Berichten

AVV CAO Pluimvee verwerkende Industrie 2017-2019 per 19-04-2017

Per 19-04-2017 is de algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Pluimveeverwerkende Industrie van kracht.

De vereniging van de Nederlandse Pluimvee Verwerkende Industrie (NEPLUVI) en CNV Vakmensen zijn dit overeengekomen.

Let op: indien u uitzendkrachten ter beschikking stelt aan ondernemingen die onder de werkingssfeer van deze Cao vallen dan is dit belangrijke informatie voor met name de toepassing van de inlenersbeloning.

Wanneer uw opdrachtgever geen lid was van NEPLUVI, dan geldt vanaf genoemde datum dat de toepassing van de in deze Cao vastgelegde lonen, toeslagen en overige beloningsbepalingen ook voor de ter beschikking gestelde uitzendkrachten van toepassing zijn.

Bron: Staatscourant 9349

EU-hof bevestigt strikte toepassing BTW verleggingsregeling

In een recente uitspraak van het Europese Hof is bepaald dat onjuiste toepassing op de BTW verleggingsregeling grote gevolgen heeft voor zowel de leverancier die de factuur opstelt als ook voor de opdrachtgever die de factuur ontvangt.

Factureert u of uw leverancier met BTW verlegd of zou dit conform wet- en regelgeving noodzakelijk zijn, dan kan de inhoud van dit artikel belangrijk zijn voor u.

De fiscus kan een afnemer het recht op btw-aftrek ontzeggen als de afnemer de btw onterecht aan de verkoper heeft betaald op basis van een factuur die was opgemaakt volgens de gewone regeling, terwijl de handeling onder de verleggingsregeling viel. Het Europese Hof heeft dit beslist in een Hongaarse zaak.

Een Hongaars bedrijf kocht in het kader van een door de belastingdienst georganiseerde elektronische veiling een mobiele loods van een vennootschap die een belastingschuld had. De verkoper reikte een factuur uit conform de gewone btw-regeling, inclusief de btw over die handeling.

Belanghebbende voldeed de door de verkoper aangegeven btw en de verkoper betaalde die belasting aan de belastingdienst. Vervolgens bracht zij de op de factuur vermelde btw in aftrek. De belastingdienst stelde vast dat de betrokken factuur volgens de verleggingsregeling had moeten worden opgemaakt in plaats van de gewone btw-regeling. Nu dat niet was gebeurd, moest belanghebbende dit alsnog doen.

Ook kreeg zij op basis van het Hongaars recht een fiscale boete van 50% van het btw-bedrag opgelegd. Volgens belanghebbende had de belastingdienst haar het recht op btw-aftrek ontzegd op grond van een vormfout.

Het Europese Hof oordeelde dat de btw niet verschuldigd was. Bovendien was de betaling niet in overeenstemming met een inhoudelijke vereiste van de verleggingsregeling. Het was namelijk belanghebbende die, als koper van het goed, de btw aan de belastingdienst had moeten betalen. Geen recht op btw-aftrek dus.

Wel kon belanghebbende, gelet op de insolvabiliteit van de verkoper, om teruggaaf verzoeken van de btw die hij onverschuldigd had betaald aan de verkoper van de loods. Het Hof oordeelde tot slot dat de boete alleen in stand kon blijven als de belastingdienst belastinginkomsten had gederfd en er aanwijzing is van belastingfraude, hetgeen de verwijzende rechter moet nagaan.

Wet: artikel 23 Wet OB 1968

Meer informatie: Hof van Justitie van de Europese Unie, 26 april 2017, C 564/15

 

Inhouding huisvesting onder WML uitsluitend indien in Cao vastgelegd

Per 01-01-2017 is conform de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) een inhoudingsverbod op het netto equivalent van het Wettelijk Minimum Loon (WML) van kracht. Uitgezonderd hiervan is een inhouding op huisvesting van maximaal 25% van het WML op het netto equivalent van het WML indien deze inhouding de werkelijke kosten van dubbele huisvesting van een medewerker betreft.

