Berichten

2021, alleen nog maar ZZP’ers in de tweede kamer?

Patrick Tom

Dit jaar was voor ondernemend Nederland een jaar vol uitdagingen. Zo bent u geconfronteerd met de gevolgen van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) en de coronacrisis. Wij hebben vol bewondering bij onze inspecties de creativiteit gezien van ondernemers die er ondanks alle hindernissen, wat van hebben gemaakt. Onze complimenten.

In het nieuwe jaar is er geen tijd om te verslappen. Ondernemingen die gebruik hebben gemaakt van de bijzondere uitstelregeling voor belastingen waaronder omzetbelasting en loonheffingen zijn verplicht deze vanaf 1 juli aanstaande terug te betalen. Dit heeft invloed op de liquiditeiten en het werkkapitaal. Er wordt verwacht dat de groei die de uitzendsector laat zien eind 2020 doorzet in het nieuwe jaar. Zoals u weet gaat groei gepaard met voorfinanciering; ondernemingen met een krappe kas en daarnaast mogelijk ook een NOW terugbetalingsregeling staan voor uitdagingen. Het zou ons niet verbazen als er in 2021 een verdere consolidatie plaats gaat vinden in de markt.
Lees meer

Ondervervoer en ZZP, wat is het verschil?

Damaris Tjallinks

Bureau Cicero doet veel inspecties voor Paychecked in Transport. Bij een Paychecked inspectie wordt gecontroleerd of wet- en regelgeving en een deel van de cao beroepsgoederenvervoer juist wordt toegepast voor werknemers en ondervervoerders die werken voor transportbedrijven.

Bij Bureau Cicero coördineer ik de technisch correcte uitvoering van deze inspecties. Ons doel is om onze klanten vooruit te helpen. Een professioneel opgezette administratie geeft u de rust om u te concentreren op de zaken die echt van belang zijn.

Wij willen graag voorkomen dat u tegen boetes en nabetalingen aanloopt als gevolg van controles van Inspectie SZW, VNB, belastingdienst, enz. Of dat u uw contract verliest met uw opdrachtgever omdat u niet aan de eisen voldoet. Veel vragen die wij in aanloop naar een inspectie en tijdens de inspectie krijgen gaan over ondervervoer en ZZP-ers. Hieronder ga ik daar nader op in. Lees meer

Schijnconstructies bij de inzet van flexibele arbeidskrachten in coronatijd volop in de schijnwerper

In de afgelopen coronamaanden verschijnen regelmatig in verschillende Europese landen artikelen in de pers over problemen of schijnconstructies die gesignaleerd worden bij de inzet van flexibele arbeidskrachten. Vaak gaat het dan om de wijze van huisvesting van deze migranten met discussies of dit de coronaverspreiding in de hand werkt. Anderzijds lijkt het erop dat de besmetting in de hand gewerkt wordt door de omstandigheden op de werkplek zelf.

Schijnconstructies zichtbaar door extra aandacht

Een bijwerking van Corona is dat ontwikkelingen op de flexibele arbeidsmarkt stevig op de agenda gezet worden, waarbij het begrip schijnconstructies vaak valt. Zie bijvoorbeeld het op 30 oktober aan minister Koolmees aangeboden tweede advies van het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer.  Het is voor opdrachtgevers, waar de arbeidskrachten te werk gesteld zijn, nog belangrijker geworden om risico’s op aansprakelijkheid in beeld te brengen en maatregelen te treffen.

Wet Aanpak Schijnconstructies sinds 2015

In Nederland is sinds 2015 de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) van kracht, waarin de ketenaansprakelijkheid voor het loon centraal staat. De schijnconstructie wordt omschreven als een constructie, al dan niet grensoverschrijdend, waarmee de randen van de wet opgezocht worden met het risico dat de wet overtreden wordt. Vaak wordt dit gekoppeld aan de inzet van arbeidsmigranten, maar het heeft net zo goed betrekking op arbeidskrachten met de Nederlandse nationaliteit.
Lees meer

Opdrachtgevers wees alert op de WAS en WAB!

