Berichten

De opvolger van de Wet DBA

,De laatste weken is er veel gesproken over de WAB, maar ook de opvolger van de Wet DBA; Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring zijn geintroduceerd.

De Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring

De Wet DBA is sinds de introductie een veel besproken onderwerp. Een vervanger van deze wet was noodzakelijk en is om deze reden ook aangekondigd in het regeerakkoord. In oktober 2019 is de vervanger van de Wet DBA eindelijk gepubliceerd, namelijk de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring. Deze nieuwe wet moet ZZP-ers en hun opdrachtgevers meer zekerheid geven, kan de arbeidsrelatie beter aangeduid worden en wordt schijnzelfstandigheid voorkomen. De wet is nog in concept en dient nog behandeld te worden in de Eerste en Tweede Kamer.

In de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring zijn twee belangrijke zaken opgenomen, namelijk:

  1.  Een minimumtarief van 16,00 euro per uur voor zelfstandigen
  2.  De zelfstandigenverklaring
Het minimumtarief voor ZZP-ers

Het minimumtarief gaat vanaf 2021 voor alle ZZP-ers gelden en voor alle uren die een ZZP-er aan een opdracht besteedt. Het tarief is exclusief directe kosten die een ZZP-er voor een opdracht moet maken. Kosten voor bijvoorbeeld materiaal vallen buiten het minimumtarief van 16,00 euro per uur. Jaarlijks zal het minimumtarief op 01 januari geïndexeerd worden aan de hand van het sociaal minimum.

De opdrachtgever is volgens dit wetsvoorstel straks verantwoordelijk voor de betaling van het minimumtarief. Om deze reden wordt het nog belangrijker om vooraf een goede inschatting te maken van de verwachte hoeveelheid uren die aan de opdracht gaat worden besteed. Als achteraf blijkt dat de uren overschreden zijn, dient de opdrachtgever op basis van de daadwerkelijke kosten en bestede uren te beoordelen of hij nog het minimumtarief aan de ZZP-er heeft betaald.

Opgestelde lijst

In het wetsvoorstel is een lijst opgesteld van kosten en/of uren die wel tot de opdracht toegerekend dienen te zijn, namelijk de kosten en/of uren voor:

  • de voorbereiding van de opdracht
  • de feitelijke uitvoering van de opdracht
  • de uitvoering van de opdracht
  • het reizen van en naar de opdracht
  • vervoer in het kader van de opdracht (zie onderstaande voor eventuele uitzondering)

Tevens zijn er ook een aantal zaken opgenomen die in elk geval niet direct toerekenbaar zijn, namelijk de kosten en/of tijd voor:

  • vervoer van en naar de vaste woon- of verblijfplaats en voor vervoer tussen bestemmingen van verschillende opdrachten
  • acquisitie- en representatiekosten
  • administratie
  • scholing en studie en kosten voor vakliteratuur
  • het opstellen en ondertekenen van de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de zelfstandige
  • de ontwikkeling van een dienst, indien deze voor meerdere opdrachtgevers wordt verricht
  • communicatie en communicatiemiddelen
  • het verkrijgen van de zelfstandigenverklaring
  • bedrijfsmiddelen die voor meerdere opdrachten worden of zullen worden gebruikt

en

  • de verzekeringspremies, tenzij de verzekering enkel is afgesloten voor de opdracht

Uiteraard bestaat de mogelijkheid dat er kosten of uren niet in het wetsvoorstel genoemd zijn. De partijen dienen over deze onderdelen zelf een oordeel te geven.

De zelfstandigenverklaring

In het wetsvoorstel is verduidelijkt wat de zelfstandigenverklaring is, namelijk: “Een verklaring van een werkverstrekker en een werkende dat zij willen dat de rechtsgevolgen van een geldige zelfstandigenverklaring (…) ten aanzien van de loonbelasting, de inkomstenbelasting, de premie voor de volksverzekeringen, de premies voor de werknemersverzekeringen, de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet, de werknemersverzekeringen en het arbeidsrecht op hun arbeidsrelatie van toepassing zijn”.

In het kort betekent dit dat in een documenten aangegeven wordt dat er geen traditionele werkgever – werknemersrelatie aanwezig is en dat beiden niet wensen dat de heffingen en premies door de werkverstrekker worden gedragen.