Dit is vastgelegd in het Besluit 419 van 24 oktober 2016, tot wijziging van het Besluit minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Wat in veel gevallen over het hoofd gezien wordt is dat daarnaast in het eerste lid, onderdeel b, is vastgelegd dat de verhuurder een toegelaten instelling is, als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet, of gecertificeerd is overeenkomstig de bij collectieve arbeidsovereenkomst vastgestelde normen die zien op de kwaliteit van huisvesting van werknemers na een conformiteitsbeoordeling door een instelling die is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie op basis van deze vastgestelde norm.

Deze huisvestingsnormen, die in de van toepassing zijnde cao afgesproken dienen te zijn, zien toe op de kwaliteit van huisvesting van werknemers.

Een voorbeeld hiervan zijn de normen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF), die zijn afgesproken in de ABU-cao (artikel 67, derde lid) en zijn nader gespecificeerd in Bijlage VII.

Uit artikel 1 van het besluit, tweede lid, WML blijkt dat onder een Cao mede wordt verstaan bepalingen van een collectieve arbeidsovereenkomst, die algemeen verbindend zijn verklaard (AVV).

De NBBU Cao kent een gelijksoortige bepaling. Dit betekent dat voor ondernemingen die lid zijn van de ABU, de NBBU of vallen over de AVV van de ABU (ABU volgers) de vastlegging in de Cao geregeld is.

Let op: Voor ondernemingen die niet onder deze werkingssfeer vallen, is het belangrijk na te gaan of een bepaling in de eigen Cao opgenomen is waarin de normen ten aanzien van de kwaliteit van huisvesting is vastgelegd. Is dit niet het geval, dan is inhouding op huisvesting onder het WML niet toegestaan, ook niet als deze SNF of soortgelijk gecertificeerd is.

Let op: is er geen Cao op uw onderneming van kracht, dan is inhouding op huisvesting onder het WML ook niet toegestaan

Bron: Staatscourant Besluit 419 van 24 oktober 2016

Wijzigingen NEN 4400-1 en NEN 4400-2 norm per 1 april 2017

Per 01 april 2017 zijn er wijzigingen in de NEN 4400-1 en NEN 4400-2 norm doorgevoerd door SNA.

De wijzigingen in de NEN 4400-1 norm betreffen o.a. (tekstuele) wijzigingen t.a.v. de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie (WagEU) welke de WAGA vervangt en de implicaties van de invoering van twee soorten werkvergunningen (TWV en GVVA).

Daarnaast is er een wijziging met betrekking tot de NEN-controle tijdens een AVV- of cao-loze periode van een cao en een wijziging ten aanzien van de Identiteitsvaststelling van ZZP’ers en de vaststelling tot het gerechtigd zijn tot werken in Nederland door ZZP’ers. In het kader van de Wet DBA worden ook bepalingen gewijzigd met betrekking tot de opschorting van de handhaving van deze wet tot 01-01-2018 en de herijking van de begrippen ‘vrije vervanging’ en ‘gezagsverhouding’.

De aanpassingsrapporten en interpretatierapporten zoals opgenomen in het Handboek Normen Versie 17.01 zijn hier te vinden. Daarnaast zijn er twee informatiebladen waarin de wijzigingen voor de NEN 4400-1 en NEN 4400-2 kort zijn toegelicht, deze kunt u hier na lezen.

CAO Bouw & Infra 2016/2017 diverse gewijzigde CAO-bepalingen AVV

Let op, er zijn diverse artikelen van deze nieuwe cao gewijzigd en in deze nieuwe algemeen verbindend verklaarde (AVV) cao per 19-12-2016 van kracht. De meest in het oog springende zijn:

Artikel 2 Werkingssfeer:

In dit artikellid wordt met ‘Nederlandse loonsom’ bedoeld de loonsom van de arbeidskrachten van de uitzendonderneming indien en voor zover deze arbeidskrachten in Nederland arbeid verrichten (ook indien die arbeid slechts tijdelijk in Nederland zou worden verricht door de desbetreffende arbeidskracht);

Artikel 6: Uitzendarbeid en inleen uitzendkrachten:

1.a.Wanneer de werkgever uitzendkrachten inleent van een uitzendonderneming die valt onder artikel 2 lid 3 sub a, b of c (vakkrachten bouwplaats) is hij verplicht zich ervan te vergewissen dat alle bepalingen uit deze cao worden nageleefd ten aanzien van de individuele arbeidsovereenkomsten van de uitzendkrachten die hij inleent. De werkgever dient hierover een afspraak te maken in de inleenovereenkomst met de uitzendonderneming.

