterk omhoog gaat zodra de beoogde wijziging doorgang vindt. Het betekent ook dat kostprijsvoordelen tussen bedrijven met en zonder vaksectorindeling die nu nog bestaan grotendeels zullen verdwijnen.

De kostprijs voor het inlenen van flexkrachten door opdrachtgevers zal naar verwachting daarmee ook stijgen.
Het is daarmee voor uitzenders en inleners belangrijk om tijdig hierover in gesprek te gaan, omdat de kostprijsverschillen groot kunnen zijn.

Wanneer er publicaties zijn t.a.v. dit onderwerp door het ministerie van Sociale Zaken dan kunt u dit lezen in de Staatscourant. Ontwikkelingen hieromtrent kunt u vinden op de website www.cao.minszw.nl.

Kamerbrief ivm Sectorbesluit wijziging mei 2017 – dd 10-07-2017 (2)

stcrt-2017-29244 – afschaffen sectorale indeling (18-05-2017 – sector 52)

Nieuwe Cao voor uitzendkrachten, gevolgen voor u?

Sociale partners (ABU en de vakbonden) hebben een nieuwe Cao voor uitzendkrachten afgesloten welke ingaat op 05-11-2017 en loopt t/m 31-05-2019. U kunt het onderhandelingsresultaat hier vinden.

De cao is (nog) niet Algemeen verbindend Verklaard (AVV). Vanaf 05-11-2017 ontstaat er voor niet-ABU en NBBU leden een AVV-loze periode. Gedurende deze AVV-loze periode zijn er een aantal belangrijke gevolgen voor niet leden.

Wanneer u in de uitzendovereenkomst met de uitzendkracht overeen bent gekomen dat de “Cao voor uitzendkrachten” van toepassing is spreken we van een incorperatiebeding. Hierover vindt u in de bijlage meer gedetailleerde informatie.

Wat zijn nou voor u belangrijke veranderingen in een AVV-loze periode?

– Geen mogelijkheid meer tot gebruikmaking van de Fase-systematiek (A, B, C) (in ieder geval voor nieuwe overeenkomsten)

– Beloningsstructuur van uitzendkrachten die bij uw opdrachtgevers onder leiding en toezicht staan (verschil tussen inlenersbeloning en WAADI-verplichtingen)

– De WAADI verplicht u ook het toekennen van feest- en vakantiedagen vanuit de Cao van de opdrachtgever.

– Inhouding van huisvesting vanuit de WAS (Wet Aanpak Schijnconstructies) kan enkel wanneer een Cao dit mogelijk maakt, bij het ontbreken van de cao voor uitzendkrachten is dit niet overeengekomen.

– Controles en handhaving op de juiste toepassing van de cao door privaatrechtelijke partijen zoals de SNCU kan niet meer in deze periode.

Zowel ABU als SNCU hebben informatie beschikbaar op hun website over de belangrijkste gevolgen die voor uw onderneming van toepassing kunnen zijn.

Gedurende de AVV-loze periode vinden SNA controles conform NEN 4400-1 op de gebruikelijke wijze plaats, hieraan verandert niets.

Wanneer de AVV door het ministerie van Sociale Zaken wordt toegekend kunt u dit lezen in de Staatscourant.nl. Ontwikkelingen hieromtrent kunt u vinden op de website www.cao.minszw.nl.

Bron: www.abu.nl www.sncu.nl

Gevolgen AVV-loze periode voor UZB (info SNCU)

Gevolgen avv-loze periode (info ABU) 2017

 

 

NEN-4400-1 uitleg van Bureau Cicero

Bureau Cicero en NEN 4400-1 in 1 minuut

Hebt u er wel eens aan gedacht om het SNA keurmerk te behalen? Het SNA-keurmerk is belangrijk voor opdrachtgevers van de uitzendsector en aannemers van werk en dus ook voor u. De NEN 4400-1 norm is ontwikkeld om uw risico’s in het kader van verplichtingen uit arbeid, waaronder inleners- en ketenaansprakelijkheid en bestuurlijke boetes te beheersen.

Bureau Cicero is een inspectie instelling die expert is in het uitvoeren van deze inspecties. Onze visie is uiteindelijk om u verder te helpen middels dit keurmerk. Nieuwsgierig hoe dat in zijn werk gaat? Kijk dan onze nieuwe animatiefilm. U ziet dan in 1 minuut wat Bureau Cicero voor u kan betekenen!

