Berichten

Blog: Correcte loonbetaling, PayOk helpt!

Het juiste loon betalen aan uw medewerkers. Dat klinkt vanzelf sprekend. Ondernemers in de flexbranche weten dat het correct uitbetalen van hun uitzendkrachten een uitdaging kan zijn. Eentje die men goed wil beheersen. Zeker aangezien er vanuit de politiek en branche steeds meer controle druk is die ondernemingen diep in de portemonnee kan raken. Lees meer

Opdrachtgever eist PayOK-certificaat van zijn uitzendbureaus

Check op naleving Wet Aanpak Schijnconstructies

Dienstverlener Brand Energy & Infrastructure Services is de eerste opdrachtgever die van al zijn uitzendbureaus eist dat ze een PayOK-certificaat hebben. Volgens stichting PayOK worden dat er gauw meer.

PayOK is een nieuw certificaat voor uitzendbureaus en onderaannemers. Met dit keurmerk laten de bedrijven zien dat ze hun werknemers belonen volgens de cao. Dat is namelijk belangrijk voor opdrachtgevers.

De eerste vier uitzenders ontvingen vrijdag hun certificaat. De keurmerken werden uitgereikt op het hoofdkantoor van Brand Energy & Infrastructure Services, de eerste opdrachtgever die het certificaat verplicht stelt voor zijn uitzenders. De eerste gecertificeerde uitzendbureaus zijn Jenz Engineering BV, Oranjeflex BV, Stammes Recruitment BV en Technojobs BV.

Chris Slootweg (derde van rechts) van Brand Energy tussen de gecertificeerde uitzendbureaus.

Wet Aanpak Schijnconstructies
Het keurmerk voor uitzendbureaus is een initiatief van certificeringsbureau Cicero. De aanleiding voor het nieuwe certificaat is de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). In die wet staat dat ondernemers aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de juiste beloning van werknemers in de hele keten, dus ook werknemers die in dienst zijn bij een onderaannemer of uitzendbureau. Als een uitzender de werknemers niet betaalt conform de cao, kunnen die werknemers het te weinig ontvangen loon opeisen bij de hoofdopdrachtgever.

Verantwoordelijkheid nemen
“Als ketenpartij is Brand Energy zelf natuurlijk ook geaudit”. Zulke situaties wil dienstverlener Brand Energy & Infrastructure Services B.V. voorkomen. “We willen zeker weten dat uitzendbureaus waar we zaken mee doen zich houden aan de cao’s”, zegt Chris Slootweg, manager Flex Labour bij het bedrijf. “We nemen onze verantwoordelijkheid en vinden dat alle opdrachtgevers dit zouden moeten doen. Onderbetaling gaat ten koste van de medewerkers en ondermijnt normale concurrentieverhoudingen. We geven zelf het goede voorbeeld door ook aan het keurmerk te voldoen.”

Voor Slootweg past dit keurmerk bij het MVO beleid van Brand Energy en doet de organisatie op deze manier een uiterste inspanning om risico’s in het kader van ketenaansprakelijkheid af te dekken.

 


Meer bedrijven volgen

Brand Energy is de eerste opdrachtgever die het keurmerk eist van uitzenders en onderaannemers. Volgens directeur Gerlof Roubos van stichting PayOK volgen er gauw meer. “De belangstelling voor PayOK is groot”, zegt hij. “Vooral vanuit bedrijven die werken met veel uitzendbureaus en onderaannemers krijgen we vragen. Deze bedrijven willen het risico op loonclaims voorkomen.”

Daar is hij blij mee. “Dit is een zeer goede ontwikkeling en past precies bij het oogmerk van de Wet Aanpak Schijnconstructies.”

De uitzendbureaus aanwezig bij de uitreiking noemde de audits pittig, maar ook zeer welkom. “Een onafhankelijk certificaat is voor onderscheid in de markt. Voor ons is het ook veel efficiënter wanneer je een keer goed geaudit wordt in plaats van losse audits van opdrachtgevers”

Onafhankelijke toetsing
Meer opdrachtgevers vragen om een keurmerk en uitzendbureaus komen aan die wens tegemoet. Volgens Van Leeuwen is de inspectie bij tientallen andere bedrijven in volle gang. “De afgelopen elf jaar heb ik de uitzendbranche steeds professioneler zien worden”, vertelt hij.

