Berichten

2021, alleen nog maar ZZP’ers in de tweede kamer?

Dit jaar was voor ondernemend Nederland een jaar vol uitdagingen. Zo bent u geconfronteerd met de gevolgen van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) en de coronacrisis. Wij hebben vol bewondering bij onze inspecties de creativiteit gezien van ondernemers die er ondanks alle hindernissen, wat van hebben gemaakt. Onze complimenten.

In het nieuwe jaar is er geen tijd om te verslappen. Ondernemingen die gebruik hebben gemaakt van de bijzondere uitstelregeling voor belastingen waaronder omzetbelasting en loonheffingen zijn verplicht deze vanaf 1 juli aanstaande terug te betalen. Dit heeft invloed op de liquiditeiten en het werkkapitaal. Er wordt verwacht dat de groei die de uitzendsector laat zien eind 2020 doorzet in het nieuwe jaar. Zoals u weet gaat groei gepaard met voorfinanciering; ondernemingen met een krappe kas en daarnaast mogelijk ook een NOW terugbetalingsregeling staan voor uitdagingen. Het zou ons niet verbazen als er in 2021 een verdere consolidatie plaats gaat vinden in de markt.
Lees meer

Ondervervoer en ZZP, wat is het verschil?

Bureau Cicero doet veel inspecties voor Paychecked in Transport. Bij een Paychecked inspectie wordt gecontroleerd of wet- en regelgeving en een deel van de cao beroepsgoederenvervoer juist wordt toegepast voor werknemers en ondervervoerders die werken voor transportbedrijven.

Bij Bureau Cicero coördineer ik de technisch correcte uitvoering van deze inspecties. Ons doel is om onze klanten vooruit te helpen. Een professioneel opgezette administratie geeft u de rust om u te concentreren op de zaken die echt van belang zijn.

Wij willen graag voorkomen dat u tegen boetes en nabetalingen aanloopt als gevolg van controles van Inspectie SZW, VNB, belastingdienst, enz. Of dat u uw contract verliest met uw opdrachtgever omdat u niet aan de eisen voldoet. Veel vragen die wij in aanloop naar een inspectie en tijdens de inspectie krijgen gaan over ondervervoer en ZZP-ers. Hieronder ga ik daar nader op in. Lees meer

Uitbreiding verstrekking persoonsgegevens door uitlener

Uitbreiding verstrekking persoonsgegevens door uitlener aan inlener of aannemer

Uitbreiding verstrekking persoonsgegevens door uitlener aan inlener of aannemer

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) heeft duidelijkheid gegeven over het verstrekken en vastleggen van persoonsgegevens in het kader van inleners- of ketenaansprakelijkheid.

Voor de inlener of aannemer is het noodzakelijk dat zij bepaalde persoonsgegevens van de ingeleende werknemers in zijn administratie opneemt om een beroep te kunnen doen op matiging van de inleners- of ketenaansprakelijkheid. Dit geldt voor ingeleende uitzendkrachten, payrollkrachten en ook voor in- en doorgeleende medewerkers door bijvoorbeeld uitzendbureaus.

Ook wanneer er werk uitbesteed wordt (aan een ZZP’er of onderaannemer) gelden deze regels

De inlener of aannemer kan deze gegevens zelf uitvragen bij de werknemer en vervolgens deze gegevens vastleggen in zijn administratie. De uitlener of aannemer mag echter ook direct bepaalde persoonsgegevens aan de inlener of opdrachtgever verstrekken.

Het was al toegestaan om als uitlener de volgende persoonsgegevens te verstrekken:
  • NAW-gegevens en contactgegeven: Naam (voornaam/letters, tussenvoegsel, achternaam)
  • Adres
  • Geboortedatum
  • Telefoonnummer en E-mailadres
  • Naam en contactgegevens ouders, voogden of verzorgers minderjarige uitzendkrachten
  • Specificatie van de gewerkte uren
Website update Autoriteit Persoonsgegevens

AP heeft nu haar website aangepast en duidelijkheid verschaft over het verstrekken en vastleggen van persoonsgegevens in het kader van de inleners- of ketenaansprakelijkheid. Er is bepaald dat nu ook onderstaande persoonsgegevens door de uitlener aan de inlener of door de aannemer aan de opdrachtgever mogen worden verstrekt:

  • Nationaliteit
  • Soort identiteitsbewijs, nummer en geldigheidsduur
  • Als dat van toepassing is, de aanwezigheid van een A1-verklaring, verblijfsvergunning, tewerkstellingsvergunning of notificatie

De grondslag waarop de verstrekking van deze persoonsgegevens kan worden gebaseerd in het gerechtvaardigd belang, aldus de AP.