Verbetering van de positie van de werknemer is een van de voornaamste doelen van de WWZ, de WAS en de WAB. De combinatie van deze drie, met grote impact en in recordtijd ingevoerde wetten, kunnen zorgen voor een onzichtbare giftige cocktail. Opdrachtgevers wees alert! Zeker in combinatie met de Corona-crisis. Onzichtbaar vanuit het zicht van de inhurende opdrachtgever in ieder geval en met grote risico’s gepaard. Lees in deze blog waarom en wat je als inlener hieraan kunt doen.

Giftige cocktail zorgt voor inleenrisico’s

Lastig, wetgeven in Polderland. In de afgelopen 5 jaar zijn drie wetten die veel impact hebben op de bedrijfsvoering van werkgevers ingevoerd.
Wet Werk en Zekerheid (WWZ 2015), Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS juli 2015) en de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB 2020). In Polderland worden dit soort initiatieven gebruikt om gelijk een groot aantal detailregelingen te wijzigen, aan te scherpen of te corrigeren in een poging om alles tot op de millimeter nauwkeurig te regelen. Dat is een probleem. Want wat is de echte essentie de van problemen op de arbeidsmarkt? Lees meer

Na de crisis verandert er niets in werkend Nederland, tenzij we lessen leren

In de tweede fase van de maatregelen van de regering vanwege de coronacrisis dreigt de mogelijkheid van grote aantallen ontslagen. Dit werd geprobeerd te voorkomen in de eerste fase. En terecht. Niet zozeer de ontslagen zijn het probleem maar het verdwijnen van ondernemingen die voor werk zorgen. Op dit moment dringt tot ons door dat de coronacrisis tot een forse economische dip leidt, qua omvang minimaal vergelijkbaar met die van 2008. En in een economische “down turn” wordt Nederland, vanwege zijn open economie harder dan gemiddeld geraakt. Bij een “up turn” profiteert Nederland ook meer dan gemiddeld.

En nu hadden we net per 1 januari de WAB geïntroduceerd, die tot doel heeft om Flex minder flex te maken en overeenkomsten voor onbepaalde tijd juist te stimuleren. Weliswaar met een iets versoepeld ontslagrecht, want dat werd wel heel moeilijk na invoering van de WAS in 2015. We hebben flexibiliteit nu écht nodig en nu blijkt de wetgeving in de weg te zitten als de economische wind gure temperaturen bereikt. Wat mij betreft leidt dit maar tot één conclusie: geef Flex de ruimte die het nodig heeft en regel dit gewoon goed. Ontdoe de discussie van de emotie dat de lange dienstverbanden van 50 jaar geleden de norm moeten zijn. Lees meer

Blog: Correcte loonbetaling, PayOk helpt!

Het juiste loon betalen aan uw medewerkers. Dat klinkt vanzelf sprekend. Ondernemers in de flexbranche weten dat het correct uitbetalen van hun uitzendkrachten een uitdaging kan zijn. Eentje die men goed wil beheersen. Zeker aangezien er vanuit de politiek en branche steeds meer controle druk is die ondernemingen diep in de portemonnee kan raken. Lees meer

Opdrachtgever eist PayOK-certificaat van zijn uitzendbureaus

Check op naleving Wet Aanpak Schijnconstructies

Dienstverlener Brand Energy & Infrastructure Services is de eerste opdrachtgever die van al zijn uitzendbureaus eist dat ze een PayOK-certificaat hebben. Volgens stichting PayOK worden dat er gauw meer.

PayOK is een nieuw certificaat voor uitzendbureaus en onderaannemers. Met dit keurmerk laten de bedrijven zien dat ze hun werknemers belonen volgens de cao. Dat is namelijk belangrijk voor opdrachtgevers.