Uitzendbureaus willen laten zien dat ze betrouwbaar zijn en vakkundig werken. Een keurmerk helpt daarbij.

Opdrachtgevers en uitzenders vinden het soms nog lastig om te voldoen aan de wet. Hoe komt dat? Directeur Theo van Leeuwen van inspectiebureau Cicero: “Je moet echt transparante afspraken maken als opdrachtgever en uitzender. Als het mis gaat, komt dat vaak door gebrek aan informatie. Als een uitzendbureau niet weet onder welke cao iemand gaat werken, kan hij ook niet zorgen voor de juiste beloning.”

Voordat je zo’n certificaat krijgt, moet je dus heldere afspraken maken. Verder is goede voorbereiding belangrijk, vertelt Van Leeuwen. “We toetsen niet alleen op procedures, maar ook op de werking van die procedures.”

Echt anders
Van Leeuwen benadrukt dat het echt een andere methode is dan bijvoorbeeld de controle van het SNA Keurmerk NEN4400-1. De inspecteurs kijken naar de procedures en systemen die een uitzendbureau gebruikt, vervolgens beoordelen ze de risico’s per sector. Die controle per sector is veelal nieuw voor uitzenders. Slootweg van Brand Energy bevestigt de noodzaak daartoe: “FNV heeft de branche op dat vlak goed de spiegel voorgehouden. De NEN-normen die gelden voor de uitzendbureaus voldoen niet voor een echte controle op naleving van de CAO’s.”

De toetsing wordt uitgevoerd door onafhankelijke, geaccrediteerde inspectie-instellingen. Bureau Cicero heeft de PayOK-norm ontwikkeld, maar je kunt dus als uitzendbureau bij meer partijen terecht. Om te zorgen dat de certificering objectief is, heeft Cicero namelijk een stichting opgericht. Stichting PayOK beheert de norm en het register. De toetsing en inspectie omvatten de cao-regelingen van alle Nederlandse bedrijfstakken.

Bron: Zipconomy.nl 

Wijzigingen op toegestane inhoudingen op het wettelijk minimumloon per 2019

In ons voorgaande artikel heeft u kunnen lezen over de nieuwe wettelijke minimumlonen (WML) per 1 januari 2019.
Per deze datum veranderen ook de toegestane inhoudingen op het wettelijk minimumloon.
Met de inwerking treden van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) zijn er nieuwe regels over inhoudingen en verrekeningen op het wettelijk minimumloon.

Verrekening en inhoudingen op WML zijn verboden
In principe zijn inhoudingen op het wettelijk minimumloon verboden tenzij er een wettelijke basis is voor de inhouding in bijvoorbeeld de pensioenwet of de Wet op de loonbelasting. Zo zijn inhoudingen voor aanvullende premies (WGA-gat, AZW (aanvullende ziektewet voor uitzenders) onder het netto equivalent van het minimumloon niet toegestaan.
Veel werkgevers bieden huisvesting aan en zorgen voor een zorgverzekering voor de medewerker. Inhoudingen voor huisvesting en deze zorgverzekering inclusief herverzekering eigen risico zijn nog wel mogelijk indien de werknemer hiervoor een schriftelijke volmacht heeft verleend aan de werkgever. De hoogte van de inhouding zorgverzekering wordt jaarlijks aangepast.

Huisvesting
Voor huisvesting geldt een maximum van 25% van het voor de werknemer geldende netto equivalent van het minimumloon. Tevens moet de huisvesting gecertificeerd zijn overeenkomstig bij de collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde normen betreffende de kwaliteit van huisvesting van werknemers (SNF Keurmerk) of de verhuurder is een woningcorporatie.

Zorgverzekering
De zorgverzekering mag worden ingehouden mits er een afschrift van de zorgpolis op naam van de medewerker is overlegd en de premie daadwerkelijk door de werkgever wordt voldaan. Hierbij geldt een maximum van de geraamde gemiddelde nominale premie.
Voor 2019 is deze nominale premie € 1.432 per jaar, wat neerkomt op € 119,35 per maand.
Daarbij geldt dat alleen de premie voor de basisverzekering en de herverzekering van het eigen risico tot dit maximum mag worden ingehouden op het netto equivalent van het wettelijk minimumloon. Een aanvullende verzekering kan dus niet worden ingehouden op het wettelijk minimumloon.

