Berichten

Blog; Opdrachtgevers wees alert op de WAS en WAB!

Verbetering van de positie van de werknemer is een van de voornaamste doelen van de WWZ, de WAS en de WAB. De combinatie van deze drie, met grote impact en in recordtijd ingevoerde wetten, kunnen zorgen voor een onzichtbare giftige cocktail. Opdrachtgevers wees alert! Zeker in combinatie met de Corona-crisis. Onzichtbaar vanuit het zicht van de inhurende opdrachtgever in ieder geval en met grote risico’s gepaard. Lees in deze blog waarom en wat je als inlener hieraan kunt doen.

Giftige cocktail zorgt voor inleenrisico’s

Lastig, wetgeven in Polderland. In de afgelopen 5 jaar zijn drie wetten die veel impact hebben op de bedrijfsvoering van werkgevers ingevoerd.
Wet Werk en Zekerheid (WWZ 2015), Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS juli 2015) en de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB 2020). In Polderland worden dit soort initiatieven gebruikt om gelijk een groot aantal detailregelingen te wijzigen, aan te scherpen of te corrigeren in een poging om alles tot op de millimeter nauwkeurig te regelen. Dat is een probleem. Want wat is de echte essentie de van problemen op de arbeidsmarkt? Lees meer

IKB PSB voor de pluimvee sector | vraag & antwoord

Pluimveeservice bedrijven behoren tot een speciale sector; een relatief kleine groep ondernemingen, in een heel specifieke branche met een eigen problematiek. Neem bijvoorbeeld de vangbedrijven; vuil en zwaar werk, onregelmatig, geen cao, veel buitenlandse arbeidskrachten. Daarnaast de grote groep ZZP-ers, die naast het werk, ook aan allerlei administratieve verplichtingen moeten voldoen die we komen controleren in verband met de IKB PSB certificering voor de pluimvee sector.

In dit vraag & antwoord artikel zijn een aantal vragen gesteld aan Carolien van Nispenrode, technisch specialist IKB PSB, om u op weg te helpen met specifieke punten binnen deze norm die we vaak tegenkomen. Lees meer

SNA introduceert in 2020 Modulaire Norm NEN 4400

Met ingang van 01 januari 2020 introduceert SNA de Modulaire Norm. Ondernemingen worden gecertificeerd op basis van de feitelijke bedrijfsactiviteiten.

Lees meer

Opdrachtgever eist PayOK-certificaat van zijn uitzendbureaus

Check op naleving Wet Aanpak Schijnconstructies

Dienstverlener Brand Energy & Infrastructure Services is de eerste opdrachtgever die van al zijn uitzendbureaus eist dat ze een PayOK-certificaat hebben. Volgens stichting PayOK worden dat er gauw meer.

PayOK is een nieuw certificaat voor uitzendbureaus en onderaannemers. Met dit keurmerk laten de bedrijven zien dat ze hun werknemers belonen volgens de cao. Dat is namelijk belangrijk voor opdrachtgevers.

De eerste vier uitzenders ontvingen vrijdag hun certificaat. De keurmerken werden uitgereikt op het hoofdkantoor van Brand Energy & Infrastructure Services, de eerste opdrachtgever die het certificaat verplicht stelt voor zijn uitzenders. De eerste gecertificeerde uitzendbureaus zijn Jenz Engineering BV, Oranjeflex BV, Stammes Recruitment BV en Technojobs BV.

Chris Slootweg (derde van rechts) van Brand Energy tussen de gecertificeerde uitzendbureaus.

Wet Aanpak Schijnconstructies
Het keurmerk voor uitzendbureaus is een initiatief van certificeringsbureau Cicero. De aanleiding voor het nieuwe certificaat is de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS). In die wet staat dat ondernemers aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de juiste beloning van werknemers in de hele keten, dus ook werknemers die in dienst zijn bij een onderaannemer of uitzendbureau. Als een uitzender de werknemers niet betaalt conform de cao, kunnen die werknemers het te weinig ontvangen loon opeisen bij de hoofdopdrachtgever.