De eerste vier uitzenders ontvingen vrijdag hun certificaat. De keurmerken werden uitgereikt op het hoofdkantoor van Brand Energy & Infrastructure Services, de eerste opdrachtgever die het certificaat verplicht stelt voor zijn uitzenders. De eerste gecertificeerde uitzendbureaus zijn Jenz Engineering BV, Oranjeflex BV, Stammes Recruitment BV en Technojobs BV.

Chris Slootweg (derde van rechts) van Brand Energy tussen de gecertificeerde uitzendbureaus.

Wet Aanpak Schijnconstructies
Het keurmerk voor uitzendbureaus is een initiatief van certificeringsbureau Cicero. De aanleiding voor het nieuwe certificaat is de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). In die wet staat dat ondernemers aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de juiste beloning van werknemers in de hele keten, dus ook werknemers die in dienst zijn bij een onderaannemer of uitzendbureau. Als een uitzender de werknemers niet betaalt conform de cao, kunnen die werknemers het te weinig ontvangen loon opeisen bij de hoofdopdrachtgever.

Verantwoordelijkheid nemen
“Als ketenpartij is Brand Energy zelf natuurlijk ook geaudit”. Zulke situaties wil dienstverlener Brand Energy & Infrastructure Services B.V. voorkomen. “We willen zeker weten dat uitzendbureaus waar we zaken mee doen zich houden aan de cao’s”, zegt Chris Slootweg, manager Flex Labour bij het bedrijf. “We nemen onze verantwoordelijkheid en vinden dat alle opdrachtgevers dit zouden moeten doen. Onderbetaling gaat ten koste van de medewerkers en ondermijnt normale concurrentieverhoudingen. We geven zelf het goede voorbeeld door ook aan het keurmerk te voldoen.”

Voor Slootweg past dit keurmerk bij het MVO beleid van Brand Energy en doet de organisatie op deze manier een uiterste inspanning om risico’s in het kader van ketenaansprakelijkheid af te dekken.

 


Meer bedrijven volgen

Brand Energy is de eerste opdrachtgever die het keurmerk eist van uitzenders en onderaannemers. Volgens directeur Gerlof Roubos van stichting PayOK volgen er gauw meer. “De belangstelling voor PayOK is groot”, zegt hij. “Vooral vanuit bedrijven die werken met veel uitzendbureaus en onderaannemers krijgen we vragen. Deze bedrijven willen het risico op loonclaims voorkomen.”

Daar is hij blij mee. “Dit is een zeer goede ontwikkeling en past precies bij het oogmerk van de Wet Aanpak Schijnconstructies.”

De uitzendbureaus aanwezig bij de uitreiking noemde de audits pittig, maar ook zeer welkom. “Een onafhankelijk certificaat is voor onderscheid in de markt. Voor ons is het ook veel efficiënter wanneer je een keer goed geaudit wordt in plaats van losse audits van opdrachtgevers”

Onafhankelijke toetsing
Meer opdrachtgevers vragen om een keurmerk en uitzendbureaus komen aan die wens tegemoet. Volgens Van Leeuwen is de inspectie bij tientallen andere bedrijven in volle gang. “De afgelopen elf jaar heb ik de uitzendbranche steeds professioneler zien worden”, vertelt hij.

Uitzendbureaus willen laten zien dat ze betrouwbaar zijn en vakkundig werken. Een keurmerk helpt daarbij.

Opdrachtgevers en uitzenders vinden het soms nog lastig om te voldoen aan de wet. Hoe komt dat? Directeur Theo van Leeuwen van inspectiebureau Cicero: “Je moet echt transparante afspraken maken als opdrachtgever en uitzender. Als het mis gaat, komt dat vaak door gebrek aan informatie. Als een uitzendbureau niet weet onder welke cao iemand gaat werken, kan hij ook niet zorgen voor de juiste beloning.”