  1. b. Wanneer de werkgever uitzendkrachten inleent van een uitzendonderneming die niet valt onder artikel 2 lid 3 sub a, b of c (vakkrachten bouwplaats) is hij verplicht zich ervan te vergewissen dat de van toepassing zijnde bepalingen uit deze cao worden nageleefd ten aanzien van de individuele arbeidsovereenkomsten van de uitzendkrachten die hij inleent. De van toepassing zijnde bepalingen uit deze cao zijn nader uitgewerkt en verbijzonderd in de leden 2 tot en met 5 van dit artikel en bijlage 2 van deze cao. De werkgever dient hierover een afspraak te maken in de inleenovereenkomst met de uitzendonderneming.

3.5.Bij de invulling van de vergewisplicht als bedoeld in lid 1 sub b, moet de werkgever ervan uitgaan dat de uitzendkracht een vakkracht is, tenzij het aantoonbaar een nieuwkomer betreft. In dat geval dient de werkgever zich ervan te vergewissen dat de cao-bepalingen voor nieuwkomers worden toegepast op de uitzendkracht.

Download: AVV CAO Bouw en Infra 2016-2017 (19-12-16) Besluit: algemeen verbindendverklaring van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Bouwnijverheid 2016-2017.

 

Aanpassing NBBU en ABU cao per 01-01-2017 heeft veel gevolgen

Per 01-01-2017 is er een belangrijke wijziging in de cao van ABU en NBBU opgenomen. Deze heeft per direct gevolgen voor de hoogte van uitkering vakantiedagen (uitzendbeding) of de doorbetaling vakantiedagen (zonder uitzendbeding). Dit geldt voor NBBU- en ABU-leden en ook voor ABU volgers.

Samengevat: daar waar sprake is van vaste toeslagen (zoals ploegentoeslag, ADV/ATV en andere vaste toeslagen die betaald worden als de uitzendkracht werkt) dienen deze ook doorbetaald te worden wanneer er vakantie opgenomen wordt. Dit heeft grote gevolgen voor de uitbetaling van reserveringen vakantiedagen (uitzendbeding) of doorbetaling vakantiedagen (zonder uitzendbeding).

Aanpassing van het loonbegrip vakantiedagen

Feitelijk loon: de ABU en NBBU cao’s bepalen dat voor vakantiedagen bij contracten met uitzendbeding een aanvullend percentage over het feitelijk loon wordt gereserveerd en bij contracten met loondoorbetalingsverplichting het feitelijk loon moet worden doorbetaald. De definitie van het feitelijk loon als volgt bepaald:

Het met inachtneming van deze cao toegekende, naar tijdsruimte vastgestelde actuele brutoloonbedrag, exclusief vakantiebijslag, reserveringen, toeslagen, vergoedingen, overuren, compensatie uren, enzovoort.

De NBBU cao is per 01-01-2017 als volgt gewijzigd:

in artikel 28 staat nu dat het feitelijk loon van de uitzendkracht moet worden aangevuld met vergoedingen volgens het loonverhoudingsvoorschrift die hij zou hebben ontvangen wanneer hij zou hebben gewerkt tijdens zijn vakantie. Per geval moet dus worden bepaald of het feitelijk loon van de uitzendkracht bij vakantie moet worden aangevuld met (structurele) toeslagen, zoals bijvoorbeeld adv-compensatie. Daarbij willen we opmerken dat kostentoeslagen hiertoe niet worden meegerekend. De aanvulling van het feitelijk loon geldt alleen voor vakantiedagen en dus niet bij (reserveringen van) kort verzuim, bijzonder verlof, feestdagen en vakantiebijslag.