Verantwoordelijkheid nemen
“Als ketenpartij is Brand Energy zelf natuurlijk ook geaudit”. Zulke situaties wil dienstverlener Brand Energy & Infrastructure Services B.V. voorkomen. “We willen zeker weten dat uitzendbureaus waar we zaken mee doen zich houden aan de cao’s”, zegt Chris Slootweg, manager Flex Labour bij het bedrijf. “We nemen onze verantwoordelijkheid en vinden dat alle opdrachtgevers dit zouden moeten doen. Onderbetaling gaat ten koste van de medewerkers en ondermijnt normale concurrentieverhoudingen. We geven zelf het goede voorbeeld door ook aan het keurmerk te voldoen.”

Voor Slootweg past dit keurmerk bij het MVO beleid van Brand Energy en doet de organisatie op deze manier een uiterste inspanning om risico’s in het kader van ketenaansprakelijkheid af te dekken.

 


Meer bedrijven volgen

Brand Energy is de eerste opdrachtgever die het keurmerk eist van uitzenders en onderaannemers. Volgens directeur Gerlof Roubos van stichting PayOK volgen er gauw meer. “De belangstelling voor PayOK is groot”, zegt hij. “Vooral vanuit bedrijven die werken met veel uitzendbureaus en onderaannemers krijgen we vragen. Deze bedrijven willen het risico op loonclaims voorkomen.”

Daar is hij blij mee. “Dit is een zeer goede ontwikkeling en past precies bij het oogmerk van de Wet Aanpak Schijnconstructies.”

De uitzendbureaus aanwezig bij de uitreiking noemde de audits pittig, maar ook zeer welkom. “Een onafhankelijk certificaat is voor onderscheid in de markt. Voor ons is het ook veel efficiënter wanneer je een keer goed geaudit wordt in plaats van losse audits van opdrachtgevers”

Onafhankelijke toetsing
Meer opdrachtgevers vragen om een keurmerk en uitzendbureaus komen aan die wens tegemoet. Volgens Van Leeuwen is de inspectie bij tientallen andere bedrijven in volle gang. “De afgelopen elf jaar heb ik de uitzendbranche steeds professioneler zien worden”, vertelt hij.

Uitzendbureaus willen laten zien dat ze betrouwbaar zijn en vakkundig werken. Een keurmerk helpt daarbij.

Opdrachtgevers en uitzenders vinden het soms nog lastig om te voldoen aan de wet. Hoe komt dat? Directeur Theo van Leeuwen van inspectiebureau Cicero: “Je moet echt transparante afspraken maken als opdrachtgever en uitzender. Als het mis gaat, komt dat vaak door gebrek aan informatie. Als een uitzendbureau niet weet onder welke cao iemand gaat werken, kan hij ook niet zorgen voor de juiste beloning.”

Voordat je zo’n certificaat krijgt, moet je dus heldere afspraken maken. Verder is goede voorbereiding belangrijk, vertelt Van Leeuwen. “We toetsen niet alleen op procedures, maar ook op de werking van die procedures.”

Echt anders
Van Leeuwen benadrukt dat het echt een andere methode is dan bijvoorbeeld de controle van het SNA Keurmerk NEN4400-1. De inspecteurs kijken naar de procedures en systemen die een uitzendbureau gebruikt, vervolgens beoordelen ze de risico’s per sector. Die controle per sector is veelal nieuw voor uitzenders. Slootweg van Brand Energy bevestigt de noodzaak daartoe: “FNV heeft de branche op dat vlak goed de spiegel voorgehouden. De NEN-normen die gelden voor de uitzendbureaus voldoen niet voor een echte controle op naleving van de CAO’s.”

De toetsing wordt uitgevoerd door onafhankelijke, geaccrediteerde inspectie-instellingen. Bureau Cicero heeft de PayOK-norm ontwikkeld, maar je kunt dus als uitzendbureau bij meer partijen terecht. Om te zorgen dat de certificering objectief is, heeft Cicero namelijk een stichting opgericht. Stichting PayOK beheert de norm en het register. De toetsing en inspectie omvatten de cao-regelingen van alle Nederlandse bedrijfstakken.