Voordat je zo’n certificaat krijgt, moet je dus heldere afspraken maken. Verder is goede voorbereiding belangrijk, vertelt Van Leeuwen. “We toetsen niet alleen op procedures, maar ook op de werking van die procedures.”

Echt anders
Van Leeuwen benadrukt dat het echt een andere methode is dan bijvoorbeeld de controle van het SNA Keurmerk NEN4400-1. De inspecteurs kijken naar de procedures en systemen die een uitzendbureau gebruikt, vervolgens beoordelen ze de risico’s per sector. Die controle per sector is veelal nieuw voor uitzenders. Slootweg van Brand Energy bevestigt de noodzaak daartoe: “FNV heeft de branche op dat vlak goed de spiegel voorgehouden. De NEN-normen die gelden voor de uitzendbureaus voldoen niet voor een echte controle op naleving van de CAO’s.”

De toetsing wordt uitgevoerd door onafhankelijke, geaccrediteerde inspectie-instellingen. Bureau Cicero heeft de PayOK-norm ontwikkeld, maar je kunt dus als uitzendbureau bij meer partijen terecht. Om te zorgen dat de certificering objectief is, heeft Cicero namelijk een stichting opgericht. Stichting PayOK beheert de norm en het register. De toetsing en inspectie omvatten de cao-regelingen van alle Nederlandse bedrijfstakken.

Bron: Zipconomy.nl 

Wijzigingen op toegestane inhoudingen op het wettelijk minimumloon per 2019

In ons voorgaande artikel heeft u kunnen lezen over de nieuwe wettelijke minimumlonen (WML) per 1 januari 2019.
Per deze datum veranderen ook de toegestane inhoudingen op het wettelijk minimumloon.
Met de inwerking treden van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) zijn er nieuwe regels over inhoudingen en verrekeningen op het wettelijk minimumloon.

Verrekening en inhoudingen op WML zijn verboden
In principe zijn inhoudingen op het wettelijk minimumloon verboden tenzij er een wettelijke basis is voor de inhouding in bijvoorbeeld de pensioenwet of de Wet op de loonbelasting. Zo zijn inhoudingen voor aanvullende premies (WGA-gat, AZW (aanvullende ziektewet voor uitzenders) onder het netto equivalent van het minimumloon niet toegestaan.
Veel werkgevers bieden huisvesting aan en zorgen voor een zorgverzekering voor de medewerker. Inhoudingen voor huisvesting en deze zorgverzekering inclusief herverzekering eigen risico zijn nog wel mogelijk indien de werknemer hiervoor een schriftelijke volmacht heeft verleend aan de werkgever. De hoogte van de inhouding zorgverzekering wordt jaarlijks aangepast.

Huisvesting
Voor huisvesting geldt een maximum van 25% van het voor de werknemer geldende netto equivalent van het minimumloon. Tevens moet de huisvesting gecertificeerd zijn overeenkomstig bij de collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde normen betreffende de kwaliteit van huisvesting van werknemers (SNF Keurmerk) of de verhuurder is een woningcorporatie.

Zorgverzekering
De zorgverzekering mag worden ingehouden mits er een afschrift van de zorgpolis op naam van de medewerker is overlegd en de premie daadwerkelijk door de werkgever wordt voldaan. Hierbij geldt een maximum van de geraamde gemiddelde nominale premie.
Voor 2019 is deze nominale premie € 1.432 per jaar, wat neerkomt op € 119,35 per maand.
Daarbij geldt dat alleen de premie voor de basisverzekering en de herverzekering van het eigen risico tot dit maximum mag worden ingehouden op het netto equivalent van het wettelijk minimumloon. Een aanvullende verzekering kan dus niet worden ingehouden op het wettelijk minimumloon.