Sinds 1 januari 2017 mocht ook al op basis van de Uitvoeringsregeling verplicht gebruik BSN het BSN aan de inlener of opdrachtgever worden verstrekt.

De uitlener of (onder)aannemer is wel verplicht om de uitzendkracht c.q. eigen medewerker te informeren over het verstrekken van zijn persoonsgegevens aan de inlener of de opdrachtgever. Hij moet de uitzendkracht c.q. eigen medewerker dan wel voordien informeren over welke persoonsgegevens er versterkt worden aan opdrachtgevers en waarom hij dat doet.


Heeft u vragen over dit artikel? Of bent u geïnteresseerd in de toetsingen die wij kunnen uitvoeren? Neem dan direct contact met ons op via e-mail contact@cicero.nl of bel ons op 038 7200821.

Bronnen: NBBU en Autoriteit Persoonsgegevens

 

Wanneer is er sprake van een payrollovereenkomst?

Wanneer is er sprake van een payrollovereenkomst?

Wanneer is er sprake van een payrollovereenkomst?

Het heeft een tijdje geduurd, maar eindelijk is daar de eerste rechterlijke uitspraak met betrekking tot de payrollovereenkomst. In onderstaand artikel zal de situatie beschreven worden en de afwegingen, welke de rechter heeft gemaakt om tot zijn uitspraak te komen.

Sinds invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) is er in het burgerlijk wetboek sprake van een aparte status voor de payrollovereenkomst. Feitelijk is de payrollovereenkomst (BW 7:692) een bijzondere vorm van een uitzendovereenkomst (BW 7:690).

De verschillen tussen een uitzendovereenkomst en een payrollovereenkomst zijn voor de werknemer en daarmee ook voor de werkgever best groot. Immers voor de payrollovereenkomst dient de payrollwerkgever alle onderdelen van de CAO die gelden bij de inlener of die gelden conform alle onderdelen van de beloning bij deze inlener te volgen. Vanaf 2021 dient ook de pensioenregeling van de inlener te worden gevolgd of een alternatief hiervoor (de adequate pensioenregeling). Daarnaast valt een payrollovereenkomst niet onder de ABU cao.
De arbeidsvoorwaarden voor de payroll medewerker zijn gunstiger dan voor een uitzendkracht. De criteria of er sprake is van een payrollovereenkomst of van uitzendovereenkomst staan beschreven in BW 7:690 en 7:692. Tot nog toe was er nog geen gerechtelijke uitspraak of er in een voorliggende situatie wel of geen sprake was van een payroll overeenkomst.
Dit is door de recente uitspraak hierover wat meer verduidelijkt. Onderstaande is een samenvatting van een artikel dat VRF advocaten hierover geschreven heeft.

Wat was er aan de hand?

Een werknemer heeft op een vacature gesolliciteerd, welke op de eigen website van een bedrijf stond. Dit bleek later feitelijk de inlener van deze medewerker te zijn. Na deze sollicitatie vond de sollicitatieprocedure bij de inlener plaats.

Achteraf blijkt en wat de sollicitant niet wist, is dat het interview ten kantore van de inlener werd afgenomen door een medewerker van het payroll/uitzendbedrijf. De werknemer wordt aangenomen en krijgt te horen dat zij in dienst zal treden bij een payrollbedrijf. De payrollonderneming biedt de werknemer een arbeidsovereenkomst met uitzendbeding aan, waarin de ABU CAO van toepassing wordt verklaard. De ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst is 26 augustus 2019 en heeft de einddatum 21 februari 2021. Op 13 maart 2020 wordt de werknemer helaas ziek. De reactie van het payrollbedrijf is de arbeidsovereenkomst met de werknemer te beëindigen, waarbij een beroep wordt gedaan op het in de Fase A opgenomen uitzendbeding. De werknemer is het hier niet mee eens en stapt naar de rechter.