De ABU cao is per 01-01-2017 als volgt gewijzigd: artikel 55 nieuw lid 11 Aanvullende bepaling Indien van toepassing geldt in aanvulling op de leden 6, 8 en 9 van dit artikel het volgende. Het feitelijk loon wordt aangevuld met die vergoedingen die de uitzendkracht op grond van de ABU-beloning of inlenersbeloning zou hebben ontvangen wanneer hij zou hebben gewerkt in de verlofperiode. Onder de hier bedoelde vergoedingen vallen geen kostenvergoeding(en).

Let op:

Deze cao-wijzigingen zijn gebaseerd op onlangs gewijzigde regelgeving en jurisprudentie. Uit eerdere Europese regelgeving en jurisprudentie volgt dat een werknemer niet belemmerd mag worden om vakantiedagen op te nemen. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de werknemer een lager loon ontvangt tijdens zijn vakantie ten opzichte van de periodes die hij werkt (bijvoorbeeld omdat de structurele toeslagen niet tijdens zijn vakantiedagen worden meegenomen).

Gevolgen:

Werken uw uitzendkrachten bij opdrachtgevers waar vaste toeslagen gelden (ADV/ATV, ploegentoeslagen etc) die uitgekeerd worden op het moment dat de uitzendkracht werkzaam is bij uw opdrachtgever? Dan dient u bij uitbetaling van de reservering vakantiedagen en/of de doorbetaling van vakantiedagen een toeslag te betalen die afgestemd is op deze nieuwe situatie.
In veel gevallen betekent dit dat u dit in overleg met uw software leverancier conform deze nieuwe cao regels dient in te regelen in uw verloningssoftware.

De volledige tekst van de NBBU aanpassingen vindt u hier.

 

Inhoudingsverbod WAS per 01-01-2017 zorgt voor nieuw beleid

Het per 01-01-2017 van kracht zijnde inhoudingsverbod conform de Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS) zorgt voor nieuw beleid bij alle ondernemers als het gaat om het verwerken van diverse soorten inhoudingen op het loon. Zoals bekend mogen inhoudingen op het loon alleen worden doorgevoerd als deze voorafgaand schriftelijk met de medewerker zijn vastgelegd. Dit geldt voor bruto en netto inhoudingen. Per 01-01-2017 zijn inhoudingen alleen nog toegestaan op het loon dat boven het (netto equivalent van het) Wettelijk Minimum Loon (WML).

Alleen inhoudingen voor huisvesting en/of Zorgverzerkeringspremie onder het WML zijn nog toegestaan, conform WAS geldt 01-01-2017 het inhoudingsverbod op loonbetalingen onder het (netto equivalent) van het WML. Buiten de wettelijke inhoudingen (loonheffingen, pensioen ed.) mogen er geen inhoudingen meer worden gedaan op het netto equivalent van het minimumloon. Dit kan dus per medewerker en per sector verschillen. Uitzonderingen zijn de huisvestingskosten en zorgverzekeringspremie. Hiervoor mag worden ingehouden wanneer aan de voorwaarden wordt voldaan.

Verrekeningen voor bijvoorbeeld een reeds betaald netto loonvoorschot (indien per bank) zijn wel toegestaan. Ook wettelijk aan de werkgever opgelegde loonbeslagen zijn toegestaan. Niet toegestaan zijn inhoudingen voor bijvoorbeeld: boetes, eigen risico, aangeboden eigen vervoer, studiekosten, gereedschappen etc. Deze mogen wel worden ingehouden van al het loon dat niet tot het WML behoort (overuren, toeslagen, vakantiegeld, loon boven WML et cetera).

Vooruitkijken

Om te voorkomen dat men als werkgever verrast wordt door inhoudingen die niet meer toegestaan zijn, is het belangrijk vooruit te kijken. Welke soorten inhoudingen komen voor? Is hiertoe een overeenkomst of bepaling in de arbeidsovereenkomst/bruikleenovereenkomst opgenomen en juist geformuleerd? Hoe kan het netto equivalent PER loonperiode bepaald worden? Wat gebeurt er met inhoudingen die niet verrekenbaar zijn in een loonperiode? Staan er niet verrekenbare inhoudingen open bij einde dienstverband? Worden deze in de loonbelasting aangegeven? Al deze kwesties vragen om nieuw beleid.