Verkeersboetes
Verkeersboetes, die voldoen aan de voorwaarden mogen ook in 2019 verrekend worden met het netto loon van de medewerker. Echter mag een verkeersboete niet verrekend worden onder het netto equivalent van het wettelijk minimumloon.
Indien in een loonperiode er geen ruimte is voor het inhouden van (verkeers)boetes van officiële instanties, dan kan het deel dat niet te verhalen is in een daarop volgende periode op het netto loon verrekend worden, mits deze inhouding op het loon ook in deze periode niet onder het netto equivalent van het wettelijk minimumloon komt.

Hieronder vindt u een link naar brochure van de rijksoverheid over de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) en verplichtingen inzake de wet minimumloon (WML).

Brochure over de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS)

PayOK-keurmerk maakt uitzendbureaus en (onder) aannemers WAS-proof

 

Bureau Cicero heeft een keurmerk ontwikkeld waarmee ondernemingen getoetst worden op de juiste beloning van hun werknemers conform CAO’s. De Stichting PayOK is de norm- en registerhouder. Sinds het in werking treden van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) waarin ketenaansprakelijkheid van loon wordt gerangeerd kunnen opdrachtgevers aansprakelijk worden gesteld voor de juiste beloning van werknemers lager in de keten. Zo kan de nabetaling van loon van werknemers in dienst bij een onderaannemer of uitzendbureau voor rekening komen van de opdrachtgever.
Met andere woorden, als een onderaannemer of uitzendbureau niet het juiste loon betaalt “conform cao of inlenersbeloning” kan de werknemer het te weinig ontvangen loon opeisen bij de (hoofd)opdrachtgever. Lees hier meer over het PayOK keurmerk.

Inhouding huisvesting onder WML uitsluitend indien in Cao vastgelegd

Per 01-01-2017 is conform de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) een inhoudingsverbod op het netto equivalent van het Wettelijk Minimum Loon (WML) van kracht. Uitgezonderd hiervan is een inhouding op huisvesting van maximaal 25% van het WML op het netto equivalent van het WML indien deze inhouding de werkelijke kosten van dubbele huisvesting van een medewerker betreft.

Dit is vastgelegd in het Besluit 419 van 24 oktober 2016, tot wijziging van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Wat in veel gevallen over het hoofd gezien wordt is dat daarnaast in het eerste lid, onderdeel b, is vastgelegd dat de verhuurder een toegelaten instelling is, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, of gecertificeerd is overeenkomstig de bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde normen die zien op de kwaliteit van huisvesting van werknemers na een conformiteitsbeoordeling door een instelling die is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie op basis van deze vastgestelde norm.

Deze huisvestingsnormen, die in de van toepassing zijnde cao afgesproken dienen te zijn, zien toe op de kwaliteit van huisvesting van werknemers.

Een voorbeeld hiervan zijn de normen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF), die zijn afgesproken in de ABU-cao (artikel 67, derde lid) en zijn nader gespecificeerd in Bijlage VII.

Uit artikel 1 van het besluit, tweede lid, WML blijkt dat onder een Cao mede wordt verstaan bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst, die algemeen verbindend zijn verklaard (AVV).

De NBBU Cao kent een gelijksoortige bepaling. Dit betekent dat voor ondernemingen die lid zijn van de ABU, de NBBU of vallen over de AVV van de ABU (ABU volgers) de vastlegging in de Cao geregeld is.

Let op: Voor ondernemingen die niet onder deze werkingssfeer vallen, is het belangrijk na te gaan of een bepaling in de eigen Cao opgenomen is waarin de normen ten aanzien van de kwaliteit van huisvesting is vastgelegd. Is dit niet het geval, dan is inhouding op huisvesting onder het WML niet toegestaan, ook niet als deze SNF of soortgelijk gecertificeerd is.

Let op: is er geen Cao op uw onderneming van kracht, dan is inhouding op huisvesting onder het WML ook niet toegestaan

Bron: Staatscourant Besluit 419 van 24 oktober 2016