Minimum eisen en verplichtingen

Voor een geldige zelfstandigenverklaring zijn een aantal minimumeisen opgesteld:

  • De zelfstandigenverklaring is onderdeel van een schriftelijke overeenkomst waarin de werkverstrekker en de werkende overeenkomen dat de werkende werkzaamheden gaat verrichten.
  • Het KvK-nummer van de ZZP-er is opgenomen.
  • De overeenkomst en de zelfstandigenverklaring dient voor aanvang van de werkzaamheden van een dagtekening voorzien en door beide partijen worden ondertekend.
  • In de overeenkomst is opgenomen dat het de bedoeling is van beide partijen dat de overeenkomst niet voldoet aan de omschrijving van een arbeidsovereenkomst.
  • De overeengekomen werkzaamheden duren niet langer dan een jaar.
  • De werkende ontvangt voor de werkzaamheden een tarief van ten minste 75,00 euro per uur

Tevens dient de werkverstrekker aan een aantal verplichtingen te voldoen:

  • De zelfstandigenverklaring en de schriftelijke overeenkomst van werkzaamheden dienen in de administratie te worden opgenomen.
  • Voor aanvang van het werk moet een document in de administratie worden opgenomen waaruit blijkt dat de ZZP-er ten minste een tarief van 75,00 euro per uur hanteert.
  • Uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgend op de maand waarin de toepassingsperiode eindigt, neemt de werkverstrekker een overzicht op in de administratie, getekend door de ZZP-er waarin staat:
    • Het totaal betaalde of te betalen bedrag voor de werkzaamheden over de toepassingsperiode exclusief omzetbelasting.
    • De totale arbeidsbeloning over de toepassingsperiode.
    • De arbeidsbeloning per uur over de toepassingsperiode.
    • De direct aan de werkzaamheden toe te rekenen kosten en tijd overeenkomstig over de toepassingsperiode, waarin die kosten zijn uitgesplitst per kostensoort en waarin die tijd is uitgesplitst per kalendermaand.
    • De datum van aanvang van de werkzaamheden.
    • De datum van het verstrijken van de duur waarvoor de overeenkomst is aangegaan, of, indien dit eerder is, de datum van beëindiging van de werkzaamheden.
    • Als tegelijkertijd direct aan de opdracht toe te rekenen kosten gemaakt zijn, of direct aan de opdracht toe te rekenen tijd is besteed voor meerdere opdrachten de werkzaamheden die voor die meerdere opdrachten zijn gemaakt en ten aanzien van elke werkzaamheid op te nemen het aantal bestaande of te verwachten opdrachtgevers waarvoor die werkzaamheid van belang is, de totaal gemaakte kosten van die werkzaamheid, de kosten die voor die werkzaamheid aan de opdracht toegerekend zullen worden, het totaal aantal bestede uren aan die werkzaamheid en het aantal uur dat voor die werkzaamheid aan de opdracht toegerekend is

Bron: Salarisnet details minimum loon

Bron: Salarisnet 16 euro minimum loon

Bron: Salarisnet zelfstandigenverklaring

Bron: Internetconsultatie

Ik wil graag meer informatie

Kosteloos 30 uittreksels met KvK App

De Kamer van Koophandel (KvK) maakt het mogelijk om 30 uittreksels uit het handelsregister in te zien via de KvK App. Hiermee kunnen per jaar 30 gratis inzages gedaan worden, wat een uitkomst biedt om te voldoen aan het nieuwe normpunt bij het inzetten van ZZP-ers in de NEN 4400-1 norm. Lees meer

Wet DBA: helft inzet ZZP’ers onjuist

Toezichtsplan arbeidsrelaties Wet DBA: helft inzet van ZZP’ers is onjuist
Bij de helft van de onderzochte 104 bedrijven, die in 2018 werden bezocht door de Belastingdienst in het kader van de Wet DBA, wordt de inzet van ZZP’ers onjuist toegepast.
Bij 12 bedrijven wordt een vervolgonderzoek gestart, vanwege het vermoeden van kwaadwillendheid.

Dit is gebleken uit de resultaten van het toezichtsplan arbeidsrelaties tussen zelfstandige ondernemers en opdrachtgevers. De bedrijfsbezoeken zijn midden 2018 ingesteld op verzoek van de Minister van Sociale zaken om invulling te geven aan klachten vanuit de markt. Veel ondernemers klagen over oneerlijke concurrentie door gebrek aan handhaving van de Wet DBA door het oneigenlijk inzetten van ZZP’ers (schijnconstructies) waardoor bij concurrenten (loon)kostenvoordeel bereikt wordt.