De rechter neemt in zijn uitspraak een aantal interessante overwegingen op welke betrekking hebben op de payrollovereenkomst, namelijk:

1. Is er sprake van een payrollovereenkomst ex artikel 7:692 BW?

In de huidige situatie heeft de rechter geoordeeld dat er sprake is van een payrollovereenkomst, omdat:

  • De vacature waarop de werknemer heeft gesolliciteerd stond op de website van de inlener, waarna de werknemer ook bij de inlener de sollicitatieprocedure heeft doorlopen. De payrollonderneming heeft niet bemiddeld bij de plaatsing, waardoor er geen sprake is van een allocatiefunctie. Om de vraag te kunnen beantwoorden en om te beoordelen of er sprake is van een payrollovereenkomst is het kennelijk van belang van wie de vacature is, bij wie deze vacature wordt geplaatst en met wie de werknemer de sollicitatieprocedure doorloopt.
  • Het sollicitatiegesprek dat de werknemer had met de inlener werd uitgevoerd door een medewerker van het payrollbedrijf, welke daar gestationeerd was. De sollicitant was hiervan niet op de hoogte tijdens het gesprek dat het een medewerker betrof van het payrollbedrijf in plaats van de inlener. Uit deze overweging van de rechter is op te maken dat het relevant is om duidelijk te vermelden met wie de sollicitant het sollicitatiegesprek voert oftewel van welke onderneming de persoon afkomstig is.
  • Aan de werknemer werd pas medegedeeld dat zij in dienst zou treden met het payrollbedrijf nadat zij was aangenomen. Van belang is om vooraf te melden bij wie de aangenomen werknemer in dienst zal treden.
  • Uit de arbeidsovereenkomst blijkt dat de werknemer enkel voor de inlener is aangenomen. De schriftelijke afspraken die gemaakt zijn tussen de verschillende partijen zijn dus ook relevant voor de beoordeling. De rechter vindt dit laatste punt doorslaggevend voor de beoordeling of er sprake is van een payrollovereenkomst.
2. Kan het payrollbedrijf een beroep doen op het uitzendbeding?

De rechter heeft in de uitspraak geoordeeld dat het payrollbedrijf geen beroep kan doen op het uitzendbeding. Het resultaat hiervan is dat de arbeidsovereenkomst niet beëindigd is en dat de payrollonderneming de werknemer dient door te betalen op basis van de loondoorbetalingsverplichting.

Op 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking getreden en in deze wet staat dat de payrollwerknemer recht heeft op gelijke beloning en dat er een apart regime geldt. In de rechterlijke uitspraak is geoordeeld dat de tussen de partijen gesloten overeenkomst een payrollovereenkomst is en het zogeheten uitzendbeding is met de inwerkingtreding van de WAB niet meer toegestaan in een payrollovereenkomst.

De rechter concludeert dan ook dat de arbeidsovereenkomst niet van rechtswege is beëindigd door de ziekmelding van de werknemer en dat het payrollbedrijf deze overeenkomst niet eenzijdig op kon zeggen. De opzegging was onrechtmatig.

In deze uitspraak zijn een aantal belangrijke indicatoren benoemd welke relevant zijn voor uitzend- en payrollondernemingen.

Er zullen meer uitspraken volgen over de vraag of een overeenkomst op basis van de uitzendovereenkomst BW 7:690 of op basis van de payrollovereenkomst BW 7:692 tot stand gekomen is. Wij houden u op de hoogte wanneer hierover nieuwe inzichten of gerechtelijke uitspraken zijn.


Heeft u vragen over dit artikel? Of bent u geïnteresseerd in de toetsingen die wij kunnen uitvoeren? Neem dan direct contact met ons op via e-mail contact@cicero.nl of bel ons op 038 7200821.

Bronnen: VRF Advocaten en FlexNieuws

 

Covid-19 Special | Overzicht

vindt hier een makkelijk overzicht voor ondernemers in flex met betrekking tot de actualiteiten rondom het covid-19 / corona virus

Schijnconstructies bij de inzet van flexibele arbeidskrachten in coronatijd volop in de schijnwerper

In de afgelopen coronamaanden verschijnen regelmatig in verschillende Europese landen artikelen in de pers over problemen of schijnconstructies die gesignaleerd worden bij de inzet van flexibele arbeidskrachten. Vaak gaat het dan om de wijze van huisvesting van deze migranten met discussies of dit de coronaverspreiding in de hand werkt. Anderzijds lijkt het erop dat de besmetting in de hand gewerkt wordt door de omstandigheden op de werkplek zelf.