Voorwaarden voor inhouding huisvesting

  1. Het in te houden bedrag mag niet meer zijn dan 25% van het geldende WML (betreft kosten huisvesting, nutsvoorzieningen en servicekosten). Bij parttime werk wordt het maximumpercentage van 25% berekend over het parttime WML.
  2. De inhouding moet gespecificeerd op de loonstrook staan.
  3. Er mag niet meer worden ingehouden dan blijkt uit de getekende huurovereenkomst, deze overeenkomst dient ook in het dossier van de medewerker aanwezig te zijn.
  4. De inhouding is schriftelijk overeengekomen (er is een machtiging tot inhouding).
  5. De verhuurder moet gecertificeerd zijn door SNF (Stichting Normering Flexwonen) of een toegelaten instelling zijn vanuit de woningwet (woningcorporatie).

Voorwaarden voor inhouding zorgverzekering

  1. De inhouding moet gespecificeerd op de loonstrook staan.
  2. Er mag niet meer worden ingehouden dan het in de polis genoemde bedrag.
  3. De polis met daarop het premiebedrag van de medewerker en de inhoudingsmachtiging dienen aanwezig te zijn.
  4. De inhouding is schriftelijk overeengekomen (er is een machtiging tot inhouding).
  5. De inhouding mag niet hoger zijn dan de maandelijkse gemiddelde nominale premie (deze wordt jaarlijks uiterlijk 1 november vastgesteld door het ministerie van VWS).
  6. Het mag alleen gaan om een ziektekostenverzekering (waarvan de aanbieder voldoet aan de wettelijke vereisten die gelden voor verzekeraars) en een aanvullende polis voor de verzekering van het eigen risico.
  7. Er mag geen premie worden ingehouden voor aanvullende verzekering (bijvoorbeeld tandarts).

Wat is het netto-equivalent van het WML?

Het begrip ‘netto-equivalent van het WML’ kent geen wettelijke basis. Daarom wijst de ABU op de wettelijk verplichting uit artikel 7a lid 1 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag:“In afwijking van artikel 620 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek geschiedt de voldoening van het verschuldigde minimumloon door girale betaling overeenkomstig artikel 114 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek.”

Bron: Staatscourant.nl en ABU.nl

 

Beheers uw risico’s: Het beheersen van risico’s voor ondernemers in de logisitiek begint bij kennis!

UITNODIGING: Bijeenkomst over de risico’s voor ondernemingen in de logistiek bij inzet opdrachtnemers en de manier waarop dit beheerst kan worden

Het Midpoint Huis van de Logistiek en LMB (Logistiek Midden-Brabant) organiseren in samenwerking met De Voort Advocaten en Bureau Cicero op woensdag 7 juni 2017 in het Huis van de Logistiek een bijeenkomst over de risico’s voor ondernemingen in de logistiek bij de inzet van opdrachtnemers, zoals ondervervoerders en ZZP’ers, en de manier waarop deze risico’s beheerst kunnen worden. Denk daarbij met name aan de aansprakelijkheid voor het niet of onjuist betalen van loon of vergoedingen.
Een juridische toetsing van de praktijk, slimme contractuele afspraken en het keurmerk PayChecked in Transport zijn manieren om de risico’s te kunnen beperken. Tijdens de bijeenkomst zal een toonaangevende ondernemer uit de transportsector vertellen over hoe hij zijn onderneming heeft beschermd tegen genoemde gevaren.

Wet Aanpak Schijnconstructies

Keurmerk PayChecked Bureau CiceroDe risico’s zijn door recente wetswijzigingen flink toegenomen. De Wet Aanpak Schijnconstructies (WAS), welke per 1 januari 2017 is uitgebreid naar vervoersovereenkomsten, en de Wet Deregulering Arbeidsrelaties (de modelovereenkomsten voor ZZP’ers) zorgen beide voor een verhoogde kans op aansprakelijkheid van de opdrachtgever.