Toezichtsplan
Het toezichtsplan van de Belastingdienst richtte zich in 2018 op het uitvoeren van bedrijfsbezoeken bij 104 opdrachtgevers van ZZP’ers. Er zijn opdrachtgevers bezocht uit zoveel mogelijk verschillende branches en sectoren. Bij 45 bedrijven is er voldoende kennis en ervaring met de huidige ZZP-wetgeving vastgesteld; hier wordt de wet ook op de juiste manier toegepast. Bij de overige 59 bedrijven is er sprake van in meer of mindere mate onjuist handelen, ruim de helft van het aantal bezochte bedrijven.

Schijnzelfstandigheid voorkomen
Het kabinet heeft een handhavingsmoratorium ingesteld in afwachting van nieuwe wetgeving voor het inzetten van zelfstandigen. Het kabinet wil voorkomen dat ingezette zelfstandigen feitelijk in loondienst zijn en dat hiermee de afdrachten van sociale premies en rechten van werknemers ontdoken worden (schijnconstructies door het inzetten van schijnzelfstandigen).

5.600 reguliere onderzoeken per jaar
De Belastingdienst voert ongeveer 5.600 reguliere onderzoeken uit per jaar waarbij de loonheffingen onderwerp van controle zijn.

Daarbovenop zijn de 104 ondernemingen bezocht waarbij in 12 situaties bedrijven zijn aangetroffen waarbij het vermoeden van kwaadwillendheid onderzocht zal gaan worden in vervolgonderzoeken.
Dit aantal komt bovenop de vervolgonderzoeken dat reeds bij 8 opdrachtgevers al plaatsvindt, daar hier reeds eerder sprake is geweest van een vermoeden van kwaadwillendheid.

Ook in 2019 zullen aan de hand van de resultaten van de onderzoeken van 2018 weer onderzoeken ingesteld worden bij nieuwe ondernemingen die ZZP’ers inzetten.

ICT, onderwijs en zorg
Er zijn sectoren waar ZZP’ers wel in dienst willen treden maar dat niet kunnen, zo merkt de Belastingdienst op. Tegelijkertijd melden zich bij de Belastingdienst steeds meer bedrijven die zich ‘gedwongen voelen’ met opdrachtnemers te werken omdat deze liever als zelfstandige werken dan in dienst treden.

Sectorbrede handhavingsstrategie
De resultaten van de bedrijfsbezoeken zullen voor de zomer worden verwerkt in een nieuw toezicht- en handhavingsstrategie. In deze strategie komt ook een sectorbrede toezicht- en handhavingsstrategie.

Krapte aan personeel stimuleert zelfstandigheid
Dit is vooral het geval in sectoren met krapte op de arbeidsmarkt, zoals in ICT, onderwijs en zorg. Met een sector brede toezicht- en handhavingsstrategie wil de Belastingdienst ervoor zorgen er een gelijk speelveld blijft en er geen sprake is van marktverstoring.

Op deze wijze bereidt de Belastingdienst zich voor op de afbouw van het handhavingsmoratorium, waarover voor de zomer 2019 door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid nog een brief naar de Tweede Kamer gestuurd zal worden.

Aanvullende normeisen NEN 4400-1 ZZP’ers
Op basis van de deels hervatte onderzoeken en handhaving op de toepassing van de Wet DBA door de Belastingdienst heeft de SNA per 01-01-2019 twee normeisen toegevoegd aan de norm.
Eis 4.2.5.3.7.c. Het gaat hierbij om de verplichting van de onderneming om bij het aangaan van een (nieuwe) overeenkomst met een ZZP’er te beschikken over een recent uittreksel Kamer van Koophandel (KvK) van de ZZP’er dat niet ouder is dan 3 maanden.

Eis 4.2.5.3.5. Het gaat hierbij om het aantoonbaar nemen van passende beheersmaatregelen door de onderneming waaruit blijkt dat de zelfstandigheid van de ZZP’er getoetst en onderbouwd is en er daadwerkelijk conform de (model)overeenkomst gewerkt wordt.