Bron: Zipconomy.nl 

ZZP-ers in de NEN 4400 norm, wijziging per 1-1-2019

SNA introduceert per 1 januari a.s. enkele wijzigingen in de NEN 4400 norm met betrekking tot uitbesteden van werk of opdracht verstrekken aan ZZP-ers.

1. Er moet gebruik worden gemaakt van een door de belastingdienst positief beoordeelde modelovereenkomst.
2. Van de ZZP-er moet een uittreksel KvK in dossier zijn, max 3 maanden oud t.o.v. datum ondertekening overeenkomst.
3. Registratie van de kenmerken van het ID-bewijs: soort, nummer en geldigheidsduur. (dus géén kopie)
4. Er moeten passende beheersmaatregelen zijn getroffen om te borgen dat er conform de overeenkomst wordt gewerkt.

Een korte uitleg van de punten 1 en 4:

Ad 1: In de positief beoordeelde modelovereenkomsten staan alle punten die belangrijk zijn om juridisch en fiscaal te regelen. U moet wel duidelijk aangeven:
– Dat de punten die niet aangepast mogen worden ook niet zijn aangepast.
– Welke ander zinnen zijn aangepast
– Welke zinnen zijn toegevoegd
Dit kan door bijvoorbeeld te arceren of een kleur te geven.

Ad 4: Of er passende beheersmaatregelen zijn genomen wordt beoordeeld op basis van een interview. Dit is wellicht geen zware maar wel een belangrijke controle, het moet u helpen uw risico’s te beheersen. Ook al is de opschorting van de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) verlengd tot 1 januari 2020. Wat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking.

Let op: de Belastingdienst kan handhaven bij kwaadwillenden als zij de volgende drie criteria alle drie kan bewijzen:

1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Een voorbeeld van het belang van passende beheersmaatregelen:

U werkt met een buitenlandse ZZP-er:
BTW nummer en KvK inschrijving zijn kenmerken van ondernemerschap, dus
1. De buitenlandse KvK inschrijving voldoet
2. Het buitenlandse BTW nummer moet ook bekend zijn
De positief beoordeelde modelovereenkomst kan ook gebruikt worden.

U doet er goed aan om de samenwerking met uw ZZP-er kritisch te beoordelen;

1. Het is moeilijker om aan te tonen dat die buitenlandse ZZP-er daadwerkelijk een ZZP-er is. Die persoon kan bijvoorbeeld projecten in zijn eigen land doen en vervolgens een project in Nederland. Aan de ZZP-er om aan te tonen dat hij aan het criterium van meerdere opdrachtgevers voldoet en dat het geen frauduleus opzetje is.
2. Het gaat hier om concurrerende belastingdiensten, waarbij de Nederlandse Belastingdienst opbrengsten kan gaan missen, dus het ligt voor de hand dat men begint met de stelling dat er sprake is van een loondienstverband.

Tot slot: Wijzigingen in de norm worden van toepassing op ingangsdatum, dus niet met terugwerkende kracht.

Wijziging: Inzicht bedrijfsactiviteiten per 1 januari 2019

Per 1 januari 2019 wijzigt SNA de NEN 4400 norm, het SNA keurmerk. Dit vereist nu uw aandacht. Mogelijk moet u uw rekeningschema in de boekhouding aanpassen en daarmee ook het coderen van uitgaande en inkomende facturen.

De diverse activiteiten van een onderneming zijn niet altijd makkelijk uit de financiële administratie op te maken. Dit is wel van belang om uw risico’s in beeld te houden en daarmee ook een accurate en vlotte SNA inspectie mogelijk te maken. Om beter inzicht te krijgen in die activiteiten, vindt er met ingang van 1 januari 2019 een toevoeging plaats bij normelement 4.2.1.

Normelement 4.2.1 zal als volgt worden geformuleerd:
‘Voorts moet de onderneming: inzicht geven in de bedrijfsactiviteiten die door de onderneming worden uitgevoerd, waarbij de verschillende bedrijfsactiviteiten gegroepeerd uit de financiële administratie moeten blijken’.