Ook de steeds actievere houding van de vakbonden vormt voor opdrachtgevers een steeds groter risico. Recente rechtspraak, met name over de inzet van buitenlandse vennootschappen of personeel, laat zien dat het aantal veroordelingen tot het moeten betalen van cao-loon toeneemt.

Het beheersen van risico’s begint bij kennis! Deze kennis dragen wij graag over tijdens de bijeenkomst

Kennis op het gebied van nieuwe wetgeving, contracten en het door TLN en EVO ontwikkelde keurmerk PayChecked in Transport. Dit keurmerk zorgt ervoor dat kan worden aangetoond dat er conform relevante wet- en regelgeving wordt gewerkt. Een onafhankelijke inspectie-instelling toetst of er veranderingen en verbeteringen in de administratie en de bedrijfsvoering nodig zijn om het keurmerk te kunnen behalen.

Programma & Gastsprekers bijeenkomst over de risico’s voor ondernemingen in de logistiek
Stefan Jansen, advocaat bij De Voort Advocaten, gaat in op de relevante
wet- en regelgeving, de verzwaarde juridische eisen aan de eigen bedrijfsvoering
èn de bedrijfsvoering van ingeschakelde derden, de risico’s en de juridische
beheerstechnieken.

 

Patrick Tom en Theo van Leeuwen zijn beiden werkzaam bij bureau Cicero, een organisatie gespecialiseerd in de controle op verplichtingen uit arbeid (als geaccrediteerde inspectie-instelling ISO/IEC 17020 onder nummer I 225). Zij ontwikkelden samen met TLN en EVO het keurmerk PayChecked voor de transportsector. Zij voeren inspecties uit om naleving van de norm bij het keurmerk te controleren.

Aanmelden
Aanmelden kan door te mailen naar Bureau Cicero: info@cicero.nl
Datum: woensdag 7 juni 2017
Tijden:
14:30 uur inloop.
Presentaties van 15:00 – 17:30 uur.
Na afloop een borrel.
Locatie: Huis van de Logistiek, Heraclesstraat 6, 5048 CG Tilburg
Klik hier voor de Routebeschrijving.

Programma & Gastsprekers bijeenkomst over de risico’s voor ondernemingen in de logistiek

Stefan Jansen, advocaat bij De Voort Advocaten, gaat in op de relevante
wet- en regelgeving, de verzwaarde juridische eisen aan de eigen bedrijfsvoering
èn de bedrijfsvoering van ingeschakelde derden, de risico’s en de juridische
beheerstechnieken.

 

 

Patrick Tom en Theo van Leeuwen zijn beiden werkzaam bij bureau Cicero, een organisatie gespecialiseerd in de controle op verplichtingen uit arbeid (als geaccrediteerde inspectie-instelling ISO/IEC 17020 onder nummer I 225). Zij ontwikkelden samen met TLN en EVO het keurmerk PayChecked voor de transportsector. Zij voeren inspecties uit om naleving van de norm bij het keurmerk te controleren.

Aanmelden kan door te mailen naar Bureau Cicero: info@cicero.nl

Datum: woensdag 7 juni 2017
Tijden:
14:30 uur inloop.
Presentaties van 15:00 – 17:30 uur.
Na afloop een borrel.

Locatie: Huis van de Logistiek, Heraclesstraat 6, 5048 CG Tilburg
Klik hier voor de Routebeschrijving.

G-rekening; controleer uw stortingen op de G-rekening en voorkom fraude

Doel van de G-rekening

Wij komen in onze inspectiepraktijk regelmatig tegen dat de Geblokkeerde Rekening (G-rekening) verkeerd gebruikt wordt. Soms kan dat tot vervelende gevolgen leiden.

De G-rekening is bedoeld om verschuldigde belasting en premies voor sociale verzekeringen, voor zover dit verband houdt met ter beschikking stellen van arbeid (uitzenden, uitlenen) en aanneming van werk van te betalen. Lees meer