Tips vanuit de inspectiepraktijk PayChecked in Transport

Bij een eerste PayChecked controle lopen we vaak tegen dezelfde afwijkingen aan. We hebben deze voor u uiteengezet zodat u daar uw voordeel mee kan doen

ZZP’ ers (Eigen Rijders)
Met zzp’ ers bedoelen wij ieder persoon die uit hoofde van zijn eigen onderneming werk uitvoert voor eigen rekening en risico, dit ongeacht de juridische vorm (eenmanszaak, VOF, BV, maatschap etc.)

Wat moet u nou goed regelen met de ZZP’ er voor een inspectie:
1. Kom met de ZZP’ er een door de belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst overeen. De branchevereniging TLN heeft een goedgekeurd model gedeponeerd onder nummer 9081599394. Deze vindt u terug op de website van de belastingdienst.
2. Wanneer de ZZP’er gebruik maakt van uw vrachtvoertuig dan dient u een huurovereenkomst te zijn aangegaan voor de verhuur van dit voertuig. Deze dient dan ook overeenkomstig marktconforme tarieven te zijn verhuurd. Uiteraard dient er ook een facturatie en betalingsstroom bij deze overeenkomst aanwezig te zijn.
3. U dient de identiteit van de ZZP’ er te controleren aan de hand van een geldig identiteitsdocument, formeel mag ik u in het kader van de wet bescherming persoonsgegevens dit document niet opslaan. Leg daarom de documentgegevens goed vast (behalve het BSN nummer) en laat de ZZP’er deze ondertekenen.
4. U dient te beschikken over een kopie van de (communautaire) vergunning voor beroepsgoederenvervoer over de weg van de ZZP’er
(tenzij de onderneming niet vergunningplichtig is, bijvoorbeeld koeriersbedrijven met voertuigen met een laadvermogen minder dan 500 kg.).

Uitbesteed vervoer aan collega bedrijven
Wanneer u vervoer uitbesteed aan een collega bedrijf (ondervervoerder) die niet gecertificeerd is volgens het keurmerk PayChecked gelden de volgende spelregels:

1. De totale omzet van vervoersovereenkomsten per ondervervoerder bedraagt niet meer dan 5% van de omzet van de eigen onderneming over de voorafgaande 12 maanden.

2. Het absolute totaal aan omzet van vervoersovereenkomsten met ondervervoerders (totaal van leveranciers) bedraagt niet meer dan 50% van de omzet van de eigen onderneming over de voorafgaande 12 maanden.

3. Er moet een schriftelijke overeenkomst tussen u en de ondervervoerder zijn overeengekomen die minimaal de volgende afspraken bevat:

– Afspraak dat de ondervervoerder de juiste arbeidsvoorwaarden toepast en wanneer vervoer door uw ondervervoerder wordt uitbesteed ook deze afspraak wordt doorgelegd met diens ondervervoerder (kettingbeding).
– Een afspraak over hoeveel keten partijen uw ondervervoerder mag inschakelen en een meldingsplicht wanneer dit gebeurd.

Klachtenprocedure
U dient in het bezit te zijn van een klachtenprocedure over hoe u omgaat met klachten van medewerkers over hun arbeidsvoorwaarden, maar ook over klachten van medewerkers van uw ondervervoerders inzake hun arbeidsvoorwaarden.
Bovenstaande eisen staan duidelijk opgetekend in de norm die u kunt vinden op www.paychecked.nl.
Wilt u een voorbeeld van een klachtenprocedure, modelovereenkomst ZZP’er, overeenkomst WAS met leverancier, neem dan contact op met Bureau Cicero.

Nieuwe normenset keurmerk PayChecked in Transport per 1-8-2017

Nieuwe normenset keurmerk Paychecked in Transport per 1-8-2017

Per 1 augustus 2017 is er een nieuwe normen set van toepassing voor ondernemingen die getoetst worden voor het keurmerk Paychecked in Transport, de wijzigingen zetten we voor u uiteen.

Uitbesteden van vervoer Wanneer u vervoer uitbesteedt aan een in het buitenland gevestigde onderneming is dat alleen mogelijk wanneer deze onderneming in het bezit is van een accountantsverklaring welke voldoet aan het standaard format.