Wat betekent dit voor uw onderneming?
Uit de financiële administratie zal duidelijk moeten blijken welke dienstverlening uw onderneming aanbiedt en inkoopt. Stelt u bijvoorbeeld werknemers ter beschikking, is er sprake van aanneming van werk of het accepteren van opdrachten, vindt er in- en doorleen plaats of is er sprake van inhuur van ZZP-ers (ook wel “tussenkomst” genoemd)? Ook kunt u activiteiten hebben die buiten de SNA inspectie vallen, zoals werving en selectie. Dit alles zal duidelijk uit uw administratie moeten blijken.

Hoe kunt u inzicht geven in de bedrijfsactiviteiten?
U bent vrij om te besluiten hoe u dit het beste kunt verwerken in de administratie, zolang het maar eenduidig uit de financiële administratie opgemaakt kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door de verschillende activiteiten apart te verwerken in het grootboekrekeningschema in uw administratie, zoals opbrengsten splitsen naar uitzenden, opdrachten/aannemen, e.d., inkoop splitsen naar inleen, inhuur derden, inhuur ZZP. De vorm van de inrichting staat u uiteraard vrij, zolang het inzichtelijk is voor de inspecteur.

Vanaf wanneer moet dit aangepast worden?
De aanpassing van de norm heeft betrekking op de financiële administratie vanaf 1 januari 2019.

Wij raden u aan om in overleg met uw boekhouder / administratiekantoor of accountant te kijken of uw administratie aanpassing behoeft en welke dan de best passende oplossing is.

Blog Patrick Tom: ZZP bemiddeling of toch niet?

Inmiddels telt Nederland ruim 1 miljoen zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Dit betreft dan enkel de ondernemers die hier hun brood mee verdienen. Als ook mensen worden meegeteld waarvoor het zzp-schap een bijverdienste is, dan ligt dit aantal hoger. Deze groep bevindt zich in allerlei sectoren en leeftijdsgroepen waarvan de leeftijd voornamelijk ligt tussen de 35 en 55 jaar. In 2017 werkten deze zelfstandigen gemiddeld 35 uur per week. Dat is iets meer dan werknemers in loondienst die gemiddeld 33 uur per week werkten. (bron CBS)
Lees meer

Blog: Welkom bij Bureau Cicero!

Bureau Cicero bestaat uit een groep inspecteurs die controleren op “verplichtingen uit arbeid”. Denk aan: SNA keurmerk, PayOK, AVG Garant, Bovib, enz. Onze inspecteurs willen de inhoud zo goed mogelijk beheersen en daarmee een perfect product neerzetten. Werken neemt een groot deel van de dagelijkse tijd in beslag. Daarom vinden we het bij Cicero belangrijk dat werken leuk en inspirerend is. Bij Cicero inspireren we onze klanten om beter te worden en werken we aan het bereiken van onze doelen. Ieder bouwt op eigen wijze mee aan deze organisatie waar gewerkt wordt met plezier!

Lees meer

Arbeidsovereenkomst of toch een opdrachtovereenkomst?

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft op 10 juli 2018 een uitspraak gedaan over de vraag of krantenbezorgers werkzaam bij Persgroep, werkzaam zijn geweest op basis van een arbeidsovereenkomst in plaats van een opdrachtovereenkomst.
De krantenbezorgers hebben met de rechtsvoorganger van de Persgroep een overeenkomt van opdracht gesloten.
Achteraf claimen de krantbezorgers dat ze een arbeidsovereenkomst hadden met de Persgroep in plaats van een opdrachtovereenkomst.

De opdracht die de krantenbezorgers hadden gesloten bestond uit het bezorgen van dagbladen of andere producten op door de opdrachtgever aangegeven adressen. De bezorgopdrachten inzake de ochtendkranten dienden door de weeks vóór 7.00 uur te zijn beëindigd. Er was geen verplichting om de opdrachten persoonlijk te verrichten en de bezorgers konden zich voor eigen rekening door anderen laten vervangen, dan wel laten bijstaan. Indien de krantenbezorgers ziek waren of op vakantie gingen, dienden zij zelf voor vervanging te zorgen.
De krantenbezorgers hebben vervolgens conform deze afspraken arbeid verricht. Achteraf claimen de krachtenbezorgers dat ze een arbeidsovereenkomst hadden met de Persgroep.