Ondernemingen die werken met ZZP’ers dienen ook in de administratie zorg te dragen dat de activiteiten van het uitbesteden van werk aan ZZP’ers en het generen van omzet door het aannemen van werk van opdrachtgevers herkenbaar is in financiele administratie. Dit punt is per 01-01-2019 nieuw in de norm opgenomen en is onderdeel van normeis 4.1.2.d

Juiste overeenkomst met uw opdrachtgever
Voor het inzetten van ZZP’ers is het eveneens van groot belang om kritisch te kijken naar de inhoud van de overeenkomst die tussen uw onderneming en de opdrachtgever gesloten is ten aanzien van het uitbesteden van en aannemen van werk. De inhoud van een zogenaamde overeenkomst van opdracht (Burgerlijk wetboek 7:400) of de overeenkomst van aanneming verschilt wezenlijk met die van een overeenkomst inzake het ter beschikking stellen van arbeid/uitzendkrachten.
Voor ondernemingen die ZZP’ers inzetten bij hun opdrachtgever(s) geldt dat het sluiten van de juiste overeenkomst met hun opdrachtgever(s) hieromtrent de basis vormt voor het juist inzetten van ZZP’ers conform de wet- en regelgeving bij die opdrachtgevers.

Bron: Flexnieuws en Rijksoverheid

ZZP-ers in de NEN 4400 norm, wijziging per 1-1-2019

SNA introduceert per 1 januari a.s. enkele wijzigingen in de NEN 4400 norm met betrekking tot uitbesteden van werk of opdracht verstrekken aan ZZP-ers.

1. Er moet gebruik worden gemaakt van een door de belastingdienst positief beoordeelde modelovereenkomst.
2. Van de ZZP-er moet een uittreksel KvK in dossier zijn, max 3 maanden oud t.o.v. datum ondertekening overeenkomst.
3. Registratie van de kenmerken van het ID-bewijs: soort, nummer en geldigheidsduur. (dus géén kopie)
4. Er moeten passende beheersmaatregelen zijn getroffen om te borgen dat er conform de overeenkomst wordt gewerkt.

Een korte uitleg van de punten 1 en 4:

Ad 1: In de positief beoordeelde modelovereenkomsten staan alle punten die belangrijk zijn om juridisch en fiscaal te regelen. U moet wel duidelijk aangeven:
– Dat de punten die niet aangepast mogen worden ook niet zijn aangepast.
– Welke ander zinnen zijn aangepast
– Welke zinnen zijn toegevoegd
Dit kan door bijvoorbeeld te arceren of een kleur te geven.

Ad 4: Of er passende beheersmaatregelen zijn genomen wordt beoordeeld op basis van een interview. Dit is wellicht geen zware maar wel een belangrijke controle, het moet u helpen uw risico’s te beheersen. Ook al is de opschorting van de handhaving van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) verlengd tot 1 januari 2020. Wat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking.

Let op: de Belastingdienst kan handhaven bij kwaadwillenden als zij de volgende drie criteria alle drie kan bewijzen:

1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.
2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.
3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

Een voorbeeld van het belang van passende beheersmaatregelen:

U werkt met een buitenlandse ZZP-er:
BTW nummer en KvK inschrijving zijn kenmerken van ondernemerschap, dus
1. De buitenlandse KvK inschrijving voldoet
2. Het buitenlandse BTW nummer moet ook bekend zijn
De positief beoordeelde modelovereenkomst kan ook gebruikt worden.

U doet er goed aan om de samenwerking met uw ZZP-er kritisch te beoordelen;

1. Het is moeilijker om aan te tonen dat die buitenlandse ZZP-er daadwerkelijk een ZZP-er is. Die persoon kan bijvoorbeeld projecten in zijn eigen land doen en vervolgens een project in Nederland. Aan de ZZP-er om aan te tonen dat hij aan het criterium van meerdere opdrachtgevers voldoet en dat het geen frauduleus opzetje is.
2. Het gaat hier om concurrerende belastingdiensten, waarbij de Nederlandse Belastingdienst opbrengsten kan gaan missen, dus het ligt voor de hand dat men begint met de stelling dat er sprake is van een loondienstverband.

Tot slot: Wijzigingen in de norm worden van toepassing op ingangsdatum, dus niet met terugwerkende kracht.

Wijziging: Inzicht bedrijfsactiviteiten per 1 januari 2019

Per 1 januari 2019 wijzigt SNA de NEN 4400 norm, het SNA keurmerk. Dit vereist nu uw aandacht. Mogelijk moet u uw rekeningschema in de boekhouding aanpassen en daarmee ook het coderen van uitgaande en inkomende facturen.