De verklaring ziet toe op juiste naleving van de arbeidsvoorwaarden door opdrachtgever, hiervoor moet de accountant een vooropgesteld werkprogramma doorlopen, deze is gelijkwaardig t.o.v. de Paychecked norm. Deze verklaring kunt u hier downloaden.

Inlenen van arbeidskrachten Wanneer u arbeidskrachten inleent van uitzend, Payroll of detacheringsondernemingen let er dan goed op dat deze staan ingeschreven in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA) zie: www.normeringarbeid.nl. Dit is in de nieuwe norm een eis. Niet zo vreemd, dit staat immers ook in artikel 9 van de Cao. Werkt u toch met een uitzendbureau of payroll-organisatie die niet gecertificeerd is, dan kunt u contact opnemen met Bureau Cicero.

Wanneer u arbeidskrachten inleent van een collega transport onderneming, let er dan goed op dat u aan de volgende voorwaarden voldoet:

  1. Het collega bedrijf beschikt over een communautaire (NIWO) eurovergunning
  2. De inleen duurt maximaal 6 weken, en u bent dit ook zo schriftelijk met elkaar overeengekomen.
  3. U bent schriftelijk met elkaar overeengekomen dat de arbeidsvoorwaarden uit de Cao beroepsgoederenvervoer worden betaald.
  4. Het inlenen en uitlenen gebeurd zonder winstoogmerk.

Klachtenprocedure

Wanneer u een klacht ontvangt dient u volgens de normen binnen 30 werkdagen na vaststelling dat de klacht gegrond is dit schriftelijk te melden aan de inspectie instelling. Er is in de nieuwe normenset bepaald dat er sprake is van een klacht wanneer de totale omvang minstens EUR 750,- bedraagt.

Let er wel op dat u de 4-O systematiek doorloopt, en dus een omvang analyse doet om de totale omvang te bepalen.

Wat was de 4-O systematiek ook al weer?

De 4-O systematiek staat voor:

Oorzaak
Omvang
Oplossing
Operationaliteit

Het doel is om vast te stellen waar de klacht vandaan komt (Oorzaak), hoe groot de klacht is in zowel geld als impact (Omvang), hoe u het probleem gaat verhelpen (Oplossing) en uiteindelijk op welke manier dit wordt opgelost zodanig dat herhaling niet meer gebeurd. (Operationaliteit). Een voorbeeld van een klachtenregistratieformulier vindt u hier

De nieuwe normenset kunt u raadplegen op de website van Stichting PayChecked

Nieuwe CAO per 01-07-2017, relevante wijzigingen voor PayChecked

Per 1-7-2017 is tussen TLN en de vakbonden een nieuwe CAO overeengekomen. Deze cao is per 16 augustus ook algemeen verbindend verklaard.

De wijzigingen die relevant zijn voor het keurmerk PayChecked in Transport zetten we hier voor u uiteen:

1. a. De lonen zijn verhoogd. Ook het loongebouw zelf is aangepakt. Er is een extra trede aan het einde van de loonschalen A t/m H toegevoegd. Tussen de treden van de loonschaal zit nu een verschil van 4%. Dit is gerealiseerd door vanaf de hoogste trede de lagere treden uit te rekenen. Vervolgens is over de nieuwe bedragen een loonsverhoging van 2% toegekend. Deze werkwijze leidt ertoe dat in sommige treden in de loonschaal lagere bedragen vermeld staan dan in de afgelopen CAO het geval was. De werknemers die voor 1 juli een loon verdienden dat hoger was dan het loon waar ze per 1 juli recht op zouden hebben, behouden het loon dat ze voor 1 juli hadden. Dit staat ook in de CAO aangegeven, voor de desbetreffende treden staat een sterretje.

b. De nieuwe laatste trede is in beginsel 4% hoger dan de een na hoogste trede, maar de nieuwe trede wordt in drie stappen van 1/3 trede per keer ingevoerd. Per 1 juli van dit jaar is de laatste trede dus 1 1/3 % hoger dan de voorlaatste trede, per 1 januari 2018 is het verschil tussen beide treden 2 2/3% en per 1 januari 2019 bedraagt dit verschil dus 4%.
c. Iedere werknemer die op 1 juli 2017 gedurende minimaal 1 jaar in de laatste trede van zijn schaal zit (bijv. D5) wordt met ingang van 1 juli 2017 dus in de nieuwe hogere trede geplaatst (in dit voorbeeld D6).
2. Artikel 37 (toeslag eendaagse nachtritten) van de huidige cao wordt vervangen door een toeslagenmatrix. In geval van een eendaagse rit (een rit waarbij het vertrek en de aankomst binnen 24 uur plaatsvinden) krijgt de chauffeur voor diensturen op maandag tot en met zondag tussen 21.00 uur- 05.00 uur een toeslag van 19% op het uurloon