Schijnconstructies zichtbaar door extra aandacht

Een bijwerking van Corona is dat ontwikkelingen op de flexibele arbeidsmarkt stevig op de agenda gezet worden, waarbij het begrip schijnconstructies vaak valt. Zie bijvoorbeeld het op 30 oktober aan minister Koolmees aangeboden tweede advies van het aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten onder leiding van Emile Roemer.  Het is voor opdrachtgevers, waar de arbeidskrachten te werk gesteld zijn, nog belangrijker geworden om risico’s op aansprakelijkheid in beeld te brengen en maatregelen te treffen.

Wet Aanpak Schijnconstructies sinds 2015

In Nederland is sinds 2015 de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) van kracht, waarin de ketenaansprakelijkheid voor het loon centraal staat. De schijnconstructie wordt omschreven als een constructie, al dan niet grensoverschrijdend, waarmee de randen van de wet opgezocht worden met het risico dat de wet overtreden wordt. Vaak wordt dit gekoppeld aan de inzet van arbeidsmigranten, maar het heeft net zo goed betrekking op arbeidskrachten met de Nederlandse nationaliteit.
Lees meer

WAB in 2021: Nieuw pensioen voor de payroll medewerker

Erik van Ramshorst

Theo van Leeuwen

Payrollmedewerker kan niet meer bij StiPP terecht

Per 1 januari 2020 trad de Wet Arbeidsmarkt in Balans in werking. De payrollmedewerker heeft vanaf dat moment recht op dezelfde beloningsvoorwaarden als de medewerker op de eigen loonlijst van de opdrachtgever. Een oplossing voor de pensioenproblematiek is naar het jaar 2021 verschoven. Per 1 januari 2021 krijgen alle payrollwerknemers recht op een ‘adequaat’ pensioen.

Lees meer

PayChecked in Transport: Waar moet je nu op letten?

Damaris Tjallinks

Bureau Cicero doet veel inspecties voor PayChecked in Transport. Bij een PayChecked inspectie wordt gecontroleerd of wet- en regelgeving en een deel van de Cao Beroepsgoederenvervoer juist wordt toegepast voor werknemers en ondervervoerders die werken voor transportbedrijven. Bij Bureau Cicero coördineer ik de technisch correcte uitvoering van deze inspecties. Ons doel is om onze klanten vooruit te helpen. Een professioneel opgezette administratie geeft u de rust om u te concentreren op de zaken die echt van belang zijn. Wij willen graag voorkomen dat u tegen boetes en nabetalingen aanloopt als gevolg van controles van Inspectie SZW, VNB, belastingdienst, enz. Of dat u uw contract verliest met uw opdrachtgever omdat u niet aan de eisen voldoet. We komen regelmatig dezelfde problemen tegen.

Hieronder behandel ik er een paar.

Lees meer

ZZP’ers als uitzendkracht! Een greep uit onze inspectiepraktijk

Patrick Tom

U zult bij het lezen van deze kop wel denken, een ZZP’er als uitzendkracht, dat kan toch helemaal niet. En dat klopt! Want in tijden van schaarste gebeuren er rare dingen!  

De IC verpleegkundige in coronatijd

Het staat ons allen nog vers in het geheugenvolle IC afdelingen waar mensen de benen uit hun lijf lopen om zorg te kunnen verlenen aan ernstig zieke corona patiënten. Vooruitzichten van een overbelast zorgsysteem waarbij door piekbelasting op de intensive care  triage steeds dichterbij lijkt te komen. Want er is simpelweg onvoldoende gekwalificeerd personeel om dit aan te kunnen. 

Lees meer

Waarom de G-rekening juist nu zo belangrijk is

Maarten de Jong

Iedereen kent de G-rekening, maar niet iedereen maakt er gebruik van. Juist nu is het storten van een deel van de betaling aan uw leverancier van groot belang, ook als die NEN 4400 gecertificeerd is. Dit is een kosteloze vrijwaring. 

Toen het depotstelsel verviel kon niet langer direct afgestort worden aan de belastingdienst en bleef de G-rekening als enige over als bescherming tegen keten- en inleners aansprakelijkheidsrisico’s bij de leverancierIn tijden van verhoogd risico, zoals nu in de coronacrisis, waarbij vele tienduizenden bedrijven, dus ook leveranciers van u, bijzonder uitstel van betaling hebben aangevraagd en verkregen en mogelijk ook verlenging hiervoor hebben, is het des te belangrijker om gebruik te maken van de mogelijkheid om jezelf, als opdrachtgever, tegen een claim van de Belastingdienst te beschermen. 

Lees meer