De diverse activiteiten van een onderneming zijn niet altijd makkelijk uit de financiële administratie op te maken. Dit is wel van belang om uw risico’s in beeld te houden en daarmee ook een accurate en vlotte SNA inspectie mogelijk te maken. Om beter inzicht te krijgen in die activiteiten, vindt er met ingang van 1 januari 2019 een toevoeging plaats bij normelement 4.2.1.

Normelement 4.2.1 zal als volgt worden geformuleerd:
‘Voorts moet de onderneming: inzicht geven in de bedrijfsactiviteiten die door de onderneming worden uitgevoerd, waarbij de verschillende bedrijfsactiviteiten gegroepeerd uit de financiële administratie moeten blijken’.

Wat betekent dit voor uw onderneming?
Uit de financiële administratie zal duidelijk moeten blijken welke dienstverlening uw onderneming aanbiedt en inkoopt. Stelt u bijvoorbeeld werknemers ter beschikking, is er sprake van aanneming van werk of het accepteren van opdrachten, vindt er in- en doorleen plaats of is er sprake van inhuur van ZZP-ers (ook wel “tussenkomst” genoemd)? Ook kunt u activiteiten hebben die buiten de SNA inspectie vallen, zoals werving en selectie. Dit alles zal duidelijk uit uw administratie moeten blijken.

Hoe kunt u inzicht geven in de bedrijfsactiviteiten?
U bent vrij om te besluiten hoe u dit het beste kunt verwerken in de administratie, zolang het maar eenduidig uit de financiële administratie opgemaakt kan worden. Dit kan bijvoorbeeld door de verschillende activiteiten apart te verwerken in het grootboekrekeningschema in uw administratie, zoals opbrengsten splitsen naar uitzenden, opdrachten/aannemen, e.d., inkoop splitsen naar inleen, inhuur derden, inhuur ZZP. De vorm van de inrichting staat u uiteraard vrij, zolang het inzichtelijk is voor de inspecteur.

Vanaf wanneer moet dit aangepast worden?
De aanpassing van de norm heeft betrekking op de financiële administratie vanaf 1 januari 2019.

Wij raden u aan om in overleg met uw boekhouder / administratiekantoor of accountant te kijken of uw administratie aanpassing behoeft en welke dan de best passende oplossing is.

Wijzigingen op toegestane inhoudingen op het wettelijk minimumloon per 2019

In ons voorgaande artikel heeft u kunnen lezen over de nieuwe wettelijke minimumlonen (WML) per 1 januari 2019.
Per deze datum veranderen ook de toegestane inhoudingen op het wettelijk minimumloon.
Met de inwerking treden van de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) zijn er nieuwe regels over inhoudingen en verrekeningen op het wettelijk minimumloon.

Verrekening en inhoudingen op WML zijn verboden
In principe zijn inhoudingen op het wettelijk minimumloon verboden tenzij er een wettelijke basis is voor de inhouding in bijvoorbeeld de pensioenwet of de Wet op de loonbelasting. Zo zijn inhoudingen voor aanvullende premies (WGA-gat, AZW (aanvullende ziektewet voor uitzenders) onder het netto equivalent van het minimumloon niet toegestaan.
Veel werkgevers bieden huisvesting aan en zorgen voor een zorgverzekering voor de medewerker. Inhoudingen voor huisvesting en deze zorgverzekering inclusief herverzekering eigen risico zijn nog wel mogelijk indien de werknemer hiervoor een schriftelijke volmacht heeft verleend aan de werkgever. De hoogte van de inhouding zorgverzekering wordt jaarlijks aangepast.

Huisvesting
Voor huisvesting geldt een maximum van 25% van het voor de werknemer geldende netto equivalent van het minimumloon. Tevens moet de huisvesting gecertificeerd zijn overeenkomstig bij de collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde normen betreffende de kwaliteit van huisvesting van werknemers (SNF Keurmerk) of de verhuurder is een woningcorporatie.

Zorgverzekering
De zorgverzekering mag worden ingehouden mits er een afschrift van de zorgpolis op naam van de medewerker is overlegd en de premie daadwerkelijk door de werkgever wordt voldaan. Hierbij geldt een maximum van de geraamde gemiddelde nominale premie.
Voor 2019 is deze nominale premie € 1.432 per jaar, wat neerkomt op € 119,35 per maand.
Daarbij geldt dat alleen de premie voor de basisverzekering en de herverzekering van het eigen risico tot dit maximum mag worden ingehouden op het netto equivalent van het wettelijk minimumloon. Een aanvullende verzekering kan dus niet worden ingehouden op het wettelijk minimumloon.