Verkeersboetes
Verkeersboetes, die voldoen aan de voorwaarden mogen ook in 2019 verrekend worden met het netto loon van de medewerker. Echter mag een verkeersboete niet verrekend worden onder het netto equivalent van het wettelijk minimumloon.
Indien in een loonperiode er geen ruimte is voor het inhouden van (verkeers)boetes van officiële instanties, dan kan het deel dat niet te verhalen is in een daarop volgende periode op het netto loon verrekend worden, mits deze inhouding op het loon ook in deze periode niet onder het netto equivalent van het wettelijk minimumloon komt.

Hieronder vindt u een link naar brochure van de rijksoverheid over de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) en verplichtingen inzake de wet minimumloon (WML).

Brochure over de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS)

PayOK-keurmerk maakt uitzendbureaus en (onder) aannemers WAS-proof

 

Bureau Cicero heeft een keurmerk ontwikkeld waarmee ondernemingen getoetst worden op de juiste beloning van hun werknemers conform CAO’s. De Stichting PayOK is de norm- en registerhouder. Sinds het in werking treden van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) waarin ketenaansprakelijkheid van loon wordt gerangeerd kunnen opdrachtgevers aansprakelijk worden gesteld voor de juiste beloning van werknemers lager in de keten. Zo kan de nabetaling van loon van werknemers in dienst bij een onderaannemer of uitzendbureau voor rekening komen van de opdrachtgever.
Met andere woorden, als een onderaannemer of uitzendbureau niet het juiste loon betaalt “conform cao of inlenersbeloning” kan de werknemer het te weinig ontvangen loon opeisen bij de (hoofd)opdrachtgever. Lees hier meer over het PayOK keurmerk.

Inhouding huisvesting onder WML uitsluitend indien in Cao vastgelegd

Per 01-01-2017 is conform de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) een inhoudingsverbod op het netto equivalent van het Wettelijk Minimum Loon (WML) van kracht. Uitgezonderd hiervan is een inhouding op huisvesting van maximaal 25% van het WML op het netto equivalent van het WML indien deze inhouding de werkelijke kosten van dubbele huisvesting van een medewerker betreft.

Dit is vastgelegd in het Besluit 419 van 24 oktober 2016, tot wijziging van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Wat in veel gevallen over het hoofd gezien wordt is dat daarnaast in het eerste lid, onderdeel b, is vastgelegd dat de verhuurder een toegelaten instelling is, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, of gecertificeerd is overeenkomstig de bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde normen die zien op de kwaliteit van huisvesting van werknemers na een conformiteitsbeoordeling door een instelling die is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie op basis van deze vastgestelde norm.

Deze huisvestingsnormen, die in de van toepassing zijnde cao afgesproken dienen te zijn, zien toe op de kwaliteit van huisvesting van werknemers.

Een voorbeeld hiervan zijn de normen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF), die zijn afgesproken in de ABU-cao (artikel 67, derde lid) en zijn nader gespecificeerd in Bijlage VII.

Uit artikel 1 van het besluit, tweede lid, WML blijkt dat onder een Cao mede wordt verstaan bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst, die algemeen verbindend zijn verklaard (AVV).

De NBBU Cao kent een gelijksoortige bepaling. Dit betekent dat voor ondernemingen die lid zijn van de ABU, de NBBU of vallen over de AVV van de ABU (ABU volgers) de vastlegging in de Cao geregeld is.

Let op: Voor ondernemingen die niet onder deze werkingssfeer vallen, is het belangrijk na te gaan of een bepaling in de eigen Cao opgenomen is waarin de normen ten aanzien van de kwaliteit van huisvesting is vastgelegd. Is dit niet het geval, dan is inhouding op huisvesting onder het WML niet toegestaan, ook niet als deze SNF of soortgelijk gecertificeerd is.

Let op: is er geen Cao op uw onderneming van kracht, dan is inhouding op huisvesting onder het WML ook niet toegestaan

Bron: Staatscourant Besluit 419 van 24 oktober 2016

Inhoudingsverbod WAS per 01-01-2017 zorgt voor nieuw beleid

Het per 01-01-2017 van kracht zijnde inhoudingsverbod conform de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) zorgt voor nieuw beleid bij alle ondernemers als het gaat om het verwerken van diverse soorten inhoudingen op het loon. Zoals bekend mogen inhoudingen op het loon alleen worden doorgevoerd als deze voorafgaand schriftelijk met de medewerker zijn vastgelegd. Dit geldt voor bruto en netto inhoudingen. Per 01-01-2017 zijn inhoudingen alleen nog toegestaan op het loon dat boven het (netto equivalent van het) Wettelijk Minimum Loon (WML).