De uitspraak:
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst maar van een opdrachtovereenkomst.

De overwegingen hierbij waren:

I. Wat hebben partijen bedoeld toen zij de overeenkomst van opdracht hebben gesloten:

Het Gerechtshof legt dit uit aan de hand van de volgende feiten en omstandigheden.
a. In de overeenkomsten tussen de krantenbezorgers en de Persgroep is expliciet vermeld dat het gaat om overeenkomsten van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 BW.

b. Partijen hebben schriftelijk vastgelegd dat ze met het aangaan van de overeenkomst van opdracht uitdrukkelijk niet de bedoeling hebben om een arbeidsovereenkomst te sluiten.

c. Bij het aangaan van de rechtsverhouding stond volgens het Gerechtshof voorop dat de krantenbezorgers betaald werk zochten en dat zij op dat moment weinig belang hadden gehecht aan de aard van de rechtsverhouding die zij op het punt stonden aan te gaan. Het is aannemelijk dat ze achteraf de voorkeur hadden voor een arbeidsovereenkomst.

d. Of partijen bij het aangaan van de overeenkomsten van opdracht al dan niet uitgebreid hebben gesproken over de aard van de overeenkomsten en de gevolgen ervan voor de krantenbezorgers, dan wel dat zij dit al dan niet begrepen uit de tekst van de overeenkomsten, is niet van doorslaggevend belang bij het vaststellen van de partijbedoeling.

II. Op welke wijze hebben partijen uitvoering gegeven aan de overeenkomst van opdracht?

a. De werkzaamheden van de krantenbezorgers zijn zodanig eenvoudig van aard dat specifieke instructies van de Persgroep niet nodig zijn. Voor het bestaan van een gezagsverhouding is niet vereist dat daadwerkelijk aanwijzingen en instructies over de werkinhoud worden gegeven, voldoende is dat dergelijke aanwijzingen kúnnen worden gegeven. Niet blijkt dat de Persgroep werkinstructies heeft kunnen geven die wijzen op een gezagsverhouding. Het Gerechtshof laat doorschemeren dat de navolgende punten daarbij een rol kunnen spelen: voorschriften over kleding, wijze van vervoer of overige gedragsregels.

b. De krantenbezorgers hebben zich altijd mogen laten vervangen zonder dat zij daarvoor toestemming van de Persgroep hoefden. De vrijheid om zich al dan niet, in welke mate en (in principe) door wie dan ook te laten vervangen is vrij ruim. Er gelden wel beperkingen, zo dient een vervanger tijdig bij de Persgroep te worden aangemeld, maar deze meldplicht is slechts gericht op het voorkomen dat de Persgroep in strijd handelt met de Wet Arbeid Vreemdelingen of de Arbeidstijdenwet.

c. Het bezorgen van kranten geschiedt van oudsher op basis van een overeenkomst van opdracht, waarbij het in de praktijk veelvuldig voorkomt dat de bezorger zich voor kortere of langere tijd laat vervangen.

d. Het gaat om arbeid van een tot enkele uren per dag en bij ziekte dienen de krantenbezorgers zelf voor vervanging te zorgen.

Conclusie:
Wanneer er een overeenkomst van opdracht is gesloten en de opdrachtnemers werken ook volgens conform de overeenkomst dan is er geen sprake van een arbeidsovereenkomst in gegeven omstandigheden. De intenties van partijen bij het aangaan van de overeenkomst wegen zwaar in deze uitspraak.
De krantenbezorgers hadden de afspraken duidelijk vastgelegd in een overeenkomst, het betrof zeer eenvoudig werk, de bezorgers konden zich vrij laten vervangen en kregen geen werkinhoudelijke instructies. Deze elementen hebben er voor gezorgd dat de krantenbezorgers geen gelijk hebben gekregen, maar dat zij conform een overeenkomst van opdracht werkten.

Lees hier de uitspraak en de overwegingen van het gerechtshof.