Verkeersboetes
Verkeersboetes, die voldoen aan de voorwaarden mogen ook in 2019 verrekend worden met het netto loon van de medewerker. Echter mag een verkeersboete niet verrekend worden onder het netto equivalent van het wettelijk minimumloon.
Indien in een loonperiode er geen ruimte is voor het inhouden van (verkeers)boetes van officiële instanties, dan kan het deel dat niet te verhalen is in een daarop volgende periode op het netto loon verrekend worden, mits deze inhouding op het loon ook in deze periode niet onder het netto equivalent van het wettelijk minimumloon komt.

Hieronder vindt u een link naar brochure van de rijksoverheid over de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) en verplichtingen inzake de wet minimumloon (WML).

Brochure over de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS)

Blog: Welkom bij Bureau Cicero!

Bureau Cicero bestaat uit een groep inspecteurs die controleren op “verplichtingen uit arbeid”. Denk aan: SNA keurmerk, PayOK, AVG Garant, Bovib, enz. Onze inspecteurs willen de inhoud zo goed mogelijk beheersen en daarmee een perfect product neerzetten. Werken neemt een groot deel van de dagelijkse tijd in beslag. Daarom vinden we het bij Cicero belangrijk dat werken leuk en inspirerend is. Bij Cicero inspireren we onze klanten om beter te worden en werken we aan het bereiken van onze doelen. Ieder bouwt op eigen wijze mee aan deze organisatie waar gewerkt wordt met plezier!

Lees meer

NEN 4400-2 nu ook door Bureau Cicero zelf verzorgd

Bureau Cicero is nu ook zelf geaccrediteerd om NEN 4400-2 inspecties uit te voeren

Bureau Cicero is expert op het gebied van risicobeheer omtrent verplichtingen uit arbeid. Deskundigheid omtrent grensoverschrijdend werken is daarbinnen een belangrijk thema.

Het SNA keurmerk bestaat uit de NEN 4400-1 en NEN 4400-2 normen. Wij helpen met onze expertise ondernemingen al jarenlang verder op het thema verplichtingen uit grensoverschrijdende arbeid en hebben ruime ervaring met het inspecteren van de NEN 4400-2 norm vanuit een samenwerkingsverband.

Verheugd kunnen wij u mededelen dat Bureau Cicero inmiddels ook zelf is geaccrediteerd* door de Raad van Accreditatie om NEN 4400-2 inspectie uit te voeren.

In het buitenland gevestigde ondernemingen “die personeel ter beschikking stellen en/of werk aannemen in Nederland” kunnen nu het SNA keurmerk behalen bij Bureau Cicero. Wilt u meer informatie over overstappen, dit is eenvoudig en wordt door ons gefaciliteerd. Neem contact op middels info@cicero.nl of bel 038-7200821 en wij helpen u verder.

* Bureau Cicero is geaccrediteerd onder nummer I225

Waarom een NEN 4400-2 inspectie?
Waarom is het nou goed voor u om NEN 4400-2 geïnspecteerd te zijn?
De belangrijkste redenen zijn:
• De onderneming wordt opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid
• Het beperken van uw (fiscale en financiële) risico’s
• Wij zijn experts en dragen graag onze kennis op u over
• Kenbaar maken dat u een betrouwbaar bedrijf bent
• U doet mee aan het creëren van een gelijk speelveld

Met het SNA keurmerk NEN 4400-2 inspectie, worden risico’s ten aanzien van arbeid beperkt voor buitenlandse ondernemingen. Het gaat hier om risico’s in het kader van fiscale keten- en inlenersaansprakelijkheid en risico’s op het gebied van illegale tewerkstelling. Met het behalen van het SNA keurmerk / NEN 4400-2 norm geeft de onderneming aan haar opdrachtgevers aan dat de risico’s omtrent fiscale en wettelijke aansprakelijkheid zijn beheerst.

 

Wilt u meer informatie of overstappen, dit is eenvoudig en wordt door ons gefaciliteerd. Neem contact op middels info@cicero.nl of bel 038-7200821 en wij helpen u verder.