Alleen inhoudingen voor huisvesting en/of Zorgverzerkeringspremie onder het WML zijn nog toegestaan, conform WAS geldt 01-01-2017 het inhoudingsverbod op loonbetalingen onder het (netto equivalent) van het WML. Buiten de wettelijke inhoudingen (loonheffingen, pensioen ed.) mogen er geen inhoudingen meer worden gedaan op het netto equivalent van het minimumloon. Dit kan dus per medewerker en per sector verschillen. Uitzonderingen zijn de huisvestingskosten en zorgverzekeringspremie. Hiervoor mag worden ingehouden wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan.

Verrekeningen voor bijvoorbeeld een reeds betaald netto loonvoorschot (indien per bank) zijn wel toegestaan. Ook wettelijk aan de werkgever opgelegde loonbeslagen zijn toegestaan. Niet toegestaan zijn inhoudingen voor bijvoorbeeld: boetes, eigen risico, aangeboden eigen vervoer, studiekosten, gereedschappen etc. Deze mogen wel worden ingehouden van al het loon dat niet tot het WML behoort (overuren, toeslagen, vakantiegeld, loon boven WML et cetera).

Vooruitkijken

Om te voorkomen dat men als werkgever verrast wordt door inhoudingen die niet meer toegestaan zijn, is het belangrijk vooruit te kijken. Welke soorten inhoudingen komen voor? Is hiertoe een overeenkomst of bepaling in de arbeidsovereenkomst/bruikleenovereenkomst opgenomen en juist geformuleerd? Hoe kan het netto equivalent PER loonperiode bepaald worden? Wat gebeurt er met inhoudingen die niet verrekenbaar zijn in een loonperiode? Staan er niet verrekenbare inhoudingen open bij einde dienstverband? Worden deze in de loonbelasting aangegeven? Al deze kwesties vragen om nieuw beleid.

Voorwaarden voor inhouding huisvesting

  1. Het in te houden bedrag mag niet meer zijn dan 25% van het geldende WML (betreft kosten huisvesting, nutsvoorzieningen en servicekosten). Bij parttime werk wordt het maximumpercentage van 25% berekend over het parttime WML.
  2. De inhouding moet gespecificeerd op de loonstrook staan.
  3. Er mag niet meer worden ingehouden dan blijkt uit de getekende huurovereenkomst, deze overeenkomst dient ook in het dossier van de medewerker aanwezig te zijn.
  4. De inhouding is schriftelijk overeengekomen (er is een machtiging tot inhouding).
  5. De verhuurder moet gecertificeerd zijn door SNF (Stichting Normering Flexwonen) of een toegelaten instelling zijn vanuit de woningwet (woningcorporatie).

Voorwaarden voor inhouding zorgverzekering

  1. De inhouding moet gespecificeerd op de loonstrook staan.
  2. Er mag niet meer worden ingehouden dan het in de polis genoemde bedrag.
  3. De polis met daarop het premiebedrag van de medewerker en de inhoudingsmachtiging dienen aanwezig te zijn.
  4. De inhouding is schriftelijk overeengekomen (er is een machtiging tot inhouding).
  5. De inhouding mag niet hoger zijn dan de maandelijkse gemiddelde nominale premie (deze wordt jaarlijks uiterlijk 1 november vastgesteld door het ministerie van VWS).
  6. Het mag alleen gaan om een ziektekostenverzekering (waarvan de aanbieder voldoet aan de wettelijke vereisten die gelden voor verzekeraars) en een aanvullende polis voor de verzekering van het eigen risico.
  7. Er mag geen premie worden ingehouden voor aanvullende verzekering (bijvoorbeeld tandarts).

Wat is het netto-equivalent van het WML?

Het begrip ‘netto-equivalent van het WML’ kent geen wettelijke basis. Daarom wijst de ABU op de wettelijk verplichting uit artikel 7a lid 1 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag:“In afwijking van artikel 620 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geschiedt de voldoening van het verschuldigde minimumloon door girale betaling overeenkomstig artikel 114 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.”

Bron: Staatscourant.nl en ABU.nl