3. De persoonlijke toeslag van artikel 23 (inschaling van functies) wordt afgebouwd met nog toe te kennen treden en/of loonsverhogingen, maar ten minste met 25% per jaar.
Voor de werknemer van 55 jaar en ouder (nieuwe gevallen) zal de persoonlijke toeslag niet worden afgebouwd

De gehele Cao kunt u hier raadplegen.

Waarom heeft Ter Riele Transporten gekozen voor PayChecked

B. ter Riele Transporten, met vestigingen in Wilp en Bemmel heeft het PayChecked keurmerk behaald.

Hieronder vertelt Thijs van Doorn, de projectmanager, zijn verhaal

1. Waarom we de keuze voor PayChecked hebt gemaakt
Het keurmerk Paychecked kwam ter sprake bij TLN. Het keurmerk is een gelijkwaardig alternatief voor de accountantsverklaring zoals vereist voor het TLN keurmerk transport & logistiek.
Het is een mooi initiatief van TLN en EVO om haar leden een goed werkbare manier te bieden om actief aan de slag te gaan met de WAS ( Wet Aanpak Schijnconstructies) en zich daarmee op een positieve manier te onderscheiden in de markt. Door aan de slag te gaan met keurmerk Paychecked dwingen wij onszelf om kritisch naar onze administratie en andere processen te kijken.
Verantwoord en kwalitatief goed transport, vanuit een eerlijke concurrentiepositie, daar hoort correcte verloning van de medewerkers gewoon bij en kan gewoon zonder concurrentievervalsing over de rug van de werknemer of zelfs uitbuiting door schimmige constructies van dienstverbanden.
Onze hoop en verwachting is dat het keurmerk aankomende tijd bekender wordt en aanslaat bij opdrachtgevers. Dat er vaker een bewuste keuze wordt gemaakt voor transporteurs die op een verantwoordelijke en duurzame manier hun bedrijf leiden.

2. Hoe we de voorbereiding hebben opgepakt
Ik ben begonnen met inlezen via de website van Stichting Paychecked. Daar staat veel informatie over de WAS en de keurmerkeisen. Daarna ook contact gehad met de secretaris van de stichting. Uiteindelijk de aanmelding voor het register gedaan. Vervolgens een overeenkomst gesloten met Bureau Cicero voor de audit.
Bureau Cicero heeft ons een uitgebreide checklist gestuurd, waarin alle aan te leveren informatie beschreven staat. Vanaf daar was het beginnen met verzamelen van de informatie.

Toen ben ik in vervoersovereenkomsten en raamovereenkomsten gedoken. TLN heeft een aantal conceptovereenkomsten ontwikkeld. Die zijn via de ledensite beschikbaar. Deze overeenkomsten heb ik gebruikt als startpunt en aangepast waar nodig. Vervolgens de overeenkomsten uitgezet bij onze onderaannemers en partners in een samenwerkingsverband waar we deel van uitmaken. Niet iedere firma was even enthousiast, een enkeling wat huiverig om eventueel openheid van zaken te moeten geven.
Ook een belangrijk ding was het aanpassen en soms implementeren van processen. Het paraat hebben van een procedure voor loonklachten van eigen medewerkers of die van onderaannemers, inclusief beschrijving van het vervolgtraject en melding aan de toezichthoudende inspectie, is een eis. TLN bied ook op dit vlak behoorlijk wat ondersteuning met tips en materiaal. Wat betreft (eisen van) de aanstormende audit kon ik me beroepen op de kennis van Bureau Cicero.

3. Wat we ervan geleerd hebben
Het belang van kritisch kijken naar je eigen bedrijf en dat van klanten en opdrachtgevers. Net even wat extra tijd besteden aan het papierwerk, heeft een onderaannemer een geldige inschrijving bij het KvK, komt dat overeen met de vervoersvergunningen enzovoort. En hoe ga je om met vervoersovereenkomsten; vaak bestaan de relaties met klanten al jaren, en is er veel in goed vertrouwen gewerkt. Toch bleek het, mede in het kader van ketenaansprakelijkheid, de moeite waard om bewust bezig te zijn met je eigen plek in de keten en die van andere partijen. Nu weten we dat het goed zit en dat hebben we aangetoond.
Ook op het gebied van de werknemer hebben we nog wat bijgeleerd. Er werd van iedere medewerker al stelselmatig voldoende informatie verzameld bij indiensttreding. Wat we hebben geleerd is dat je als ondernemer ook verplicht bent om identiteitsbewijzen te controleren op echtheid. En inmiddels weten we ook hoe. En we weten nu ook dat uitzendbureaus gecontroleerd en genormeerd worden; onze dienstverleners bleken allemaal in orde.

4. Wat we eraan denkt te hebben
Algemeen: het behalen van het keurmerk onderschrijft onze reputatie van een degelijk, transparant en duurzaam familiebedrijf.
Sector: Wij hopen dat de sector transparanter wordt in haar bedrijfsvoering, zodat de ‘rotte appels’ komen boven drijven en bonafide bedrijven weer een sterkere positie op de markt krijgen.
Medewerkers: Goede reputatie voor correcte betaling zichtbaar maken voor sollicitanten. Laten zien dat binnen dit bedrijf conform CAO wordt gehandeld.
Klanten: De boodschap naar buiten is dat wij proactief bezig zijn met verantwoord en duurzaam transport, dat huidige klanten gewaarborgd zijn van loonclaims en dat meer prospectieve klanten zullen beslissen met ons in zee te gaan. We hebben van meerdere nieuwe klanten positieve reacties gehad over het behalen van het keurmerk Paychecked in Tansport. Vaak had men al wel wat gehoord over de WAS, maar had er nog niet direct ervaring mee.

5. Wat beter kan in de aanpak van Bureau Cicero en in onze aanpak
Ondanks het feit dat het veel werk heeft gekost, denk ik dat het niet veel beter had gekund. Het was de eerste keer en er moest nu eenmaal veel informatie op een rijtje worden gezet. De volgende keer zal het een stuk sneller gaan, mede omdat we nu weten waar we kunnen aankloppen voor welke informatie.

Tip: Terminologie helder krijgen.
De term ZZP-er is een algemeen begrip in NL maar bestaat binnen het transport vrijwel niet omdat een zelfstandige ook een eigen transportvergunning moet hebben. Zo iemand heeft vrijwel altijd ook een eigen vrachtauto en wordt normaliter Eigen Rijder genoemd. De term ZZP-er was voor ons verwarrend, omdat een ZZP-er zoals bekend uit de meeste sectoren geen (noemenswaardig) eigen materieel heeft.
Overeenkomsten: Ik heb dezelfde overeenkomsten van verschillende bronnen onder ogen gekregen, die door de ene partij een raamovereenkomst wordt genoemd, door de andere een modelovereenkomst. Daarnaast bestaan er dan weer verschillende versies voor bedrijven met, en zonder medewerkers op de loonlijst. Of inhoudelijk verschillende overeenkomsten onder dezelfde noemer. Nadere specificatie en definitie van overeenkomsten zou handig zijn. M.a.w., TLN gebruikt niet altijd dezelfde termen als Cicero, of bijvoorbeeld de overheid. Dat maakte het lastig om uit te vinden wat we nou met wie en waarom moesten afsluiten. Het feit dat het een nieuw ding is voor zowel de initiator, de auditor en de auditee, ligt hier ongetwijfeld aan ten grondslag. In contact met de opstellers van de overeenkomsten leek het alsof ook zij het overzicht niet geheel scherp hadden.

Top:
Wij waren zeer gebaat bij de checklists en excel-bestanden van Bureau Cicero, deze boden ons handvatten om ons zo goed mogelijk voor te bereiden. Het verzamelen van materiaal, zoals financiële gegevens, recente inschrijvingen van handelsregister en scans van geldige vervoersvergunningen, was een proces dat de nodige tijd en moeite heeft gekost. Doordat van tevoren goed duidelijk was wat er moest worden getoond konden we de audit zeer gestructureerd en vlot doorlopen.